GR5 : Vlaanderen

5. Bergen-op-Zoom - Achterbroek (31 km) : 26 September 1997

 

Vandaag gaan we de eerste etappe van de eigenlijke GR 5 aanvatten die eigenlijk in Bergen-op-Zoom begint, of nog juister bij Jeugdherberg ‘Klavervelden’, een drietal kilometers van het centrum van die stad verwijderd in de bossen.

Al snel hebben we de fameuze wandelboom gesitueerd op het boswegkruispunt voor de jeugdherberg. Hier begon de GR 5 Noordzee - Rivièra voordat hij in 1983 uitgebreid werd tot Hoek van Holland. We bevinden ons hier weer op een mega-kruispunt van GR-wandelwegen : onze Europese wandelweg E 2, of GR 5 (LAW 5-1), de LAW 501 “Krekenpad”en de LAW 503 “Noordzee-Limburg”. We vertrekken zuidoostwaarts en stappen dieper de bossen ten zuiden van Bergen-op-Zoom in.

Het is best een aardige wandelweg : het lijkt wel een tunnel van groen tussen de velden. Meestal kunnen we de velden, die zich rondom ons uitstrekken tot de einder, zelfs niet zien, maar soms komt onze weg wat hoger, zodat ons ook een blik gegund wordt op de omgeving.

En eindelijk is hij dan daar : de grens ! Of toch de plaats waar hij zich zou moeten bevinden. We komen uit op een verharde weg bij een brug, en die weg is het; geen slagbomen, douanes of andere onzin... Na enkele honderden meters komen we bij de befaamde grenspaal 241. Hij staat er wel ietwat verroest bij. Hier bevindt zich ook de eerste belgische GR 5-wandelboom van onze Vlaamse route. We komen wat later bij de N 125, de weg Essen-Woensdrecht (Ned.), uit bij onze derde wandelboom vandaag Recht ertegenover bevindt zich het café-restaurant Kiekenhoeve. We gaan de hoeve, een vroegere abdijhoeve van Tongerlo, binnen en genieten in het zonnetje van een goede trappist.

Als we wat verder nog eens een asfaltweg oversteken, komen we toch in een ietwat ongerepter gebied terecht. We lopen tussen enkele vennen door - het Stappersven links en de Drielingsvennen rechts -.We betreden het “Staatsnatuurreservaat de Kalmthoutse Heide”. We voelen dat we terug dichter bij de bewoonde wereld komen, als we stilaan meer en meer wandelaars op onze weg tegenkomen. En jawel, plots staan we voor de asfaltweg Kalmthout - Putte, die we onmiddellijk oversteken, als we aan de andere kant een café-restaurant " de Heihoeve" bemerken.Na een half uurtje op het terras, lopen we eerst door een naaldbos, en vervolgens langs de buitenwijken van Kalmthout .

We komen langs een tuinbouwbedrijf, dat zich over een flinke afstand langs onze route uitstrekt. Een haag zorgt voor een afscheiding waarin de eigenaar zijn artistieke talenten heeft botgevierd : grote ronde openingen breken de eentonigheid. Het asfalt onder onze voeten zorgt er natuurlijk voor dat we een goed tempo kunnen maken. En zo duurt het dan ook niet lang voor we tenslotte bij de N 117 bij Achterbroek terechtkomen.

boven

 

6.Achterbroek - Brecht (21,8 km): 3 Januari 1999

Een dagetappe van een goede 20 km is voldoende voor vandaag. Van Achterbroek tot Brecht is het bijna 22 km. De GR 5 blijft hier nog even de noordgrens van ons landje volgen om dan met een grote bocht om Wuustwezel heen zich naar het zuiden te richten.

Wegwijzertjes tonen ons al snel de goede weg naar het volgende Kempische dorpje : Wuustwezel, in vogelvlucht maar een 6-tal kilometers ver, maar wij gaan er door het grillige verloop van de GR 5 meer dan de dubbele afstand over doen (12,4 km). Het blijft vooreerst wat eentonig, die lange, rechte weg naar de veraf gelegen bossen, maar uiteindelijk geraken we er toch. Na wat links en rechtsgedraai leidt men ons midden in het bos; en jawel, het is een echt bos, het Pastoorsbos, zonder houten huisjes of asfalten wegen. Integendeel, het zijn zandwegeltjes en ze zijn door de nattigheid nu en dan erg moeilijk begaanbaar. Eindelijk een beetje rust tussen echte naald- en loofbomen.

Wat later beginnen donkere wolken zich samen te pakken boven onze arme hoofden.We komen even later aan de weg van Wuustwezel naar Essen uit bij een soort kapel annex tuin met grot, vlak naast de ingangspoort van het kasteeldomein ‘Sterbos’. Als we het groen tenslotte toch achter ons laten en op een verharde weg onze odyssee verder zetten, beginnen de hemelsluizen zich tenslotte toch te openen.

In de voortuinen van enkele boerderijen die we hier passeren, staat op grote plakaten uitgelegd of het hier om een varkensfokkerij, dan wel een ander landbouwbedrijf gaat. Het eerste hadden we, ondanks de felle wind, reeds op een afstand geroken. De regen striemt ons bijna horizontaal in het gezicht. Het wordt tijd dat we wat onderdak vinden, want als dat nog veel langer gaat duren, zijn we ondanks onze regenkledij straks helemaal doorweekt.

