GR 5 : Alpen Zuid

 

 

87. St. Etienne-de-Tinée - Roya (13 km) : 7 Juli 2008

 

Het is even zoeken naar de familiaire roodwitte streepjes, maar we vinden ze dan toch terug in een zijstraat en richten ons onmiddellijk zuidwaarts, naar de Middellandse Zee. Al snel komen we langs het ene kapelletje na het andere. Links van ons zien we al op enige diepte de Tinée evenwijdig met ons mee stromen. Terugkijkend zien we achter ons in de zon de stad liggen met de markante toren van de kerk als een baken in het midden. We zijn dan in vogelvlucht nog geen 100 km van de zee verwijderd, maar met dit mooie panorama voor ons voelen we ons nog midden in de Alpen. We volgen even de weg bergopwaarts en komen voorbij de kapel van St. Maur. En van dan af wordt het weer een heerlijke boswandeling, maar dan wel één die ons ongeveer 400 hoogtemeters zal doen winnen.

En de eerste stukken zijn dan ook al vrij steil. We komen onderweg nog wel een ruïne tegen van een oude woning of stal en iets verder moeten we nog over een over het pad gevallen boomstam klauteren, maar uiteindelijk wordt het toch een klimmetje van een uur, voor we rond 12u30 iets beneden ons vanop een hoogte (1665 m) Auron beneden ons zien liggen en na wat dalen, bereiken we de eerste huizen van het dorp. Bij een bruggetje over een bergbeekje besluiten we even een halte te houden en van de gelegenheid gebruik te maken om te picknicken. Auron is het voornaamste wintersportcentrum van les Alpes Maritimes en dat kunnen we van hieraf dan ook goed zien. Het ligt net niet in het Parc National du Mercantour en roept een beetje herinnerngen op aan Tignes-le-Lac en Val Claret in het Vanoise gebergte.

Na een half uurtje pakken we onze spullen weer bijeen en zetten onze wandeling verder. We vervolgen onze weg in de richting die de pijltjes ons aangeven : “GR5 – Roya”. Achterom kijkend, zien we nu aan de overkant van de vallei Auron liggen tegen de achtergrond van de bergketen, die aan de andere kant van de Tinéevallei ligt en de grens vormt met Italië.

Snel verlaat de GR de omgeving van de skipistes en trekt terug de bossen in. En het klimmen is nog niet gedaan. Vandaag moeten we nog even boven de 2000 meter uitkomen. Het gaat via een mooi pad tussen de sparren door en we komen nu en dan nog wandelaars tegen. Om 14u komen we uit op de Belvédère des Chamois op 1800 m. We hebben hier een mooi zicht op de vallei van de Auron en de weg met zijn haarspeldbochten van Auron naar de Tinéevallei.We bereiken het hoogste punt voor vandaag iets na 14u30. Het is echter geen echte col, waar men de top van een echte kam bereikt, maar eerder een grote wei, waar je plots zicht krijgt op een andere vallei. Iets voor de top zijn we namelijk juist boven de plaatselijke boomgrens gekomen.

De dag is al goed gevorderd en we hebben nog een flinke afdaling voor de boeg. We zijn nu in de vallei van de Roya aanbeland en vergeleken met die van de Auron is dit voor ons een echte verademing. We bevinden ons nu in weiden, waar af en toe wat stallen en bomen staan en het zicht is hier prachtig. Het landschap is niet bedorven door skiliften of andere onnatuurlijke dingen en aan de andere kant van de vallei kunnen we al de bergketen bewonderen waar we de volgende dagen op en over moeten trekken. Na elke bocht zien we meer en meer schapenstallen en andere bouwsels verschijnen. Sommigen zijn nog in een goede staat, maar vele anderen staan er vervallen bij. Dan komen we voorbij de ruïne van la chapelle St. Sébastien. Je zou niet meer zeggen dat het een kapel geweest is, want het verkeert in een zeer vergevorderde staat van verval. Enkele honderden meters verder komen we bij een enorme kudde schapen, die hier in een omheinde weide opgesloten zitten. Ze hebben allen een letter op hun vacht getekend : het zijn allemaal ‘B’ schapen. Ik ben benieuwd of we vandaag nog een ‘A’ soort gaan tegenkomen !

Ondertussen is voor ons de vallei van de Lugière in zicht gekomen. Dit beekje stort zich van de zuidhelling van de las Donnas naar de vallei van de Roya en heeft hier in het goed begraasde weiland een diepe ravijn uitgesleten. De GR5 en wij ook steken iets verderop het valleitje over en moeten dan toch wat zoeken naar de roodwitte strepen voor we ze terugvinden. De valleiwand ligt er hier in terrassen bij alsof men hier ooit rijst verbouwd heeft. En dan zien we in de diepte enkele huizen bij elkaar, het eerste teken van Roya. De afdaling wordt steiler en we moeten nog goed op onze stappen passen, maar tussen wilde rozenstruiken en ander moois door komen we na een laastste steile passage tenslotte toch in Roya aan. Van boven uit hebben we kunnen zien dat het plaatsje echt niet meer dan enkele huizen groot is. Doe daar nog een kerkje bij en de plaatselijke gîte en je hebt alles gezien.

 

 

 

 

 

88. Roya - Refuge de Longon (25km) : 15 Juli 2008

 

 

De twee volgende dagen staan er enkele mooie wandelingen te wachten. We trekken terug het Parc National du Mercantour in en gaan dwars door het massief van de Mont Mounier naar de vallei van de Tinée om die de tweede dag over te steken ,en dan omhoog te klimmen naar de vallei van Valdeblore om tenslotte naar St. Dalmas te wandelen. In Roya dalen we eerst af naar de kerk en vinden daar de wegwijzers terug die ons verder gaan leiden. Eerst gaat het nog even naar beneden tot we bij de beek zelf zijn aanbeland op 1465 m en nadat we die overgestoken zijn, gaat het al vrij snel omhoog een zijvallei in. We zitten hier echt in de gorges van de Vallon de Sallevieille, zoals het beekje heet dat hier gedurende vele eeuwen al een immense kloof heeft uitgeschuurd. Na de eerste engten verbreedt de kleine vallei zich wat en na een half uur zien we aan de overkant van de vallei een pracht van een waterval zich naar beneden storten van de flanken van de Mont Férant. Voor ons stijgt de weg verder door en op een gegeven moment komen de valleiwanden weer dichter bij elkaar tot we ongeveer ter hoogte van de boomgrens om een hoek draaien en de grote, groene, golvende vlakte van de hoge vallei van de Sallevieille voor ons zien.

