GR 5 : Alpen Noord

 

 

64.St.Gingolph-La Chapelle d’Abondance(33 km):19 Juli 1999

Onze eerste etappe in de Alpen wordt niet de minste: ten eerste is het een flinke afstand en ten tweede moeten we zo maar even van de boorden van het Meer van Génève (386 m) tot op een eerste hoogtepas van 1915 m geraken, een verschil van zomaar even 1529 m.

Eerst moeten we echter nog enkele boodschappen doen : enkele koffiekoeken en baguetten bij de boulanger, enkele worsten bij de boucher en nog een flesje wijn bij een épicerie in de enige belangrijke hoofdstraat. En dan nog naar de embarcadère, de aanlegsteiger. Daar namelijk moeten we het spoor van de GR 5 gaan oppikken. Wat later vinden we bij het kerkje op een vijfsprong onze leidraad terug en volgen hem al snel het tweelingstadje uit naar het zuiden. Links van ons houdt het riviertje de Morge ons gezelschap in de diepte. Al snel gaat het gestaag de hoogte in. Het is wel een ander begin dan dat van de GR 5-variant die in Thonon-les-Bains begint; deze heeft een meer geleidelijke aanloop naar het gebergte, waarna het via het massief van de Dent d’Oche de GR 5 vervoegt iets voor de Col de Bise. We bevinden ons hier op de oude weg naar het plaatsje Novel, ons eerste doel van de dag.

De wolken die deze morgen nog even onze goede vooruitzichten leken te bedreigen, zijn allemaal verdwenen en de zon begint hier en daar tussen het gebladerte door te prikken. Al snel slaan we een zijpaadje in dat ons naar een bergdorpje brengt. Ooit stond hier een parochiekerkje voordat het door een aardverschuiving weggevaagd werd. In al zijn eenzaamheid heeft het plekje toch een prachtige ligging : bergtoppen alom en vooral de duistere uitlopers van het Grammont-massief aan de overkant van de grens zijn indrukwekkend. Nadat we even het kerkje bewonderd hebben, verlaten we Novel terug langs een oude wasplaats via de verkeersweg naar la Planche. Tot aan Novel hadden we er al 600 hoogtemeters opzitten, maar onze arbeid is nog niet gedaan.

Als we na een 30-tal minuten uitkomen bij de eerste chalets van het gehucht la Planche, hebben we alweer 200 m gewonnen. We komen hier voor de eerste keer deze week een GR-kruispunt tegen: de GR Balcon de Léman daalt hier uit het massief van de Pic Boré langs de Col de Neuve af en vervoegt de GR 5, maar gaat in de tegengestelde richting naar Novel om dan Zwitserland in te trekken op zijn weg rond het gelijknamige meer. Als we hier denken de rust te kunnen vinden, mogen we het vergeten. Altijd is er wel ergens een inboorling bezig met zijn bosmaaier om de stilte van de natuur te verstoren. Als de stilte ons niet vindt, zullen wij er maar verder naar zoeken ! Na enkele honderden meters komen we uit op een meer open landschap : uitgestrekte alpenweiden, doorspekt met hier en daar een boom. Als we ons omdraaien, kunnen we soms nog een blik werpen op het prachtige landschap dat zich voor ons openspreidt : doorheen de vallei van de Morge zien we aan het einde tussen de flanken van de omliggende bergketens nog de wateren van het Lac Léman schitteren.

Nog een 500 m boven ons kunnen we nu de pas onderscheiden die ons eerste doel wordt. Ze bevindt zich op een 1700 m hoogte en doordat het tempo nu wel wat lager geworden is, lijkt ze niet dichterbij te komen. Om 13u komen we tenslotte aan op 1702 m op een pas zonder naam, en we zitten al boven de boomgrens. We gaan eerst eens zien naar de volgende halte, de chalets de Neuteu. Voor ons gaat het landschap even steil naar beneden (de ravin des Nez), maar wij blijven gelukkig op hoogte en zijn nog maar nauwelijks even verder een bocht omgeslagen, of de gezochte gebouwtjes komen al in zicht. Er staan er flink wat : een 7-tal in gebruik zijnde en ook de fundamenten van een 4-tal ruïnes. Er volgt nog een korte klim, maar om 13u10 kunnen we ons in de schaduw van één van de huisjes neerzetten, vlakbij een bronnetje. Er staat geen bericht bij of het water drinkbaar is, maar we hebben niet veel keus : onze flessen zijn ongeveer leeg. In de schaduw van het chalet brengen we zo ons waterniveau weer op peil. Het zicht van hieruit is best mooi : iets beneden ons in de vallei bemerken we een vrij drassige plek, te zien aan de donkerder begroeiing, en wijzelf zitten hier zover het oog reikt weer tussen de heerlijk, kleurrijke alpenflora. In de chalets is geen leven te bespeuren; evenmin als er rond trouwens.