In het centrum vinden we een onderkomen in het café ‘In de Bijl’. Als we na een uurtje de deur van het café achter ons sluiten, merken we dat het praktisch opgehouden is met regenen. Even later doorkruisen we het gehucht Achterbrug, waarna we Wuustwezel voorgoed achter ons laten. We wandelen weer door een eindeloze, groene vlakte met aan de horizon flink wat serres. Dat moet ongeveer dicht bij Loenhout zijn volgens de kaart. Op de brug kunnen we inderdaad recht voor ons de kerk van Loenhout onderscheiden.

Als we weer verdergaan, merken we dat we aan onze rechterkant naast een militair domein lopen; het is een deel van het Groot Schietveld, dat bij de kazerne van Brasschaat hoort. De GR 5 maakt al sinds Kalmthout een grote omweg om rond dat schietveld te geraken. Waarschijnlijk is het verboden om er te wandelen.

Ondertussen zijn we nu voorgoed de weg naar het zuiden ingeslagen. Vlak voor de weg Brecht-Wuustwezel draaien we linksaf en gaan zo langs de oprit van de snelweg tot de witrode streepjes ons naar een konijnepijp (voor volwassen konijnen weliswaar), onder de E 19 brengen om aan de andere kant bij het sportterrein van de gemeente Brecht uit te komen. De GR voert ons daarna nog recht naar het centrum van Brecht, waar we om 16u bij de Sint Michielskerk aankomen.

 

boven

 

7. Brecht - Zoersel (20,4 km) : 9 Mei 1999

 

De weergoden zijn ons blijkbaar eens echt goedgezind, een heerlijk meizonnetje laat zich al van zijn beste kant zien ! Een mooie dag om op stap te gaan, een eerder korte etappe : het wordt Brecht-Zoersel, met als kers op de taart de abdij van Westmalle erbij. Voorbij een oude school met een guitig torentje op het dak, bereiken we de Schoolstraat, die ons tot op de weg Brecht-Westmalle brengt.

Eindelijk brengt de GR ons op de wegen waar we zo van houden, een veldwegje dat zich tussen de weiden kronkelt. Dit brengt ons tot bij één van de kanalen die onze Noorderkempen zo rijk is : de Turnhoutse Vaart. Wat verder verbreedt het kanaal zich, zodat er daar wat plezierboten aan de kant liggen. Eén ervan lijkt wel een plantenwinkel, want het dek staat vol met groen. Dan komen we bij een brug die hier het kanaal overspant.

Na een rechtlijnige wandeling van nog een kleine 2 kilometer komen we bij een tweede brug, met de romantische naam Brug 11. Hier bevindt zich een oud caféetje “Café Vissersvriend”.

Als we ons van het kanaal verwijderen, zien we dat de grond in de bossen op sommige plaatsen erg drassig is. We bevinden ons hier aan de rand van de Brechtse Heide. Links van ons zien we in de verte de toren van de abdij van de Trappistinnen “Onze Lieve Vrouw van Nazareth”. We passeren nog een klein ven aan onze linkerkant en komen dan bij een bos, waarachter zich naar mijn weten het Marbelleven bevindt.

Wat verder maakt een infopaneel ons duidelijk dat we in het Molenbos terecht gekomen zijn. In het bos bevindt zich een heuveltje met een soort grot er bovenop : de ‘Drieboomkesberg’. Het zou nu een soort bedevaartsoord zijn, dat ergens in de 18e eeuw op last van een ex-soldaat gebouwd zou zijn, omwille van het feit dat hij hier een veldslag (van 14 juni 1746) overleefd had.

We komen nu op het (voormalige) grondgebied van één van de bekendste abdijen van ons land, en misschien wel van de wereld, de abdij van Westmalle. Ons gezelschap stevent af op het grote café ‘De Trappisten’ . Een echte trappist van Westmalle zal er nu wel in gaan in het zonnetje op het immense terras van het café.

We komen nog een felblauw beschilderde GR 5-bank tegen, die we natuurlijk even uitproberen, en haasten ons dan verder zuidwaarts. We steken nogmaals een weg over, waar een teken ons de weg wijst naar de plaatselijke jeugdherberg : het “Gagelhof”, dat wat verderop richting Zoersel-dorp ligt. En dan zijn we er plots: links van het pad doemt plotseling het “Boshuisje” op. Het is een oude Kempische hoeve, waar men een café van gemaakt heeft voor dagjesmensen. Hendrik Conscience vond op deze plaats zijn inspiratie voor het verhaal van “De Loteling”. Tegenover het café bevindt zich het Natuur-edukatief Bezoekerscentrum Zoerselbos.

Op weg naar onze auto’s passeren we nog een belangrijke wandelboom, de zoveelste. Deze boom geeft hier namelijk het samenlopen aan van twee belangrijke GR-wegen : de 2 vertrekvarianten van de GR 5 komen hier tesamen, om als 1 wandelweg verder te lopen naar Nice. De variant, die we tot nu toe gevolgd hebben is de “Hollandvariant”, die ons van Hoek van Holland tot hier gebracht heeft; de tweede is diegene die aan de Belgische kust bij Oostende start en via Antwerpen hier toekomt (de GR5A, zie verder op deze website). Een vierde arm wijst naar het oosten, waar het “Renier Sniederspad” of GR 565 de wandelaar via Turnhout tot in het Nederlandse Bladel brengt, waar weer op het nederlandse wandelpadennet wordt aangesloten. Wij zullen ons de volgende keer natuurlijk verder zuidwaarts begeven, tot we aan de blauwe wateren van de Middellandse Zee toekomen.

boven

 

8. Zoersel - Noorderwijk (25,2 km) : 2 Januari 2000

 

Het groen van de Kempen laten we gelukkig niet helemaal achter ons; de GR doet zijn best om ons zoveel mogelijk te laten genieten van de bossen. In de verte kunnen we ook een glimp opvangen van de windmolen van Pulderbos, een pracht van een exemplaar. Spijtig dat hij niet op onze weg ligt; we passeren hem op enkele honderden meters afstand.