Zonder ophouden klimmen we verder de vallei in en na nauwkeurig het GR5 pad gevolgd te hebben, komt na een tijd ons volgende herkenningspunt in zicht, een herdershut. Als we dichter bij de hut komen, krijgen we stilaan ook een beter zicht op de volgende hindernis, de imposante Barre de Sallevieille, die als een donkere, loodrechte wand achter het gebouwtje opduikt. Deze dreigende muur, sluit een groot deel van de vallei af van de hoger gelegen delen van de berg en ik vraag me af waarheen de GR-streepjes ons straks naar toe zullen leiden. Om 10u20 komen we bij het van natuursteen en golfplaten gemaakte verblijf aan. We zitten al op 1955 meter hoogte en zijn al bijna 500 meter op iets meer dan 1 uur geklommen. Nog een goede 500 meter verder klimmen en we zijn op ons eerste hoogtepunt van vandaag, de Col de Crousette. Schelle kreten van bergmarmotten begeleiden ons, terwijl we verder oostwaarts gaan springend over kleine waterloopjes en wandelend rond rotsblokken zo groot als tuinhuisjes. Als we achter ons kijken, strekt de vallei zich uit tot hij zich verliest in de verte. Door het lange en nu ook steilere klimmen is de groep wat uiteen gerokken, maar op de een of andere manier vindt het pad hier een weg omhoog, zodat we stilaan toch ter hoogte van en boven de steile rotsmuur van de Barre geraken. Hier wordt de helling wat minder steil en we komen uit op een brede, lichtgolvende vlakte. Het is de vlakte van de Combe de Crousette. Eindelijk zien we de bovenste hellingen van de Mont Mounier. De Mont Mounier is de laatste grote berg, die we – wel niet over de top, maar dan toch over zijn schouder - gaan overschreiden op de GR5. De naam Mounier betekent eigenlijk ‘Zwarte Berg’ of Mont Noir en de berg is één van de bekendste toppen in de Alpes Maritimes.

Wij hebben nu ook grinthelling naar de Col de Crousette ontdekt en richten onze passen daarheen. Zoals gewoonlijk wordt de helling naar het einde van de beklimming toe nog wat steiler en doorheen de puinhelling zigzagt het pad tenslotte de laatste meters omhoog naar de pas. Om 11u45 bereiken de eerste leden van onze groep tenslotte de richtingwijzer op de Col de Crousette op 2480 m hoogte. De baguettes en de kaas worden bovengehaald en terwijl we de omgeving bewonderen, steken we de ‘brood’nodige caloriën achter onze kiezen. Even later loopt er over de helling enkele tientallen meters onder ons een gems (Rupicapra rupicapra).We hebben nog een 107 hoogtemeters te verwerken naar het hoogste punt van de GR5 van vandaag, de stèle Vallette. Het wordt een korte, maar pittige klim over de westflank van de Petit Mounier naar een kam, die we al vanop de Col de Croussete zagen liggen. Om 12u55 staan we bij de stèle op 2587 m hoogte en hoger moeten we niet meer vandaag. De stèle zelf is een half afgebroken marmeren zuiltje van een 1,5 m hoogte, dat dient als gedenkteken voor een zekere luitenant Vallette-Viallard, die hier in de buurt tijdens een patrouille in 1936 is omgekomen. We staan hier op een kammetje dat van de Petit Mounier naar het zuiden loopt en hier zo plots eindigt, dat het lijkt of we op een bergtop staan ! Nu hebben we echt een prachtig zicht van bijna 360 ° rondom ons. Ondanks het feit dat we hier al vrij dicht bij de Middellandse Zee zijn, zien we in de verte nog geen blauwe watervlakte, maar in die richting strekken zich nog steeds bergrug na bergrug uit naar de verte.

Met z’n drieën trekken we noordwaarts over de bergkam naar de Petit Mounier terwijl de rest zuidwaarts richting refuge vertrekt. Eerst komen we nog enkele groepjes wandelaars tegen, die hier en rustpauze houden, maar even later zijn we alleen met de berg. De beklimming is niet al te moeilijk en via een duidelijk pad gaat het rustig de hoogte in. Links onder ons wordt de Col de Crousette kleiner en kleiner en ook de Cime Nègre (2553 m), de donkere bergtop, die de westelijke wachter van die col is, kunnen we even later op zijn kruin kijken. Langzaam maar zeker komt de top van de kleine Mounier dichterbij en om 13u30 staan we bij de kleine stenen koepel, die boven de put op de top gebouwd is. De klim zelf over de ongeveer 1,5 meter brede kam is niet echt moeilijk of steil, maar het feit dat er rechts en links van ons redelijk diepe afgronden gapen, maakt toch dat we ons niet helemaal op ons gemak voelen. We blijven ons daarom maar op het zicht voor ons concentreren en zien de wat naar links overhangende top langzaam dichterbij komen, tot we na een laatste inspanning om 13u55 bij het metalen kruis op de top aankomen. Met z’n drieën staan we op 2817m hoogte boven de zeespiegel. Hoewel we ons niet echt op de GR5 zelf bevinden (maar goed een kilometer en een half erbuiten), is dit het hoogste punt dat we tijdens onze tocht over de GR5 bereikt hebben; hoger dan de 2796 m van de Col de Chavière en de 2671 m van de Pas de la Cavale.

