Tour du Queyras : Juni 2014

 

 

 

Inleiding : 22 juni 2014

 

 

Eén van de reisbestemmingen, dat al geruime tijd op mijn lijstje staat is de streek Queyras in de Franse Alpen. De FFRP (Fédération Française de la Randonnée Pedestre), de franse organisatie die instaat voor de ontelbare GR-paden in Frankrijk heeft daar al lang een prachtig wandelnetwerk ontwikkeld en de Tour du Queyras is daar één van de bekendste van.We willen niet de hele officiële Tour du Queyras doen, maar een beperkte versie van 6 dagen.

Zondag 22 juni vertrekken we ‘s morgens vroeg om 05u00. We maken enkele haltes op de Col d'Izoard en iets verder op La Casse Déserte, waar we het maanlandschap bewonderen, dat we enkele weken later in de komende Ronde van Frankrijk nog zullen kunnen zien . Rond 17u00 komen we aan in Ville-Vieille nadat we onderweg nog het oude fort van Vauban in Château Queyras hebben kunnen bewonderen.

 

 

 

1. Ville-Vieille – Ceillac : 23 juni 2014

 

Onze eerste etappe zal ons naar Ceillac brengen en om 8u40 zit de piknik in de rugzak en de rugzak op onze rug, als we vertrekken naar ons eerste doel, de Sommet Bucher. Het gaat onmiddellijk vrij fel omhoog langs de flank van die berg door het schaduwrijke Bois de Gambarel. Na enkele steile passages komen we langs een open plek (Clot de Charmanière). Het blijkt een door militairen aangelgde weg naar de top, die in de vorige eeuw diende als uitkijkpost, door zijn centrale ligging in de Queyras.

Op 2180 m verlaten we de door Chamina voorgestelde route om de laatste 100 hoogtemeters naar de Sommet Bucher vol te maken en om 11u komen we boven bij het kleine huisje dat daar is opgericht. Naar het noorden toe beletten hoge bomen het zicht , maar voor de rest is er een prachtig panorama over dit deel van de Queyras. Molines-en-Queyras ligt aan onze voeten in zijn vallei, evenals de Col des Prés de Fromage met erachter de prachtige bergkam van de Serre des Vallonnets en de spitse top van de Roche des Clots (2801 m). Lang duurt de rustop de top niet, want enkele minuten later komt er een hele groep dagwandelaars op de top toe.

Door golvende alpenweiden komen we langs een oude bergerie en daar het al bijna 12u is beslissen we hier te picknicken. Even later gaat het langs een breed bospad verder naar de Fontaine Rouge. Hier vervoegen we een ander bekend GR-pad, de GR 5. Bijna 8 jaren geleden (juli 2006) kwamen ikzelf en mijn broers hier voorbij op weg naar het verre Nice. Ons einddoel van de dag was toen ook Ceillac, dus voor mij is dit bekend terrein. Iets verderop komen de bekende toppen van de Pointe de la Selle (2745 m) en de Pointe de Rasis (2844 m) in zicht. Ze lijken op een enorme boezem, die recht de lucht in wijst en samen hebben ze dan ook de bijnaam 'les Mamelles' (= eigenlijk de uiers). Na weer een klim komen we op een volgende kam terecht en tegelijk bij een geologisch fenomeen. In de bergwand heeft zich door erosie een diepe, witte kloof gevormd, de Ravin de Ruine Blanche. Bovenaan laveren we tussen enkele zinkgaten door en zien we in de verte voor de eerste maal de Col Fromage, die we bereiken net boven de boomgrens om 14u op 2301 m hoogte.

Nu wacht ons nog een afdaling van 660 m naar ons einddoel, maar we heben tijd over, dus we doen het kalm aan en genieten van het zachte weer en de prachtige utzichten naar het zuiden, terwijl we meer en meer Ceillac in zicht krijgen verderop in de vallei van de Cristillan. Na drie kwartier passeren we het stille gehuchtje Le Villard en en half uur later staan we voor de mooie St. Sébastien kerk in het oude centrum van Ceillac. Na wat zoeken vinden we onze gîte Les Baladains.