Wat later komen we even het bos uit, en tegelijk komt de zon even tussen de wolken kijken; het resultaat is een prachtig zicht over de nog steeds met een beetje mist bedekte weilanden. Ook hier hebben de bossen weer moeten wijken voor het steeds maar verdere oprukken van de ‘beschaving’. Een pracht van een voorbeeld daarvan treffen we even later aan in een voortuintje van één van de huizen. Heel het tuintje is gevuld met beeldjes van kabouters en elk grassprietje is er zorgvuldig uit verwijderd. Sommige mensen zullen dat waarschijnlijk het toppunt van tuinarchitectuur vinden.

Na nog een laatste bocht krijgen we dan de kerktoren van Grobbendonk in zicht. En deze keer gaan we er recht op af. Een honderdtal meters verder stappen we café ‘Sporting’ binnen. Het is 12u10 en we kunnen best een verfrissing gebruiken.

We lopen verder langs de weg naar het dorpje Bouwel verder zuidwaarts We stappen hier voor de eerste keer over het Albertkanaal. We blijven op hoogte als we even verder de Boudewijnsnelweg kruisen. We passeren hier echt een verkeersknelpunt (een rivier, een kanaal, een snelweg, enkele verkeerswegen en wat verder ook nog een spoorweg), en het natuurschoon is dan ook navenant.

Wat verder krijgen onze verwachtingen een flinke deuk : de hemelsluizen worden op een kiertje opengezet en het begint te druppelen.

We verwijderen ons wat verder weer van de spoorlijn, en belanden via een vrij modderige landweg terug op een asfaltbaan. We proberen naar paddestoelen te zoeken in een bos, maar het weer is de laatste tijd te koud en/of te vochtig geweest, zodat de meeste schimmels die we vinden praktisch niet meer herkenbaar zijn. We komen terug het bos uit in de velden en passeren via een brugje de Zelse beek.

Iets verder voor ons zien we de Hogewegmolen. Als we dichterbij komen, zien we dat dit 18e eeuwse bouwwerk vrij goed gerestaureerd is. Links van ons bevindt zich het uitgebreide domein van het Kasteel van Noorderwijk, waarachter we nog net het topje van de kerk van hetzelfde dorp kunnen onderscheiden. We komen uit op de grote dreef uit, die zoals steeds vroeger het verblijf van de kasteelheer met het centrum van het dorp (de kerk dus) verbond. De dreef wordt geflankeerd door grote, statige lindebomen en deze begeleiden ons tenslotte tot op de weg die van Noorderwijk naar Morkhoven leidt.

We kunnen het natuurlijk niet laten om tijdens de reis naar huis even langs te gaan in Olen bij één van de cafés, die zich de ‘Pot van Keizer Karel’ noemen of iets in die trant.

boven

 

9. Noorderwijk – Averbode (25 km) : 18 Juni 2000

 

 

Het wordt vandaag een abdijentocht. We gaan twee van de meest indrukwekkende abdijen van ons Vlaanderen aandoen onderweg : de beide Norbertijnerabdijen van Tongerlo en Averbode. Vooraleer met de wandeling te beginnen brengen we eerst nog even een bezoekje aan het graf van één onzer bekendste Vlaamse schrijvers Ernest Claes (overleden in 1968), die een mooie plaats gekregen heeft naast de graven van vele Norbertijnen, en vertrekken dan naar de startplaats.

Als de appelflappen verorberd zijn, beginnen we aan onze tocht. In plaats van de 4 km per uur, houden we er zeker een tempo van 5 km per uur op na. Zo gaan we zeker op tijd komen in Tongerlo. Bij het vrij moderne kerkje van Oosterwijk bemerken wat verder voor het eerst het topje van de toren van de abdij van Tongerlo, dat boven de bomen uitsteekt. Een groot deel van de gebouwen is reeds mooi gerestaureerd en het toerisme heeft er voor gezorgd dat (een deel van) de hoeve een winkel geworden is. Ook het binnenplein waar we nu over slenteren, heeft met zijn kasseien nog iets middeleeuws. Het is dan ook juist kwart na twaalf als we aan de overkant van de verkeersweg het terras van het ‘Torenhof’ aantreffen. Tijd dus voor een frisse dronk !

Een geluk dat we onder een parasol kunnen schuilen, want de zon begint op zijn hoogste punt gekomen, flink te steken. Na een half uurtje op het terras, zijn we weer weg.We lopen door de gemeentelijke wandelbossen “De Beeltjens” en “De Kwarekken” over de wandelpaden waarvan we nu rond Westerlo lopen. Na een kilometer komen we op een kruispunt van 8 wandelwegen uit. Op het kruispunt zelf staat een wegwijzer, die ons de weg richting ‘Asberg’ aanduidt. Het gaat nu lichtjes op en af doorheen de uitgestrekte bossen. We blijven de oever van de Grote Nete stroomopwaarts volgen. Onze topogids noemt dit stukje GR ‘één der mooiste trajecten door de Kempen’.