Na 25 minuten op de top verbleven te hebben,dalen we weer af. Een kwartier later staan we weer bij de ruïnes op de top van le Petit Mounier. We dalen de zuidwestelijke kam terug af en staan na 20 minuten of ongeveer 1u45 minuten na ons vertrek vanaf deze plaats terug bij de Stèle Valette. Hier kunnen we dus de eigenlijke GR5 terug oppikken op weg naar het zuiden. We vertrekken onmiddellijk via een korte, steile afdaling naar de Baisse du Démant. En dan beginnen we aan de tocht door het befaamde ‘maanlandschap’ van de Baisse. Het pad zigzagt verder naar beneden en na een tijdje krijgen we een heel ander panorama voor ons. De omgeving wordt groener. Hier en daar begint er al wat gras tussen de rotsen te groeien en ook de eerste bomen komen terug in zicht. Iets verderop bereiken we de Col du Refuge. We ronden nog een hoogte en dan bereiken we om 16u05 de Col de Moulinés op 1981 m hoogte en we besluiten om ons even neer te zetten. We zakken over een kleine afstand 160 m naar beneden en komen onder aan bij de Démant torrent, die we via enkele rotsblokken in het beekje overschreiden. Eerst blijft het pad nog mooi op hoogte lopen iets boven het beekje, dat we zojuist overgestoken zijn.

We steken iets verder het valleitje van de Combe Maure over en zien wat later rechts vooruit wat onder ons in de vallei de eerste huisjes van Vignols verschijnen. Iets boven het dorpje bevindt zich een enorme opening in de rotswand. Dat moet wel een flinke grot zijn. De bewegwijzering wordt wat onduidelijk en we worden verplicht nu en dan enkele moeilijke passages te overwinnen om het volgende kenteken te bereiken. Wat hogerop echter begint het pad wat steiler te worden en het tempo gaat wat naar omlaag. Het pad brengt ons tot onder een steile rotsmuur en neemt dan een haarspeldbocht om de laatste klim aan te vatten , die ons tenslotte bij een beekje brengt. Ondertussen zien we dat zich voor ons een groene vallei uitstrekt, die zacht golvend nog wat verder klimt. Iets verder komen we midden in de vallei uit bij een gemetselde pilaar, waar enkele wegwijzers de afstand aangeven naar verschillende plaatsen. Naar de refuge is het nog een half uurtje. Wat klimmen betreft is het genoeg geweest voor vandaag. Onderlangs de grijze top van de Peïra Blanca zetten we onze weg verder naar ons einddoel. Heel de vallei is hier bedekt met bloemen in alerhande kleuren. Tenslotte krijgen we om 18u00 dan toch in de langer wordende zonnestralen van het einde van de dag de refuge in zicht. Het is een enkel langgerekt gebouw annex stallingen, waar buiten in de zon enkele banken staan, waar al heel wat mensen aan zitten. Om 19u00 worden we aan tafel geroepen . We zijn zeker met minstens 25 gasten vanavond en ieder krijgt zijn plaats toegewezen aan de lange tafels. Na zo een lange en zware wandeldag gaat alle voedsel vlot achter de kiezen. Na de soep komt er lekkere polenta met vlees en als nagerecht een heerlijke cake. Dat alles overgieten we met voldoende water en natuurlijk ook wat wijn. Later gaan we buiten zitten om nog wat na te genieten van de laatste zonnestralen.

 

 

89. Refuge de Longon - St. Dalmas-Valdeblore (27km) : 16 Juli 2008

 

Om 8u00 stipt is iedereen klaar om te vertrekken. Tot in Saint Sauveur-sur-Tinée zullen we bijna 1500 meter moeten afdalen !Eerst volgen we nu de Longon beek en het duurt niet lang of het pad begint al snel zigzagsgewijs te dalen tussen rotsen en lorken. Voor ons zien we de smalle vallei die de beek hier in de rotsen heeft uitgesleten en in de verte herkennen we de al de kloof die de Tinée rivier hier door de bergen gegraven heeft. We dalen al snel onder de boomgrens, steken het water over en laten wat verder het beekje aan onze linkerkant, terwijl de GR5 hoger blijft doorlopen tegen de valleiwand. Zo laten we nog maar eens het Parc national du Mercantour achter ons en nu voorgoed. Na een flink half uur, maakt de GR een scherpe bocht en bevinden we ons in een ander valleitje, dat van de Ruisseau de l’ Arcane.

Stilaan komen we dichterbij de diepe Tinéevallei en nu en dan zijn er doorkijkjes tot op de bodem ervan. Echt indrukwekkend ! De 2711 m hoge Mont Saint Sauveur vormt een mooie achtergrond ervoor aan de andere kant van de vallei. En dan merken we dat de roodwitte streepjes een zijpad volgen en niet de weg. Het pad draait nu meer naar het zuiden en we kunnen nu ook de Tinéevallei naar het zuiden toe inkijken. Het pad is nu wel eens stuk smaller geworden en het wordt er niet gemakkelijker op. Af en toe moeten we op en over rotsen kruipen en ondertussen mogen we het pad niet uit het oog verliezen. Iets verderop vertelt de topogids ons dat we langs het arboretum van Roure wandelen, maar dat is me spijtig genoeg helemaal ontgaan. Mijn blik wordt eerder aangetrokken door Roure zelf. Na een bocht krijgen we het dorp plots voor ons te zien. Het is één van de bekende panorama’s op de GR5, waarvan men steeds foto’s kan bewonderen als men op het internet surft. Eerst zien we voor het eerst Saint Sauveur-sur-Tinée in de diepte liggen en dan ligt daar plots Roure op zijn rots op de voorgrond voor ons. Adembenemend mooi en niet te geloven hoe men daar ooit in geslaagd is niet alleen een kerkje, maar een heel dorp te bouwen.