 

 

2.Ceillac – St. Véran : 24 juni 2014

 

Je merkt dat men hier meer op wandelaars is ingesteld, want al om 7u00 kan men ontbijten in Les Baladins. Maar omdat het vandaag een minder lange tocht gaat worden, besluiten we om 7u30 pas te ontbijten. We trekken in omgekeerde richting van gisteren terug naar Le Villard en bewonderen onderweg de prachtige, uitgestrekte bloemenweiden aan de kant van de weg. We volgen verder stroomopwaarts de vallei van de Cristillan en passeren enkele gehuchtjes, zoals le Tioure en Rabinoux. We trekken verder het dal in, tot we bij een kruispunt van wandelwegen, het pad richting Col des Estronques inslaan. De echte klim kan dan beginnen.Op een afstand van maar 2 kilometers moeten we een hoogteverschil van bijna 700 m overwinnen ! Hoe hoger we geraken, des te mooier wordt natuurlijk het uitzicht op de valei onder en het landschap rondom ons. Ceillac blijft lange tijd te zien en langzaam maar zeker komen we boven de tegenoverliggende Crête des Eysselières met zijn groene wand uit. Net onder de col zelf, komen we de eerste sneeuw tegen.

Het wordt stilaan ook wat frisser en als we om 11u25 op 2651 m hoogte bovenkomen, slaat een ijzige windvlaag ons om de oren. Het is hier slechts 16 °C (mét de ‘windchill factor’ zeker onder de 10), terwijl het daarnet in de valei nog 27 °C was. We kruipen aan de noordzijde van de col achter de eerste, de beste rotsen uit de wind en doen onze truien snel aan om ‘op ons gemak’ wat te eten. Regelmatig komen wandelaars de col over om dan ergens in de buurt zich neer te zetten met hetzelfde plan. Verschillende van die enkelingen en groepen zullen we de volgende dagen nog tegenkomen, en we geven ze dan zelf gekozen namen om ze van elkaar te onderscheiden. Zo is er de eenzaat ‘Speedy’, een jongeman die er een flink tempo op aanhoudt ; ‘Sherlock en Watson’, een duo mannen ; ‘Jean, Pierre, George et Cornelia’, een groepje van drie kerels en een vrouw (vrij vertaald naar Jan, Piet, Joris en Corneel, hoewel we moeten bekennen dat de vrouw geen baard had, evenmin als de mannen trouwens); ‘Le Professeur’, een eerder gedistingueerd uitziend heerschap en de volgende dagen zullen er nog bijkomen.

Na een half uur pakken we ons boeltje weer bijeen en beginnen aan de afdaling. Het wordt stilaan weer warmer en we houden er een gezapig tempo op na, want we willen niet heel de namiddag in de beschaving doorbrengen, terwijl het hier zo mooi is. We lassen een extra halte in en genieten in het gras langs het pad van de zon. Aan de overkant van de vallei zien we St. Véran al in de zon liggen. Verderop komen we enkele mensen tegen, die een route aan het uitvlaggen zijn. Het blijken voorbereidingen te zijn voor de aanstaande Grand Raid du Queyras, een loopwedstrijd van 132 km (8300 hoogtmeters !) door de streek. Iets lager komen we nog voorbij een tiental meter hoge waterval en dan gaat het minder steil naar het laagste punt van de vallei van de Aigue Blanche bij de Pont des Moulins.

Tenslotte wacht ons dan nog een korte klim van 170 m naar ons einddoel St. Véran, het dorp dat aanspraak maakt op de titel van hoogste gemeente van Europa (2020 m). Om 14u30 komen we dan St. Véran binnengewandeld. Het is nog vroeg dag, dus we slenteren rustig door de (enkele) straten, die het plaatsje rijk is en bewonderen de protestantse tempel, de oude gebouwen, de mooie fonteinen en de in 1683 herbouwde (katholieke) kerk. Verschillende zonnewijzers versieren de gevels van oude en nieuwe huizen. Tenslotte vinden we onze gîte ‘Les Gabelous’, een voormalig douanegebouw. Het gebouw is van binnen mooi gerenoveerd zonder zijn oude karakter te verloochenen. Het sanitair is vernieuwd, maar de trappen en de vloer zijn nog zoals honderd jaar geleden. Na de douche en de was, gaan we nog even een terrasje doen met uitzicht op de route, waarlangs we vandaag gekomen zijn.