Na zo een aangename 20 minuten langs de Nete te hebben gewandeld, lopen we nu langs het domein van het Kasteel de Merode, dat we even verder op de andere oever achter een groot grasveld zien liggen. Het slot wordt nog steeds bewoond door leden van de prinselijke familie. Het blijft desalniettemin ook vanop deze afstand een imposant gebouw. We blijven dan maar op de zuidelijke oever van de Nete verdergaan tot we bij een brug komen, de ‘Lange Brug’ genaamd.

Op naar het terras van ‘Mie Maan, herberg voor de aktieve buitenmens’. Bij dat laatste rekenen we ons natuurlijk bij, wat we niet kunnen zeggen van een groot deel van de andere gasten.Een beetje later zijn we blij reeds aan een tafeltje in de schaduw te zitten, want vanuit het bos komt er een eindeloze stoet van collega-wandelaars het terrein van de herberg opgelopen. Waar gaan die allemaal nog een plaatsje vinden tussen al dit volk ?

Na 35 minuten voelen we ons weer verfrist genoeg om onze tocht verder te zetten. Gelukkig terug het bos in, waar de schaduw voor een aangename temperatuur zorgt. Het bospad voert ons rechtuit naar Blauberg. De GR gaat hier verder langs het dorp, maar we maken hier een kleine omweg, omdat we even door het centrum van dit vlekje willen gaan. De reden hiervan is, dat we het monument willen bekijken dat hier geplaatst is ter ere van Blaubergs bekendste Vlaming : Willem Elsschot. Elsschot was eigenlijk niet van Blauberg zelf, maar bracht hier in zijn jeugd menige vakantie door bij zijn familie. Hij maakte vele wandelingen hier in de buurt en dan nog vooral door het moerassige natuurgebied ‘Helmschot’. En toen Alfons de Ridder later schrijver werd, schreef hij onder het pseudoniem ‘Willem Elsschot’. Als we op het verrassend grote dorpsplein bij de kerk uitkomen, moeten we toch even zoeken voor we het bronzen beeld(je) ‘Kaas’ vinden, dat hier 10 jaar geleden ter gelegenheid van de 30e sterfdag van de bekende Vlaamse schrijver werd ingehuldigd.

We bevinden ons nu in het Averbodes Bos, en het einde komt dus in zicht. En na een dik half uur stappen krijgen we dan uiteindelijk aan het einde van een statige dreef,de gebouwen van de abdij in zicht. Het is 17u20, dus tijd genoeg om nog even te gaan genieten van een heerlijk ijsje, dat we kopen van één van de vele ijsverkopers, die hier de Abdijdreef bevolken. Tot de volgende keer !

boven

 

10. Averbode - Diest (18,6 km) : 26 Mei 1996

 

We ontvluchten de drukte bij de abdij van Averbode en komen na een honderdtal meters een eigenaardige kapel tegen : de St-Barbarakapel, ook Putterskapel genoemd, een monument opgericht ter ere van de mijnwerkers in de vorm van een mijnwerkerslamp. Halfweg de rijksweg N212 komen we plots voorbij een oude langgevelhoeve uit 1865, waar Ernest Claes in 1885 geboren werd, en dat nu ingericht is als een museum van de schrijver van “de Witte”.Even voor Zichem komen we een stoet bedevaarders tegen die vanuit Scherpenheuvel terug huiswaarts aan het stappen zijn.

Wat verder komt de Maagdentoren in zicht. Het is de ruïne van een 14e eeuwse burchttoren. Als we even verder de Demer via een oude spoorwegbrug oversteken, wordt onze vrees bewaarheid : reeds enkele kilometers lang zien we donkere wolken zich samenpakken boven onze hoofden, en nu beginnen stilaan enkele druppels uit de hemel te vallen. De regenjassen aan en verder de wandelweg gevolgd , die hier op een oude spoorwegbedding is aangelegd, mooi hoog boven het landschap. Zo trekken we rondom Zichem en gaan in zuidelijke richting verder naar Scherpenheuvel. Na een boomgaard gepasseerd te zijn, waar enkele leuke ezeltjes hun dagen slijten, gaan we door de velden in de richting van de Basiliek van Scherpenheuvel, die in de verte stilaan de top van zijn koepel boven de bomen laat uitsteken.

Na Scherpenheuvel bevinden we ons al snel op een klein paadje dat tussen velden loopt met pas gezaaide gewassen. Zo gaan we al zigzaggend stilaan verder in zuidoostelijke richting langs kapelletjes, vele oude, maar ook nieuwere huizen.

Eindelijk komen we in de natuur: nog eens enkele holle wegen en - nu wel- modderige - zandwegeltjes. Plots komen we hier in the middle of nowhere bij een kruispunt van GR-wegen. Het wandelpad GR 512 “Brabant”, dat uit het westen komt van Boutersem, het Meerdaalwoud, Huldenberg, het Zoniënwoud en tenslotte ook Geeraardsbergen, vervoegt hier de GR 5 en loopt er samen mee verder naar Diest.

Zo komen we aan de voet van de Kloosterberg. Als het ware aan de achterkant van de verhevenheid slaan we een holle weg in en komen zo even later uit op de top (53 m), waar we een mooi panorama over de stad Diest hebben.