De GR5 daalt verder af langs de smalle straatjes van het plaatsje en plots bevinden we ons weer op een smal paadje in de natuur. De GR 52A heeft ons ondertussen vervoegd en zal hetzelfde traject blijven volgen als de GR5 tot in St. Dalmas-Valdeblore. Wij steken nu en dan de weg van Roure naar de vallei over en vergissen ons bijna van richting. Gelukkig heeft een inboorling een extra plaatje gehangen met een bericht voor verkeerd lopers zoals wij, dat de GR5 niet langs daar is. We keren op onze stappen weer en vinden de roodwitte streepjes en het pad terug iets verderop. Ook komen we nu en dan de eerste tekenen van beschaving tegen zoals afsluitingen en vuilnis. Opgelucht dalen we dan de laatste meters af naar de vallei en om 11u50 wandelen we via de brug over de Tinée Saint Sauveur binnen. We bevinden ons op 496 meter boven de zeespiegel en dat is het laagste peil sinds het Meer van Génève. Sinds gisterenmiddag op de Mont Mounier zijn we bijna 2100 meter gedaald (en sommigen onder ons zelfs 2321 meter). We hebben nog bijna 4 uren wandelen voor de boeg en het zal niet allemaal meer dalend zijn. We trekken nog even verder tussen de huizen door tot we bij een overdekte lavoir enkele banken vinden in de schaduw. Om 12u00 beginnen we aan ons maal. Om overhitting te voorkomen dompelen we enkele malen ons hoofd in het koele water van de lavoir. Het weer blijft ons gelukkig meezitten. We begeven ons terug naar de Mairie die zich aan de D2205 bevindt. Via een steil, smal paadje beginnen we aan onze eerste klim. We passeren nog een groot metalen kruis, dat we al zagen van beneden en dan komen we terug uit op dezelfde asfaltweg als die we verlieten en even verder bij het mooie Chapelle St. Roche.

En dan beginnen we aan de eerste lange klim van de dag, eerst nog gelukkig in de schaduw van een loofbos, maar wat later worden de bomen schaarser en worden we blootgesteld aan de warme stralen van de zon. Eerst wandelen we zo door het valleitje van de Isart. Doorheen het groen van de valleiwand zien we waarschijnlijk Rimplas, ons volgende doel. Rechts van de knik weten we dat op een vooruitgestoken rots het Fort van Rmplas ligt. Het pad waarlangs we lopen zou de oude verbindingsweg zijn van St. Sauveur naar de Val de Blore en weer zien we dat we in de ‘Terre Rouge’ zijn. Enkele honderden meters voor het dorp komen we op asfalt terecht en bereiken zo de eerste huizen van Rimplas (1016 m). We zijn 520 meter geklommen vanuit St. Sauveur. Als we Rimplas achter ons laten, laat de GR ons gelukkig al snel het asfalt verlaten en komen we op een onverhard wandelpaadje terecht. Doorheen het warme en meer mediterrane landschap blijven we stilletjes bergaf gaan naar het oosten en dalen we stelselmatig af naar de vallei.

Het is ongeveer 15u00 en we beginnen aan de laatste klim van onze tweedaagse. Bij een splitsing kan men rechts naar la chapelle St. Donnat klimmen, maar voor die omweg hebben we nu geen tijd en zeker geen energie meer. Langs het pad stroomt een beekje bergafwaarts. Waar het een klein watervalletje vormt. Daar stoppen we even om ons te verfrissen. Verderop wordt het landschap wat meer open en we bereiken tenslotte een verharde weg dicht bij wat bebouwing. En dan bereiken we om 15u40 de verkeersweg terug bij het plaatsje la Bolline. Tenslotte komen we op de hoofdweg uit, die we blijven volgen tot in St. Dalmas zelf. Het is eigenlijk een einde in mineur, want de weg wordt vrij druk bereden en er is soms geen plaats voor een voetpad, zodat we voorzichtig moeten zijn vooral als er een bocht is. Het duurt nog wel een tijdje voor we in het dorp zijn en dan moeten we er nog voor een groot deel doorheen.Uiteindelijk komen we bij de kerk van St. Dalmas uit om 16u40. We sluiten onze tweedaagse feestelijk af met een ijscoupke. De lokatie is hier wel prachtig. We zitten eigenlijk in een kleine boomgaard, die dienst doet als terras van een café, en we hebben een mooi zicht op de kerktoren van het plaatsje.

 

 

 

90. St. Dalmas-Valdeblore - Utelle (30km) : 9 Juli 2008

 

Om 6u55 rijden we bij de kerk van St. Dalmas-Valdeblore de parking op, ongeveer een half uur later dan gepland. De prachtige romaanse kerk met zijn mooie toren vangt nu juist de eerst stralen op van de opgaande zon. We moeten wel goed uitkijken hier, want St. Dalmas is werkelijk een kruispunt van GR-wandelwegen en er zijn hier al meermaals wandelaars verkeerd gelopen. Op een kruispunt vinden we het onomstotelijke bewijs dat we goed zitten. Een drietal richtingwijzers wijzen ons de goede richting aan en zo kunnen we niet mislopen als we het dorp achter ons laten. Voor ons rijzen de nog in de schaduw liggende beboste hellingen op van le Caïre Gros en ze zijn wel wat intimiderend zoals ze steil voor ons oprijzen.Aan de andere kant van St. Dalmas beschijnt de zon al de noordelijke valleiwand. Na een 20 minuten komen we op een open plek uit bij een kruispunt en wachten we even op elkaar. Langs de met lorken begroeide helling brengt het smalle pad ons gestaag hogerop in dit passend genaamde Bois Noir. Soms is de begroeiing rond het pad zo dicht, dat we ons en weg moeten banen doorheen het groen.

Stipt om 08u00 komen we aan op de Col du Varaire (1710 m). We staan hier op de kam die van de Cime de Colmiane naar le Caïre Gros loopt en we krijgen dan ook een mooi zicht naar het oosten toe, waar de zon al hoog in de hemel staat en waarvan we de stralen nu ook op ons voelen. Na enkele minuten zijn we weer vertrokken en deze keer is het een rustige wandeling op hoogte langs de noordelijke flank van le Caïre Gros. Weer bevinden we ons in een dicht sparren- en lorkenbos met af en toe doorkijkjes naar het noorden toe. Nu en dan kunnen we zelfs een glimp van St. Dalmas tussen de boomstammen door opvangen. We blijven langzaamaan stijgen tot we dichterbij de volgende col van de dag komen en dan wordt het nog even zigzaggen tot we om 8u30 uitkomen bij de wegwijzer op de Col du Caïre Gros of zoals die plaat zelf zegt de Col des deux Caïres op 1921 m (of 1906 m zoals de topogids beweert). Een prachtig panorama (weeral) ontrolt zich voor onze ogen. Vanaf deze plaats hebben we een prachtig zicht op het gehele gebied ten zuidwesten van ons. Bergrug na bergrug van deze Alpes Maritimes strekken zich uit tot aan de einder in de verte.