 

 

3. St. Véran – Refuge Agnel : 25 juni 2014

 

In plaats van de GR 58 te volgen, zoals we gisteren gedaan hebben, volgen we vandaag het voorstel van Chamina en klimmen onmiddellijk na de start omhoog om de Grand Canal route te vervoegen. Het is een gerenoveerd, oud pad op de noordoostelijke flank van de vallei, dat de loop volgt van een oud kanaal, dat vroeger gebruikt werd toen er nog koper- en zilvermijnen waren in deze vallei. Het is echter geen brede waterloop meer, maar een eerder smal pad, dat gelukkig droog staat.

Eénmaal we de 200 meter geklommen zijn, die St. Véran van deze route scheiden, blijven we de volgende uren aangenaam op hoogte verder wandelen. Voor we er zijn, moeten we eerst een flinke kudde schapen ontwijken , die bewaakt worden door een patou, een chien de montagne, die op z’n dooie eentje een kudde kan bewaken tegen vervelende bezoekers. We krijgen een begroeting van een trio ezeltjes en dan laten we St. Véran voorgoed achter ons. Het is deze morgen erg koud (7 °C) en dat zal wel wat te maken hebben met de hoogte waarop we ons nu al bevinden (2300 m). De wolken hangen ook erg laag en we beginnen al te vrezen dat we de beklimming van de Caramantran (3025 m) vandaag niet zullen kunnen doen. Verder moeten we toch en genieten dan maar van het (beperkte) uitzicht, de mooie flora langs het pad en de plotse verschijning van een ree tussen de bomen. Tegen 11u00 begint het dan toch stilaan op te trekken. We zijn dan al de resten van de oude kopermijnen voorbij en zien achter in de vallei la Chapelle de Clausis op zijn heuvel liggen. Iets verder vervoegen we dan de GR 58 en trekken onder een steeds blauwer wordende lucht voort richting Refuge Agnel. Om 11u30 komen we bij de splitsing met de variant, die naar de Col de St. Véran voert. De wolken zijn nu genoeg opgetrokken om de Col zelf te zien en achter ons is de lucht bijna volledig blauw. We beslissen eerst tot halfweg de Col te klimmen en dan opnieuw te overleggen. Hogerop worden de sneeuwvelden groter en regelmatig moeten we door de sneeuw ploeteren. Halfweg blijven de vooruitzichten goed en we trekken door naar de Col die we om 12u45 bereiken. We staan hier op de frans-italiaanse grens en bemerken enkele italiaanse wegwijzers, terwijl we in de vallei onder ons het Lago di Castello zien glinsteren. Ook de Monte Viso, met 3841 m de hoogste top in de Queyras, laat zich zien, maar verbergt zijn hoogste regionen toch in de wolken.

Na een half uur picknicken,trekken we weer verder. Het pad is niet erg zichtbaar en signalisatie is er niet echt, maar we worden verzocht de kam noordoostwaarts te volgen en na een klein half uur komen we op de top bij een steenhoopje, versierd met wat vlaggetjes uit. Onze eerste –weliswaar als gemakkelijk beschreven –drieduizender hebben we gehaald ! De topkam is wat lang en het is even zoeken naar de juiste weg naar de Col de Chamoussière (2884 m),, maar nadat we de omgeving in ons opgenomen hebben en de refuge Agnel hebben herkend in de verte, is de juiste weg snel gevonden. Door en langs sneeuwvelden zigzaggen we omlaag naar de hoogste GR-pas in Frankrijk en kunnen bij aankomst daar het laatste stuk naar de refuge zien. De route doet ons toch even de wenkbrauwen fronsen omdat … er eigenlijk geen route is. Heel de noordflank van de Pic Caramantran tot de Col Agnel is praktisch nog volledig met sneeuw bedekt ! Gelukkig hebben al enkele wandelaars voor ons de weg gedaan, zodat we hier en daar sporen in de sneeuw zien.