Onderaan de berg komen we weer in de bebouwde kom, gaan langs het recent aangelegde Kloosterbos. We komen zo voorbij het befaamde recreatiedomein “Halve Maan”. We passeren een gerestaureerde windmolen en moeten even verder tegenover het oude Begijnhof de beboste vestinggordel beklimmen om zo via de met bomen begroeide vestingwal de laatste honderden meters van onze dagtocht te volbrengen.

Wat verder dalen we voorzichtig de wallen af via een glibberig zandweggetje en komen dan tenslotte uit bij de Schaffense Poort en de wandelboom die de stad Diest daar neergepoot heeft. Het is hier een echt kruispunt van wandelwegen : de GR 5, “Noordzee - Rivièra”, passeert hier, de GR 561, “Dommel - Nete - Demer” , neemt hier een aanvang, en de GR 512, “Brabant”, komt hier tenslotte ook toe. Tot de volgende keer en hopelijk bij wat beter weer.

boven

 

11. Diest - Zolder (28,2 km) : 5 Juni 1999

 

 

We vertrekken uiteraard vanaf de Schaffense Poort. Deze poort is een deel van de vestingswerken, die de stad omringden tijdens de vorige eeuw. De Demer, die we wat verder oversteken, werd hier rond de stad geleid en maakte deel uit van deze verdedigingswerken. Een appelflap doet de eerste opkomende honger al snel verdwijnen.

Eindelijk wordt de bebouwing wat minder en naderen we het eerste groen : het Prinsenbos. Voorbij enkele majestueuze, grillig vertakte wilgen bereiken we even verder zonder het echt te weten of te zien de provinciegrens met Limburg. Bij het eerste, het beste kruispunt aangekomen, slaan we het Heesbos in. Het is voornamelijk een naaldbos van een vrij flinke omvang, en wij volgen er een kaarsrechte weg midden doorheen. Soms lijkt het groen heel he pad te omvatten, alsof we door een grote tunnel lopen.

We bevinden ons hier nog steeds in het Hageland, wat oorspronkelijk eigenlijk ‘bosland’ betekende. Wat verder komen we bij een brugje over de Zwarte Beek, een waterloopje dat bij Diest in de Demer uitmondt. Rechts van ons steekt boven de bomen de torenspits van de kerk van Zelem uit. We komen in een bos , genaamd ‘Grote Dorst’. We zijn wel nieuwsgierig naar de oorsprong van deze speciale naam.

Wij belanden wat verder bij het gehucht Goeslaar. . Volgens onze handleiding moeten we nu ongeveer gaan uitkomen bij de befaamde ‘Duizendjarige Eik’ van Lummen, ook wel ‘Dikke Eik’ genoemd. Het duurt nog wel even, maar dan staan we er plots voor; en jawel, hij lijkt op het eerste zicht niet zo opvallend, omdat hij hier midden in een bosje andere bomen staat, maar op zich is hij toch een imposante verschijning. Deze Quercus Robur of Zomereik is waarschijnlijk één van de oudste inheemse bomen in Vlaanderen. Zijn kroon is minder indrukwekkend, maar hij is in de loop van vooral de laatste tientallen jaren hier en daar flink bijgesnoeid en verzorgd moeten worden, om te kunnen blijven bestaan.

De A2 scheert hier rakelings ten noorden langs de Willekensberg, een heuvel met een hoogtepunt van een goede 60 m, die voor het grootste deel nog met bos bedekt is. Men wil ons echter maar even laten genieten van dit mooie groen, want wat verder komen we weer op dezelfde N 725 uit, waar deze langs de kapel van “O.L.V. van de Beukeboom” komt. Deze bedevaartkapel ligt op de top van de Willekensberg.

.Op het Gemeenteplein van Lummen stappen we op één van de hoeken van de markt het café “‘t Hukske” binnen. Aan het feit dat achter de toog op een plank verscheidene hoofdtooien van Prins karnaval te zien zijn, beseffen we al beter dat we in Limburg zitten. Als we na een 40 minuten buiten stappen, begeleidt een vrolijk schijnende zon ons uit het dorp, en komen we voorbij het domein van het kasteel Burg. Dit was de voormalige verblijfplaats van de familie van der Marck, heren van Lummen (1350-1792)

We zijn nog niet goed en wel onderaan de brug van het Albertkanaal, of de hemelsluizen worden opengezet; eerst voorzichtig, maar dan meer en meer enthousiast, zodat we maar meteen beslissen een poos onder de brug te blijven pauzeren.

Om kwart voor zes zetten we onze weg verder langs het St. Quirinuskerkje. Niet alleen de recente regenbui heeft het hier zo vochtig gemaakt, ook het feit dat de GR hier vlak langs het Laambeekje loopt zal er niet vreemd aan zijn dat we regelmatig een fikse omweg moeten maken door het bos omwille van de grote plassen die onze doorgang versperren. We zijn hier vlak bij de bekende ‘Omloop van Terlamen’, genoemd naar de Laambeek. Even verder meldt een bord ons dat we ons nu in het natuurgebied van de “Bolderberg” bevinden. De Bolderberg is eigenlijk een oude duin, die voor de kust ontstond, toen de zee zo een 15 miljoen jaren geleden tot hier kwam. Door de ijzerzandsteen erodeerde hij minder dan de omgeving, en mede daardoor is de top van deze ‘berg’ nu één van de hogere punten - toch in deze regio - van Limburg geworden.