We blijven de kam volgen zo goed en zo kwaad als het kan, soms er bovenop en soms er iets onder. Verderop wordt het toch wat moeilijker ! De kam wordt rotsiger en soms zelfs erg smal. Er komt nu en dan wat klauterwerk aan te pas en we hopen telkens weer dat we nog een kenteken gaan tegenkomen. Het is ondertussen al meer dan een uur geleden dat we onze tochtgenoten verlaten hebben, en om eerlijk te zijn had ik verwacht dat we ze al een stuk eerder terug zouden gevonden hebben. Maar onze zwerftocht over de kam van de Mont Chalancha zal daar wel voor iets tussen gezeten hebben, veronderstel ik. En dan zien we in de diepte op een pad op de flank zeker een 75 meter onder ons één van onze tochtgenoten terugwandelen in de richting waarvan wij komen. We zetten oze handen ronde de monden en roepen hem toe. Al snel heeft hij door waarnaar hij moet kijken en heeft hij ons gezien. Wij besluiten de helling die hier gelukkig niet al te steil is, rechtstreeks af te dalen naar de plaats waar hij zich bevindt. Na een 10 minuutjes afdalen staan we bij hem en vertelt hij dat zij al een 20tal minuten hier bij de le Pertus (1958 m) op ons aan het wachten zijn.

Bij Le Pertus bevinden we ons op één van de plaatsen waar het wandelpad even de kam vervoegt en naar het westen toe hebben we een mooi zicht op het chapelle Ste Anne, dat we nog net 700 meter onder ons in de diepte zien liggen. Na een goede 10 minuten staan we aan de andere kant van la Pantissuollo terug op de kam bij de Baisse de la Combe (1910 m). En dan komt er uit de bossen tegenover ons een figuur ons tegemoet. Hij ziet er echt uit als een zwerver, maar aan het feit dat hij het gezelschap heeft van een 4tal honden begrijpen we al onmiddellijk dat we te doen hebben met een herder. Deze maal een herder zonder kudde dan, want hij vervolgt zijn weg bergaf zonder schapen. We praten even met elkaar en bewonderen even zijn viervoeters. Het zijn twee border collies en twee grotere Pyreneese berghonden. De taak van de Pyreneese berhonden is niet zozeer om de kudde bijeen te houden, daar zorgen de border collies voor, maar om de kudde vooral ’s nachts te beschermen tegen wolven en ander ongedierte. Ondertussen zijn we de donkere noordwand van de Mont Tournairet, ons volgende doel, al goed genaderd, maar net voor we er geraken, draait het pad plots onderlangs de top naar links en verdwijnt terug tussen de bomen. We bevinden ons terug op een meer schaduwrijk stukje van de GR5 en dat is best aangenaam.

Om 10u40 komen we op onze volgende col van de dag toe. Deze keer is het meer een colletje, de Collet des Trous op 1982 m hoogte. Het is eigenlijk een punt waarop 3 kammen samenkomen. De GR5 volgt hier verder de oostelijke kam, maar van hieruit is het nog maar een goede100 meter klimmen naar de Mont Tournairet (2086 m), die we al een hele, tijd in ons vizier hadden, en die ligt nu op vrij korte afstand achter of ten westen van ons. We laten de GR even achter ons en slaan een smal paadje in dat ons snel bergop doet klimmen naar de top. Er staat een vreselijk lelijke piramidevormige, metalenconstructie op de top boven een gemetselde pilaar en daar zetten we om 10u50 onze rugzakken tegen om te genieten van een prachtig uitzicht en een welverdiende rustpauze. Rondom ons op de laatste meters van de kim naar de top brengen flinke groepen Oranjelelies (Lilium bulbiferum) kleur op deze moi lokatie. Na een rustpauze van 40 minuten is het terug tijd om verder te trekken.

Op de weg terug naar de Col des Trous merken we dat er hier op de grond niet ver van de top af een soort van table d’ oriëntation gemaakt is en daar kunnen we nog even een blik werpen in de richting van de Brec d’Utelle. Op de Collet de Trous terug aangekomen, vinden we de GR5 terug en gaan nu oostwaarts langs een mooi pad onder de Cime du Fort door naar de volgende col van vandaag, de Col du Fort (1942 m). Eerst komen we voorbij een kapel, waarvan het dak duidelijk betere tijden gekend heeft. Er zijn al grote gaten in geslagen en men maakt geen aanstalten om daar iets aan te doen. Na een bocht passeren we de voorkant ervan. We zijn aangekomen bij les Granges de la Brasque. Om 12u20 komen we voorbij een bron, waar we onze watervoorraad wat kunnen bijvullen. Tenslotte komen we uit op de zuidelijke flank van de Cime de Bellegarde en hier staan er wat minder bomen, zodat op deze warme helling de Lavendel wat meer kans krijgt.