Na een vermoeiende traverse van een uur door de sneeuwvelden, krijgen we dicht bij de refuge dan toch vaste grond onder de voeten. De refuge ligt nu binnen handbereik en om 15u40 komen we aan op het terras, als juist de eerste regendruppels uit de hemel komen vallen. Tot onze spijt zijn we niet de eersten die hier aankomen en dat betekent dat we in de dortoir geen slaapplaats beneden meer vinden. Dat zal dus klimmen worden vannacht. Na de gewoontegetrouwe douche en het wassen van onze wandelhemden en –sokken, zetten we ons op het terras met een biertje en genieten in de avondzon (de regenbui was overgetrokken) nog van de rust en het panorama. Het piramide-vormige silhouet van Le Pain de Sucre beheerst het zicht naar het zuidoosten. In goede weersomstandigheden wordt deze berg beschouwd als een voor de ervaren wandelaar mogelijk doel. Tenminste als er niet te veel ijs en sneeuw is. De gardien van de refuge deelt ons mee dat het weer morgen OK zal zijn voor een beklimming, maar dat er hogerop onder de top nog sneeuwvelden liggen die dit seizoen een beklimming belet hebben. Dat zijn zorgen voor morgen.

 

 

4. Refuge Agnel – L’ Echalp : 26 juni 2014

 

De zon is weer van partij en doorheen de bloemen- en sneeuwvelden trekken we naar de Col Vieux (2806 m). Na een half uurtje zijn we er en aanschouwen het nu erg nabije silhouet van le Pain de Sucre. Wolken zweven over de kam, die de grens vormt met Italië op ons toe. De toppiramide is goed zichtbaar en we besluiten het erop te wagen … de beklimming van Il Pan di Zucchero. De top torent nog 400 boven ons uit, maar we hebben al grotere hoogtes overwonnen en dit is een buitenkans. Alle andere wandelaars, richten hun stappen dalwaarts richting Lac Foréant, maar we gaan een poging doen. Eerst volgen we nog een vrij goed zichtbaar pad, maar wat verder moeten we weer door sneeuwvelden ploeteren, en richten we ons volgens de aanwijzingen van de boekjes naar de westgraat. Na enkele erg brede sneeuwvelden overgestoken te zijn, komen we op de graat bij enkele lage rotsen uit op ongeveer 3000 m hoogte. We beslissen van hier onze rugzakken achter te laten. Gewapend met slechts mijn fototoestel en onze wandelstokken beginnen we aan het laatste stuk. Hier en daar zien we enkele steenhoopjes en soms is er zelfs een soort van pad, maar meestal moeten we op ons gevoel verder gaan en klimmen, want soms is wat klauterwerk noodzakelijk. Maar het gaat goed tot we een 40 meter onder de top voor een groot sneeuwveld komen te staan. Om 10u40 staan we op de top (3208 m).

Spijtig genoeg is de vallei aan de italiaanse kant nog vol wolken en zien we zo zelfs de dichtbij gelegen Monte Viso niet, maar aan de franse kant is het uitzicht formidabel ! De topkam zelf is niet zo breed, maar wel lang en ik begeef me wat verder oostwaarts om enkele foto’s te trekken van de Pic d’ Asti en de Mont Aiguillette. De Crête de la Taillantelijkt erg nabij en het Lac Foréant is slechts een kleine poel aan onze voeten. Als de wolkenmassa aan de italiaanse kant toch wat dunner wordt, merk ik pas hoe smal de kam hier is. Om 11 u richten we onze stappen terug naar beneden. Om 11u50 kunnen we onze rugzakken weer aandoen en verder afdalen naar de Col Vieux. Het uitstapje naar de top van le Pain de Sure heeft ons toch een 3-tal uren gekost.