Van het weer mogen we vandaag echt niet té erg klagen; buiten die éne plenspartij is het zelfs nog een heerlijk wandelweertje geweest ! Tot ziens !!

boven

 

12. Zolder - Genk (29,6 km) : 24 September 2000

 

Nadat we de rugzakken omgedaan hebben, vertrekken we vanuit Bolderberg. Niet ver nadat we het centrum de rug toegekeerd hebben, komen we al bij ons eerste herkenningspunt : het “Domein Bovy”. Al snel merken we dat ook de wandelpaden in het gebied een educatief accent hebben meegekregen. We passeren een mega-landingsbaan voor bijen met een mooie reeks kasten aan het einde. We komen voorbij een vijver, waarna het pad ons langs de geitenboerderij brengt.

We hebben een afspraak met ‘the Albert Canal’. Naast een brug komen we bij de tweede wandelboom van de dag. Iets verder verlaten we dan het kanaal en trekken het natuurgebied Kolberg in. We stappen via een lang, rechtlijnig bospad als het ware door een tunnel van groen. Het is niet voor niets dat het Limburgs volkslied begint met : “Waar in 't bronsgroen eikenhout …”, want hier overheerst nog steeds de zomereik, de machtige Quercus robur. Deze inderdaad “stoere” boom zullen we vandaag meer tegenkomen dan op welke wandeldag ook in het verleden. We merken ook dat we hier terechtgekomen zijn in een uitgestrekt waterlandschap.

Iets na elven komen we langs een klein paadje plots bij een grote vijver. We bevinden ons hier in het staatsnatuurreservaat “De Platwijers”, een ongeveer 100 ha groot gebied met verschillende vijvers. Mooi is het hier wel.

Op een pleintje aangekomen treffen we in een plantsoentje de “Paalsteen” aan. Het betreft hier een beschermde grenssteen, die reeds in 1666 hier geplaatst werd op last van de Prinsbisschop van Luik (praktisch heel belgisch Limburg behoorde toen nog tot het Prinsbisdom Luik).

Nadat een roodborstje ons wat verder de weg gewezen heeft, komen we dicht bij een kapel onze derde wandelboom van de dag tegen. Na enkele honderden meters komen we bij een zwaar ijzeren hek uit, dat gelukig openstaat. We bevinden ons hier aan de grens van het provinciaal Domein Bokrijk. Een deel van het domein is blijkbaar vrij toegankelijk voor alle mensen en doorsneden met vele wandelpaden, waarvan de GR dankbaar gebruik maakt.We worden al direct langs enkele mooie vijvers geleid. De schaduwrijke bossen zorgen ervoor dat het hier heerlijk wandelen blijft. Er bevindt zich hier wat gevogelte op de plassen.

Wat verder zien we rechts van ons achter een omheining een deel van het prachtige arboretum van Bokrijk. Er bevinden zich meer dan 5000 bomen en struiken op van een 650 verschillende soorten op een 12 ha grote oppervlakte. ” . Zo komen we plots aan de voorkant van het kasteel “Bokrijk” uit. Het is echt een imposant gebouw (uit de 19e eeuw), dat nu voor een groot deel dienst doet als café-restaurant. Hier komen we voorbij de vierde wandelboom vandaag, die hier in 1989 reeds geplaatst werd ter gelegenheid van een Europese Wandelvereniging-conferentie. Plots komen we weer uit aan de oever van ons aller Albert kanaal. We verlaten het kanaal en komen al snel uit aan een ingang van het natuurreservaat “De Maten”. Het is 300 ha groot en bestaat uit droge duinruggen en daartussen liggende moerassige veengebieden : een ideale pleisterplaats voor vele vogelsoorten. Ver kan het eindpunt niet meer zijn, en inderdaad … als we een zandweggetje aflopen, komen we om tien voor zes uit bij café de ‘Slagmolen’.

boven

 

13. Genk - Lanaken (28,6 km) : 16 December 2000

 

Na een laatste blik op het indrukwekkende waterrad van de Slagmolen, vertrekken we richting Lanaken. Al snel merken we ook, dat we hier op de rand van het Kempisch Plateau zijn terechtgekomen. Een flinke klim brengt ons enkele tientallen meters hoger in een bos, waar we om de vele waterplassen heen laveren, die nog getuigen van het natte weer van de voorbije dagen. En dan komen we bij een prachtig gerestaureerd kapelletje uit. Het is bijna 100 jaar oud (van 1901), maar het ziet er best aardig uit, zeker tegen de achtergrond van die rookbrakende industrie. We herademen als we de verkeersweg achter ons laten en het Zillebos instappen.

In Zutendaal steken we diagonaal het dorpsplein over en komen uit bij de grote, mooi gerestaureerde pastorie. Wat verder bevinden we ons gelukkig tussen de bomen en houdt ook de bebouwing op. Rechts van ons bevindt zich een laaggelegen gebied met weiden en meertjes waar de Zutendaalbeek zich een weg doorheen baant. Na enkele honderden meters passeren we een open plek, waar we aan de andere zijde een groot O.-L.-Vrouwbeeld opmerken. Hier doet Zutendaal zijn naam van Mariaoord weer alle eer aan.Na wat bochtenwerk steken we de Bezoekersbeek (?) over en stappen door richting Stalken, een gehucht van Zutendaal.