We vervolgen onze weg langs de bergwand en komen om iets voor 14u00 op de Col de Gratteloup (1412 m) toe. We laten het bos nu blijkbaar wat achter ons en wandelen verder door meer open gebied. Hogerop wordt het pad rotsiger en we ronden de ene bocht na de andere. Terwijl we aan het rusten zijn, horen we om 15u10 plots vanop de Brèche stemmen. Ze spreken nederlands en dan nog met een onmiskenbaar zuidelijk accent. We herkennen enkele Kempische klanken en beseffen dat er hier enkele streekgenoten van ons aangekomen zijn. Natuurlijk zijn het ook GR5 wandelaars (uit de omgeving van Mol, geloof ik), die nu ook hun 10e jaar bezig zijn aan deze tocht en overmorgen hopen te eindigen in Nice. Het pad gaat zigzag de vallei in tot we op een kort plat stuk komen, waar we terug even vaste grond onder de voeten krijgen. We wandelen verder tot we op een punt bijna 360 graden om moeten keren. We staan hier op de Col du Brec (1370 m) en hebben een prachtig zicht nar het westen toe. We draaien de hoek om en gaan nu onderlangs de kam van le Castel Gineste, een erg rotsige top van 1344 m, naar onze volgende col. Het pad kunnen we hier mooi in de steile, grijze bergwand voor ons uit zien liggen. Hier en daar is er zelfs een metalen brugje geplaatst om moeilijke passages te overbruggen. Het is heerlijk wandelen hier in de stralende zon met het mooie zicht rondom in de wetenschap dat we de lange tocht van St. Dalmas naar Utelle bijna volbracht hebben. Om 16u00 stipt komen we terug op de kam uit bij de Col du Castel Gineste (1220 m) (ook Col de la Mei genoemd vroeger).

Ondertussen zijn we al heel wat meters afgedaald, maar de kuiten zullen nog heel wat aktie zien, want Utelle ligt op 821 m hoogte en dat betekent dus dat we op het laatste stukje van vandaag nog 400 meter moeten zakken ! Iets lager op de helling wordt het uitzicht nog mooier en we blijven even staan om het mooie panorama (weer) in ons op te nemen. Utelle ligt in het midden voor ons met de diepe afgrond van de vallei van de Vésubie erachter en de mooie, symmetrische top van de Mont Férion (1413 m) op de achtergrond. Na een moeilijke afdaling van een half uur, komen we op een vlakke, verharde weg terecht en nadat we door een gele haag van Bremstruiken (Genista) gegaan zijn, bereiken we om 16u40 de rand van Utelle. Het oude kerkje van St. Véran met zijn imposante gothische ingang en mooie toren domineert het pleintje. We wandelen door een overdekte doorgang het dorp uit en belanden onmiddellijk op de parking en bij mijn auto, die we daar deze morgen bij zonsopgang nog geparkeerd hebben. Nog 2 dagen te gaan naar Nice !

 

 

 

91. Utelle - Aspremont (26km) : 11 Juli 2008

 

 

De smalle straatjes van het stadje laten niet vermoeden dat Utelle vroeger een vrij welvarende plaats was op de oude handelsweg van Nice naar de vallei van de Tinée. We lopen door enkele steegjes terwijl we enkele oude deuren met prachtige, oude portieken bewonderen en dan laten we Utelle achter ons. Eerst is er een korte afdaling naar het valleitje van de Rio, die hier net langs Utelle loopt en dan slaan we een bocht om en richten onze stappen naar het zuiden.Via een mooi, breed pad verwijderen we ons stilaan van Utelle en komen we dichter bij de vallei van de Vésubie, waar we ons nog meer dan 500 meter boven bevinden. Het gaat eerst nog wat bergop, maar dan vlakt het pad af en zullen we voor de rest van de voormiddag bergaf lopen. Na een kwartiertje komen we in de Vallon du Cros terecht en hier krijg ik toch echt wel het gevoel dat we in het mediterraan gebied aanbeland zijn. Kleine struiken en coniferen hebben de schijnbar de grootste moeite om hier een leven te leiden tussen de grijze rotsen. Aan de andere kant van de vallei kunnen we nu en dan al het kapelletje van St. Antoine onderscheiden, ons eerstvolgende doel.

Het gaat wel wat op en af, maar het blijft een aangename wandeling en voor we het weten arriveren we om 11u20 bij la Chapelle St. Antoine. Ik ben toch verrast een vrij groot gebouwtje te zien dat goed gerestaureerd blijkt. Binnen vinden we een schilderij dat de heilige moet voorstellen en nog allerhande kitscherige toestanden. Een smeekbede aan de heilige om toch maar ‘faites nous retrouver ce que nous avons perdu’ rond het geheel af. Aan de voorkant van de kapel heeft men een prachtig zicht op de vallei van de Vésubie. Men kan een heel stuk van de vallei overzien tot ver naar het noorden toe en ook kan men nog Utelle onderscheiden in de verte. Aan de overkant van de vallei zien we een steile afgrond. Halfweg de wand zien we de huisjes van het dorp Duranus, waar we deze morgen nog doorgereden zijn. Onder het dorp stort de wand zich over een hele afstand steil naar beneden. Dit natuurfenomeen wordt ‘Le Saut des Français’ genoemd. Op het einde van de 18e eeuw (1792-1814) kwam de plaatselijke bevolking in opstand tegen de Franse revolutionairen, die het Graafschap Nice wilden innemen. Ze werden ‘barbets’ genoemd en kwamen in opstand onder andere tegen het feit dat hun jonge mannen in het franse leger moesten dienen. De franse troepen die in handen vielen van de opstandelingen werden verplicht van de 300 meter hoge rots te springen. Vandaar dus ‘le saut des français’.

Bij tijden is het pad erg smal en is de afgrond aan de valleizijde erg dichtbij, vooral als we de Crête de la Pallu ronden. Het zicht op de vallei beneden ons en de valleiwand aan de overzijde van die diepte wordt er natuurlijk wel spectaculairder op.Na een tijdje wandelen, zien we in de verte de kerktoren van le Cros d’ Utelle tussen de bomen uitsteken. Le Cros d’ Utelle is een gehucht van Utele en bestaat uit enkele wat ver uit elkaar liggende huisjes en als centrum een kapelletje, waar we om 12u30 terug bij elkaar komen in de schaduw van een wilde kastanjeboom bij de ingang van het kleine heiligdom. Le Cros d’ Utelle is via een asfaltwegje, dat in een tiental haarspeldbochten de berg afdaalt, verbonden met de Vésubie-vallei, maar wandelaars zijn niet gebonden aan verharde weg en zo stuurt de GR ons dan ook onmiddellijk enkele trapjes af. Via dit kleine steegje beginnen we aan de afdaling.Het laatste deel van de afdaling blijven we de verharde weg volgen en bereiken om 13u15 de D2565.