Van daar gaat het dan vrij steil bergaf over grote sneeuwvelden richting Lac Foréant. Grote en kleine groepen wandelaars komen ons al tegemoet vanuit de vallei. Iets voor we het meer bereiken laten we de meeste sneeuw achter ons en daar aangekomen zoeken we een mooi plaatsje uit in de zon met zicht op de berg en het meer voor onze picknick. Langs de Torrent de Bouchouse gaat het dan verder omlaag naar en langs een tweede bergmeer, het Lac Egorgéou. Heel de vallei is hier een beschermd natuurgebied en we begrijpen waarom ; niet alleen de zichten zijn absoluut prachtig, maar ook bloeien er hier massa’s bloemen.

Tenslotte komen we na een afdaling van 1500 m aan in de vallei van de Guil. Bij de brug over deze rivier zien we hoe breed deze kan worden als in het voorjaar de sneeuw hoog in de bergen aan het smelten is. Om 16u25 staan we bij onze gîte in L’ Echalp, 7 Degrés Est. Het blijkt de enige locatie waar wat gebeurt in het dorp. We installeren ons in de dortoir en rusten wat uit in de gezellige woonkamer. De gîte blijkt volzet deze avond. Ook het avondeten is van een hoge kwaliteit. We genieten van de heerlijke lasagne en liggen om 21u30 al in bed.

 

 

5. L’ Echalp - Abriès : 27 juni 2014

 

Om 8u30 verlaten we het kleine plaatsje L’ Echalp en gaan via de asfaltweg naar La Monta, een nog kleiner gehucht. Het is niet veel meer dan een kerkje en een gîte groot. Hier verlaten we de valleiweg en trekken de helling op en de natuur in. We staan aan het begin van een klim van 900 m. Langzaamaan woren de huisjes van La Monta onder ons kleiner en stilaan begint de temperatuur te stijgen. We zijn dan ook tevreden als we hogerop in een bos terechtkomen en wat kunnen profiteren van de schaduw. Het wordt een verhaal van langzaam maar zeker en na meer dan 2u30 klimmen, komen we boven op de Crête de Peyra Plata op bijna 2500 m hoogte. Bij een steenhoop doen we onze rugzakken af, en besluiten te genieten van onze picknick en het uitzicht.

Om 12u trekken we verder. Onderweg gaan we even langs de Sommet de Lauzière (2576 m) en over het hoogste punt van de Crête op 2584 m voor we na een korte afdaling op de Collette de Gilly toekomen.Het is daar echt een kruispunt van wandelwegen en dat is er aan te zien. Verschillende groepjes stappers heben deze hoogte uitgekozen om even uit te rusten. Links van ons zien we in de diepte al ons einddoel liggen : Abriès. Het is echter nog maar 13u15 en onze route gaat net de andere richting uit. We dalen nu af in een mooie groene vallei, waar verscheidene marmotten ons verwelkomen met hun schel gefluit. We bereiken de boomgrens en komen zo in het Bois Noir terecht. Nog wat lager zien we door de bomen heen de parking bij Valpréveyre in de diepte liggen. Het wordt een heerlijke wandeling door het schaduwrijke bos naar ons einddoel.

We krijgen ook een mooi uitzicht op de vallei van de Torrent de la Montette met het dorpje Le Roux in de diepte voor ons en de zuidflank van de machtige Bric Froid (3302 m) erachter. We hebben echt genoten van elke minuut van deze boswandeling als we na een uitgebreide rustpauze bij een klaterend bergbeekje om 16u15 uitkomen bij een oratoire met uitzicht op Abriès. We wandelen het plaatsje in en vinden snel onze gîte ‘Le Villard’, waar we ook enkele ons bekende wandelaars terugvinden. Morgen is het al de laatste dag. Spijtig !