De witrode strepen leiden ons verder tot bij Huize “De Hoefaert”, het gebouw waarnaar het natuurgebied waar we ons nu bevinden genoemd is. En we zijn de bossen nog nog niet uit ! Modderige paden rijgen zich aaneen tussen hoogopgeschoten naaldbomen. We springen van rechts naar links over de soms geheel ondergelopen paden, en kunnen zo toch nog onze schoenen drooghouden. Op een kruispunt van boswegen blijven we even staan bij een groot infobord. Net lang genoeg om even op adem te komen, want het toch wel wat fris om hier in de schaduw té lang te blijven lanterfanten.

Links van ons zien we de kerktoren van Lanaken aan de horizon opdoemen.Tenslotte komen we dan toch uit bij de Sint Ursulakerk. Het wordt stilaan tijd om er een eind aan te maken, want de kilometers beginnen toch door te wegen bij een aantal van onze medewandelaars. Toch mogen we hier echter nog niet stoppen, want we moeten eerst nog de wandelboom terugvinden bij het cultureel centrum. We kunnen alweer een boekje opbergen : het “Traject der Lage Landen” van Bergen-op-Zoom naar Lanaken is volbracht ! Voor dit jaar echter , en daarmee ook voor deze 20e eeuw, zullen we het daarbij laten.

boven

 

14. Lanaken - Visé (35,7 km) : 24 April 1999

 

Om er vandaag een interessante afstand van te maken hebben we besloten om bij de grote wandelboom in Lanaken te starten richting Visé; dat maakt er een mooie 35,7 km van, echt een ettape naar onze smaak. Nadat we de wandelboom bij het Cultureel Centrum gevonden hebben, leidt de GR ons Lanaken uit.

We merken het wel niet zo onmiddellijk, maar van linksaf begint de Nederlandse grens ons steeds dichter en dichter te naderen. Op de kaart zien we namelijk dat de landsgrens zich hier van de Maas heeft afgescheiden en op deze plaats die eigenaardige bult vormt rond de stad Maastricht. We zien vele grenspalen, tekens van een bijna voltooid verleden tijd, zijn dat misschien dan wel. Iets verder zien we de eerste paal (nr. 96) een honderd meter links van ons al midden in het veld staan. Zo moederziel alleen tussen het groen, lijken ze in deze tijd meer een folkloristische, dan een nationalistische waarde te hebben; zo van : “Kijk, hier liep vroeger nu de grens tussen Nederland en België, gek hé !”.

De buitenwijken van Maastricht bevinden zich hier op dit moment het dichtst bij Belgisch grondgebied, en hoewel we de aangekondigde grenspaal nr. 93 niet te zien krijgen (als souvenier meegenomen zeker !), weten we dat we ons al snel op nederlands grondgebied bevinden. Zo doet de GR 5 voor de tweede maal het “Land van Maas en Waal” aan.

We bereiken wat verder de landsgrens weer bij paal nr. 89. Maar een kilometertje of twee verder, biedt een afdalende weg ons toch de gelegenheid om even vlak naast het Albertkanaal zelf te wandelen. Als we beneden gekomen even verder de brug van Vroenhoven zien die hier met één overspanning het kanaal overbrugt, en bijna 70 m boven ons uittorent, beseffen we pas welk een titanenwerk het is geweest om deze waterweg dwars door deze mergelbergen aan te leggen. Het kanaal was in feite een enorme verdedigingslinie (en antitankgracht) doorheen het ganse noordoostelijke deel van ons grondgebied. Langs het gehele bouwwerk waren om de 600 m bunkers gelegen en op de plaats waar de waterloop tenslotte evenwijdig aan de Maas begint te lopen, werd een modern fort gebouwd, Eben-Emael, maar daarover straks meer.

Plots komen we na een kruispunt bij een gerestaureerde hoeve aan. Het gebouw blijkt de “Apostelhoeve” te zijn. Op de akkers errond en vooral op de naar het zuidoosten gelegen helling, zien we heel wat wijnranken staan. Als we de mooie holle weg naast de hoeve induiken, zien we recht voor ons de prachtige vallei van de Jeker. Aan de overkant rijzen de beboste hellingen van de St. Pietersberg omhoog. Onderaan de weg zien we plots aan onze linkerkant een ijzeren hekken. Een plaatje dat eraan bevestigd is, vertelt ons dat deze oude groeve nu een vleermuizenreservaat geworden is.

Boven op de Pieterberg komen we aan bij een wandelboom en een arduinen wandelmonument. De boom geeft hier de plaats aan waar de verbindingsweg tussen de LAW 9 samenkomt met de GR 5. De LAW 9 of “Pieterpad” is een nederlands lange afstandwandelpad, dat begint in de provincie Groningen bij Pieterburen en na ongeveer 470 km eindigt even ten zuiden van ons standpunt op de St. Pietersberg ten zuiden van Maastricht. Het is één van de populairste wandelpaden bij onze noorderburen.Op het monument lezen we de volgende schrijfsels: “Van Pieterburen te voet, of omgekeerd als het moet; wit-rood lopen is goed” en dat kunnen wij natuurlijk volledig beamen. Maar vooral het tweede gezegde vindt ik toepasselijk op ons : “Tussen wens en vervulling, ligt een grote afstand”.