Voor ons zien we de tegenoverliggende wand van de Vésubie de hoogte in reiken en de topogids stuurt ons straks die richting uit. Langs enkele bouwvallige huizen (of zijn ze ze terug aan het herstellen ?) daalt de GR nog enkele meters af naar het eigenlijke laagste punt van de vallei en via de Pont du Cros steken we de Vésubie over. Op de andere oever gaat het pad al snel vrij steil omhoog via enkele zigzags. Iets verderop komen we plots bij iets eigenaardig uit. Het is een soort van kunstmatige beek, die het water hier langzaam maar zeker bergafwaarts voert. We zijn uitgekomen bij le Canal de la Vésubie. Het is een enorm hydrologisch werk dat drinkbaar water van de bergen naar de stad Nice voert. Het is al gemaakt in de 19e eeuw (van 1851 tot 1885) en is 32 kilometer lang. Het loopt door tunnels en betonnen grachten in openlucht. We slaan een meer zuidelijke richting in en komen in de Ravin de de Fond de Linia teercht, een valleitje dat we nu bergopwaarts gaan doorwandelen om zo de vallei van de Vésubie voorgoed achter ons te laten en ons richting Levens, ons volgende doel, te begeven. Langzaam maar zeker wordt het stijgingspecentage wat minder groot en we beginnen ook al wat tekenen van beschaving op te merken. We zien nu de eerste bewoning van Levens rechts van ons boven op een heuvelkam liggen. De oude middeleeuwse toren van de kerk steekt er boven uit. We trekken dus de richting van Haut-Levens uit en beginnen aan een korte klim van een meter of 80. Zo krijgen we wel een mooi zicht naar het zuiden op de vallei, waar we straks nog door moeten trekken. Na een grote bocht komen we in het oudere gedeelte van het stadje en arriveren tenslotte om iets na 15u00 in het centrum. We vinden en zetten ons snel aan een tafeltje aan de schaduwzijde van het plein en bestellen 4 grote pinten, waar we uitgebreid van genieten. We maken er toch geen lange rustpauze van, want het lijkt wel of de GR vandaag niet korter wordt. We hebben nog een dikke drie uren te stappen en daarom zijn we om 15u30 dan ook al vertrekkensklaar.

Via mooie wandelpaadjes, die af en toe heerlijk beschaduwd zijn, gaat het via een kronkelende route verder. Op een bepaald moment zien we het plaatsje Ste Claire voor ons tegen een beboste heuvelwand liggen. Zo weet ik weer waar we ons ongeveer bevinden. Zoals gewoonlijk waarschuwen afsluitingen en tuintjes ons dat we terug de beschaving naderen, en het duurt inderdaad niet lang of we komen rond 16u40 op een verharde weg uit bij het vernoemde plaatsje. Rechts van ons trekken we langs de kop van de vallei van het beekje van Saint Blaise en daar hebben we een mooi zicht op de kronkelende loop van deze vallei en de groene heuvels errond. We moeten nog de Mont Cima (878 m) ronden en hoewel we niet over de top zelf moeten,. loopt de GR5 toch op een door mij geschatte hoogte van 820 meter. En gezien Sainte Claire op een bescheiden hoogte van 511 meter ligt, houdt de GR in die laatste uren vandaag nog een klim van 360 meter voor ons in petto. Nadat we een lange rechte en nog vrij brede weg achter ons hebben gelaten, komen we na een flauwe bocht plots bij een eigenaardig geologisch fenomeen : la Rocca Partida Het pad loopt langs een metershoge, loodrechte wand, die hier plots voor ons opduikt tussen het groen. Nadat we op een schouder van de Mont Cima terecht gekomen zij, is het echte klimmen achter de rug. We hebben mooie uitzichten over de weidse omgeving en na een kwartiertje komt er een uitgestrekte plaats in zicht. Eerst denk ik dat we met Aspremont te maken hebben, maar na een tijdje moeten we onze mening herzien. Het is Tourette-Levens dat hier in de vallei voor ons ligt. We zijn er daarstraks nog doorgereden op weg naar Levens. Van op deze afstand al kunnen we het oude kasteel zien dat op een rotsige piek het dorp domineert. Ondertussen overschrijden we wel een kam en zien voor ons plots de rivier de Var in zijn vallei.En eindelijk krijgen we dan toch het onmiskenbare silhouet van Aspremont in zicht. Langs muurtjes van opeengestapelde stenen bereiken we asfaltweggetjes, die we even volgen en dan weer verlaten tot we om 18u30 langs een afdalende asfaltweg het centrum van Aspremont bereiken.

 

 

 

92. Aspremont - Nice (12km) : 17 Juli 2008

 

 

Vandaag is het dan eindelijk zover : 12 jaren, 3 maanden en 18 dagen (of 4.491 dagen in totaal, de 2 schrikkeljaardagen meegerekend) of 93 stapdagen in totaal, nadat we in Hoek van Holland wat twijfelend begonnen aan ons GR5 verhaal, hopen we eindelijk aan de Middelandse Zeekust in Nice te eindigen met onze wandeling. Om iets na elven komen we aan in het mooie Aspremont, gelegen op zijn rotspunt hoog boven de vallei van deVar. Het is droog, maar er hangen wel wat wolken in de lucht, zodat we het toch niet té warm zullen krijgen. Via de Chemin de la Vallière blijven we op de route van zowel de GR 51, die hier in Aspremont even de GR5 vervoegd. De GR51 is ook bekend als « Balcons de la Méditerrannée », een GR pad dat van Grasse tot aan de Italiaanse grens loopt evenwijdig aan de kust een tiental kilometers in het binnenland.De GR5 maakt een scherpe bocht naar rechts en blijft stilaan verder bergopwaarts gaan maar nu even in een meer westelijke richting. Dat maakt dat we wat verder een mooi zicht krijgen op Aspremont, waarvan het hoogste gedeelte nu ongeveer op onze hoogte ligt. Als we langs het dorp naar de andere kant van de vallei kijken, kunnen we in de verte ook het markante silhouet van Carros-village zien liggen op de bergflank. Iets buiten dit dorp bevindt zich het huis, waar we deze morgen zijn vertrokken.