 

 

 

6. Abriès – Ville-Vieille : 28 juni 2014

Het was gisteren een heerlijk, zonnige dag en het lijkt erop dat het ook vandaag prachtig gaat worden. We zijn weer als laatste weg. Zelfs een groep van 7 franse dames is al een tijdje vertrokken. Eerst krijgen we een kruisweg voor de voeten, die ons naar een flinke kapel leidt met een prachtig zicht over Abriès. Vervolgens volgen we en rustig stijgend voetpad dat ons een mooi panorama biedt over de vallei van de Guil. Weerom kleuren bloemen van allerlei tint ons pad. Via een oud kapelletje kmen we in de vallei van Le Malrif terecht. Na een uur bereiken we het oude dorpje le Malrif. We denken eerst dat het uitgestorven is, maar als we er door trekken, zien we dat er minstens 2 huizen gerenoveerd worden.

Ondertussen hebben we al flink wat hoogtemeters gewonnen, maar zijn er ook wat donkere wolken bijgekomen. Na een halte onder een lork tijdens een korte regenbui, bereiken we tenslotte de alpenweiden en de passerelle over le Malrif bij les Bertins. Al 500 m geklommen en nog 500 m te klimmen tot ons doel, het Lac du Grand Laus. Het pad gaat nu echt de dalwand in en boven ons zien we nog andere wandelaars onze kant uitgaan. Het wordt ook stilaan kouder en als we tenslotte iets na 11u30 boven komen, slaat een koude wind ons in het gelaat. We hebben nog net de tijd om enkele foto’s te nemen bij het Lac of een ijzige regen begint uit de nu donkere wolken te vallen. Snel doen we alles aan wat we bij ons hebben : muts, handschoenen, regenjas en –broek en maken we ons, net als alle andere wandelaars, die hier waarschijnlijk gepland hadden om te picknicken, uit de voeten. Als we wat later enkele honderden meters zijn afgedaald en de Crête du Serre de l’ Aigle zijn overgestoken, is de wind gaan liggen en breekt de zon nu en dan door de wolken heen.

We zijn dan in de brede, groene vallei van de Lombard aangekomen en passeren even later op hoogte de bergerie met dezelfde naam. Om 13u15 komen we aan bij een kapelletje bij les Eygliers, weerom een gehucht dat nog alleen uit ruïnes bestaat en een gerestaureerd kerkje. Donkere wolken blijven echter boven de horizon hangen en we zijn dan ook tevreden als we om 14u30 Aiguilles kunnen binnenstappen zonder nog een bui op ons hoofd gehad te hebben. Vandaag vindt de Grand Raid du Queyras plaats en Aiguilles is één van de startplaatsen, maar buiten één (verdwaalde) loper, zien we er niet veel van. Tot we buiten het dorp bij de brug over de Guil zelf de tent van de organisatie zien staan. Het lijkt me dat ze niet het beste weer getroffen hebben vandaag en dat zal het aantal deelnemers wel drukken ! Wij richten ons nu naar het westen en volgen de Guil stroomafwaarts richting Ville-Vieille. Ons geluk heeft blijkbaar lang genoeg geduurt, want even later begint het toch weer te regenen en deze bui zal ons gezelschap houden tot even voor ons einddoel. Ondanks dat genieten we toch van de laatste kilometers van onze Tour du Queyras, terwijl in de verte doorheen de laaghangende wolken het silhouet van het Château de Queyras herkenbaar is. We willen nog even een bezoek brengen aan de église St. André van het dorp, maar er blijkt een trouwfeest plaats te vinden (die hadden ook beter weer kunnen treffen). Dus zit er niets anders op dan naar ons hotel terug te keren en om 17u onze Tour te beëindigen, daar waar we ze begonnen zijn 5 dagen geleden.

 

 

Epiloog

 

Heel de nacht en de volgende morgen heeft het nog pijpestelen geregend in de Queyras. Het was zelfs zo dat we uit voorzichtigheid niet over de Col d’ Izoard teruggekeerd zijn, maar de lange omweg via Guillestre, Embrun en Gap genomen hebben om naar Grenoble te rijden. Vanaf dan trokken de donkere wolken meer en meer weg en via het franse en belgische snelweg-netwerk, kwamen we om 20u30 , net 12 uren na ons vertrek ‘s morgens, terug thuis. De Queyras is een prachtige bergstreek om door te wandelen. Hoog genoeg om uitdagend te zijn en met genoeg bewandelbare wegen om er meer dan een week in rond te wandelen.