Vanaf hier trekken we verder het bos in.Onze aandacht wordt getrokken door het prachtige uitzicht over de Jekervallei. Op een bepaald moment zien we een oude mergelgroeve in de wand van de vallei. Er zijn hier ondertussen al 100-en kilometers lange gangenstelsels gegraven onder de grond. Aan de overkant van de vallei zien we trouwens het kasteel van Neerkanne (een gehucht van Kanne), dat nog net op het grondgebied van Nederland ligt, en voornamelijk opgetrokken is uit mergel (in 1611). Iets links ervan zien we de huizen van het belgische dorp Kanne reeds. Maar door het grillige verloop van de GR zijn we daar nog niet. De roodwitte streepjes leiden ons nog eerst weg van het dorp langs de heuvel de “Observant” (de waarnemer).We komen aan de rand van het bos uit bij de grens van de fusiegemeente Visé. Op deze plek komen Nederland, Vlaanderen en Wallonië tesamen. We komen hier uit op het grondgebied van de deelgemeente Lanaye, dat vroeger Ternaaien heette.

Op de grens van Wallonië en Vlaanderen lopen we nu verder richting Kasterhoeve. Het is een pracht van een ommuurde hoeve, op Waals grondgebied gelegen dus, waartegenover wij de Caestertweg nemen die ons nu geleidelijk af doet dalen naar het Albertkanaal en het dorpje Kanne. Van verre reeds zien wij het Albertkanaal terug opdoemen, als we doorheen de velden afdalen naar het laatste Vlaamse dorp op de GR 5. In het centrum komen we voorbij de St. Hubertuskerk, waarvan de toren, die in mergelsteen is opgetrokken, in de steigers staat. En bij het volgende kruispunt vinden we wat we zoeken : bij de brug over de Jeker nodigen de vele tafeltjes op het terras van café “Het Brökske” ons uit tot een rustpauze.

Om 12u40 stappen we het caféetje weer buiten, steken de Jeker over en begeven ons in de richting van de kanaalbrug. Een beetje over de brug wandelen we Wallonië binnen. Nu hebben we het vlakke land van Vlaanderen voorgoed achter ons gelaten en stappen het (nog zacht glooiende) landschap van Wallonië binnen ! We bevinden ons hier op het gebied van de Eben-Emael, een deelgemeente van de fusiegemeente Bassenge (Bitsingen).

Een asfaltweg leidt ons wat verder langs een monument voor gevallen verdedigers van ons vaderlandje; waarschijnlijk zijn ze omgekomen in de eerste dagen van wereldoorlog II. Wat verder moeten we even onze weg naar Nice verlaten, om een bezoekje te brengen aan het bekendste fort van België : Eben-Emael . Nadat we een bescheiden monument gepasseerd zijn, komen we bij de ingang. Op een grasveld blinkt nog een oude metalen geschutskoepel, en een opgepoetste Duitse tank van weleer geeft het geheel een nog intensere Wereldoorlog II-stijl. Het fort werd gebouwd tussen 1932 en 1935 en had als doel de zwakke plek in onze nationale verdediging te beschermen. Het beslaat een oppervlakte van zowat 75 ha en moest de Duitsers beletten het Albertkanaal over te steken, waar het met één van zijn zijden aan grensde. Men had echter niet aan een aanval vanuit de lucht gerekend, en met behulp van zweefvliegtuigen veroverden Duitse parachutisten de vesting in een paar uur.

Het is net 14u als we rechts van ons een grote toren met daarop eigenaardige dierenbeelden zien. Het is de befaamde toren van Eben-Ezer of ook de Cherubijnentoren. Een zekere Robert Garcet, historicus en archeoloog, heeft dertig jaar gewerkt om deze 30 m hoge toren te maken met rotsblokken uit de rivierbedding omhoog gebracht.

Ondertussen zijn we vanuit de vallei boven op het plateau gekomen en een mooi panorama wacht ons hier op. Een pracht van een holle weg brengt ons terug op asfalt en zo aan de rand van het dorp Wonck. We steken de Geer terug over en vinden de GR weer terug even buiten de dorpskom. De roodwitte streepjes voeren ons nu terug noordwaarts; we zijn hier in het plaatselijke ‘réserve naturelle’.

Tussen de vers omgeploegde en ingezaaide velden klimmen we de laatste meters naar de top van de heuvelrug en stappen wat verder door een klein bosje, waar sluikstorters hun beste beentje voorgezet hebben.Terug op hoogte gekomen, draaien we naar links en stappen nu voorgoed richting Visé. Een mooi plaatje ontrolt zich voor onze ogen als de hele Maasvallei voor ons in zicht komt : de stad Visé nestelt zich beneden ons aan de Maasoever en strekt zich over de ander valleiwand uit naar het oosten.

Voor de laatste keer vandaag steken we het Albertkanaal over. We nemen echter niet de kortste weg naar ons einddoel (we zouden er té vroeg aankomen), maar draaien na de brug onmiddellijk rechtsaf om naast het kanaal nog even te genieten van een koel briesje. Na een kleine kilometer komen we terug aan de oever van de Maas. Deze keer lijkt Visé, aan de andere kant van de stroom gelegen, binnen handbereik. De torens van het mooie stadhuis en de St. Martinkerk steken uit boven het stadje. Langs de linkeroever begeven we ons nu naar de grote verkeersbrug. Via een 30tal trappen komen we boven op de brug terecht, waarop we tenslotte de laatste meters afleggen richting eindpunt.

boven