Verderop krijgen we ook de benedenloop van de Var te zien en hoewel de atmosfeer wat ‘heiïg’ is, hebben we toch de indruk het verre blauw van de Middellandse Zee te kunnen onderscheiden. Onderweg komen we af en toe ruïnes tegen van oude huisjes, die al vele jaren niet meer bewoond zijn. Dan komen we aan een wegwijzer. De kam links van ons eindigt hier in de top van de Mont Chauve d’Aspremont, een heuveltop van 853 m hoogte, die bekroond wordt door een oud fort. Het onregelmatige zeshoekige bouwerkwerd gebouwd van 1885 tot 1888 en werd beschouwd als één van de mooiste in zijn soort. We bevinden ons nu op de Crête de Graus, die vanaf de Mont Chauve recht naar het zuiden loopt. We volgen een mooi pad, vanwaar we een mooi zicht hebben op de vallei van de Var en de bergen aan de andere kant ervan. Na een kleine drie kwartier de kam gevolgd te hebben, komen we achter een klein bosje uit bij een ruïne. Van hier krijgen we ons eerste zicht op een deel van de grote agglomeratie van Nice. We zoeken hier om 12u45 even een plaatsje in de schaduw om onze baguettes op te eten.

Om 13u15 zijn we terug weg en al snel krijgen we een prachtig zicht op ons einddoel, de wereldstad Nice. Het is nu niet uitzonderlijk helder weer, maar we hebben toch een mooi overzicht over het laatste deel van onze tocht. Langs grote villa’s volgen we de GR-strepen verder langs de lichtjes dalende Chemin de Chateaurenard. We zijn al niet meer door zo een dichtbevolkt gebied gewandeld sinds we Briançon achter ons gelaten hebben. Doordat Gairaut op een naar het zuiden gerichte helling gelegen is, krijgen we regelmatig panorama’s over Nice voorgeschoteld. De straten worden smaller en de GR-streepjes moeilijker te vinden. We wandelen nog een lange, rechte straat door en staan dan plots om 14u25 aan de rand van een plein. Een naamplaat aan de rand ervan leert ons dat we het Place Alexandre Médecin bereikt hebben. Als ik om me heen kijk, vind ik al snel datgene waar ik naar zoek. Juist boven onze hoofden aan de muur van een immobiliënkantoor hangt het bekende groene plaatje aan de muur van “Gaz de France” : “Ici commence l’ itinéraire grande Randonnée n° 5, GR5, qui relie Nice à Rotterdam en Hollande…”. Natuurlijk moeten er hier enkele foto’s van genomen worden. We vervolgen onze weg langs de brede avenues.

Terwijl de fontein beurtelings hoog en laag spuit , draaien we rechtsaf en wandelen de Jardin Albert 1er in. We treffen er de buste van onze derde koning, Albert, waar dit parkje naar genoemd is. Hij wordt hier geroemd als (en ik citeer) : “Koning Albert I, soeverein van de nobele natie, bevriend en geliefd door Frankrijk, en waardig opvolger van de Grote Koning (Leopold II dus), die de voorspoed van deze stad Nice voorspelde en bevorderde.” De buste staat hier al van in 1933. En onze (een jaar later) verongelukte koning wordt hier niet alleen geëerd met een beeltenis, maar ook een openbaar toilet vlakbij is naar hem genoemd. We voelen ons verplicht om daar toch even gebruik van te maken, maar zelfs als landgenoten van de illustere naamgever van dit gebouwtje, moeten we er een fikse prijs voor betalen. En dan komen we bij de laatste hindernis van onze tocht terecht : de Promenade des Anglais. We voelen ons stilaan toch wat bekeken door de mensen rondom ons. De gemiddelde toerist hier heeft wat lichte kledij en sandaaltjes aan en hooguit een handtasje bij, maar wij staan daar nog met onze zware wandelschoenen aan de voeten en rugzakken op de rug, waar de wandelstokken nog bovenuit steken. We zien er in het geheel wat bestoft uit. We dalen af naar de Beau Rivage, een stuk van het keienstrand dat hier de hele Baie des Anges omringd en krijgen helemaal een cultuurshock als we doorheen de zee van lichamen waden, die hier in verschillende stadia van ontkleding in de zon liggen te braden.

We ontdekken toch nog een stuk strand, waar we genoeg ruimte vinden om onze laatste stappen van de GR5 te doen. Om iets voor 16u00 stappen we gepakt en gezakt en mijn beide broers daarenboven nog mét hun wandelschoenen aan, .in het lichtblauwe water van de Middellandse Zee. We blijven even genieten van het frisse gevoel van het klotsende water rond onze kuiten Dan vinden we dat het tijd is om terug aan land te komen. Het zit erop ! Meer dan 2000 kilometer gewandeld in meer dan 12 jaren ! Een flink stuk van ons leven hebben we erover gedaan om half Europa door te wandelen van noord naar zuid. We zetten ons nog wat neer op de keien en terwijl mijn broer zijn aan elkaar geplakte wandelschoenen symbolisch en ook letterlijk in een vuilzak aan de rand van het strand dumpt, genieten we nog wat van het zicht op de weidse baai van de lange rij buildings in het westen over het oude gebouw van de Opera achter ons naar de huizen van Vieux Nice en de Colline du Château links van ons.

Om 16u40 pakken we onze spullen bijeen en keren we terug naar onze auto’s, die een beetje over heel Nice verspreid staan. ’s Avonds is er nog een heerlijke feestmaaltijd en krijg ik een mooie taart cadeau als dank voor de geleverde voorbereidingsarbeid. En als kers op de taart kunnen we allemaal nog genieten van een pracht van een diamontage over onze odyssee van de Noordzee naar de Méditerrannée. Bedankt allemaal voor het gezelschap onderweg en de steun thuis ! Het was de moeite waard !