Als we wat op adem gekomen zijn, gaat het weer verder. Wij moeten onze aandacht weer toespitsen op de weg voor ons, want die wordt weer steiler. Voor ons rijzen de rotsachtige uitlopers van het massief van de Dent d’Oche omhoog, maar we weten nog niet goed waar we de Col de Bise, ons eerste belangrijke doel van de dag, moeten zoeken.Na een tijdje zien we in de verte een wegwijzer; zou dat de belangrijke samenkomst van de GR 5 met zijn variant, die uit Thonon-les-Bains vertrokken is, zijn ? Als we dichter bij komen, blijkt het inderdaad zo ! Om 14u tenslotte komen we aan op de terecht zo genaamde Col van de Noordenwind. We hebben het gedaan : 1529 m omhoog in 4 uren (rusten inbegrepen). Toch niet mis voor een eerste wandeling in het hooggebergte. Recht naar het noorden hebben we nog een prachtig zicht op het Lac Léman, terwijl aan onze voeten ook nog een klein bergmeertje in de zon blinkt. Waar kunnen we beter genieten van onze lekkere piknik dan hier ? De fles witte wijn laten we nog maar even zitten, want aan de andere kant van de vallei, waar de chalets liggen, zien we al de volgende pas, die we nog moeten overwinnen vandaag: de Pas de la Bosse. Met zijn 1816 m wel een 100 meters lager dan degenen waar we nu opzitten, maar zelfs op deze afstand toch niet minder indrukwekkend.

Met een flinke snelheid gaat het bergaf via flink wat haarspeldbochten.De chalets komen snel dichterbij en een goed half uur nadat we de afdaling begonnen zijn, krijgen we als we om een hoek komen de gebouwen in zicht. Eerst lijkt het of er helemaal geen caféetje is, maar als we de hoek van één van de chalets omgaan, staan we in de schaduw voor een terrasje, waarop we onmiddellijk aan één van de tafels gaan zitten.Als we allen iets voor ons hebben staan, is het wel verwonderlijk dat geen één iets genomen heeft met alcohol. Ik zie Perrier, Ice Tea, water met grenadine, ... , maar geen pression of (laat staan) trappist. Maar we zijn er nog niet ! Na een half uurtje zijn we weer weg.

Al snel gaat het zigzag omhoog langs een pad, gemerkt met een geitekop. De GR 5 leidt ons tenslotte via een bocht juist onder de westflank van de Cornettes de Bise tot op de grazige Pas de la Bosse, waar we ons natuurlijk naar goede gewoonte languit in het gras neerleggen. Het is ondertussen al bijna half 5 en we hebben nog heel de afdaling naar la Chapelle d’Abondance af te leggen. Rondom ons worden de graslanden kleurrijker met elke meter die we afdalen. Om 17 u ongeveer komen we voorbij de Chalets de la Cheneau, waar we kaas zouden kunnen bekomen volgens onze gids, maar het ziet er potdicht en verlaten uit. We zijn al gezakt tot 1400 m als we bij het vallen van de eerste voorzichtige druppels onder de bescherming van de eerste bomen het sparrenbos instappen.

We bereiken tenslotte la Chapelle d’Abondance om 18u stipt. Ondanks de natte aanblik, doet het dorpje toch zijn best om ons met de vele bloembakken kleurrijk te ontvangen. We krijgen al een bar in zicht, als ik toch nog even naar het plaatselijke Maison de Tourisme wil gaan. Als we binnenkomen, merken we nog enkele wandelaars in verschillende graden van natheid, en we kijken even rond naar de documentatie die hier te krijgen is. Op een tafeltje in het midden van het moderne gebouw, staan enkele flessen drank en een schaaltje met crackers. Tot onze verbazing wordt ons plots een (plastieken) beker aangeboden. Men vraagt ons of we misschien niet een gratis drankje willen nuttigen. Dat laten we ons geen twee keer vragen. Het blijkt een cocktail te zijn van witte wijn en cassis, en het blijkt nog uitstekend te smaken ook ! Zo mogen ze ons wel elke keer opwachten na een wandeling. Om 18u20 wordt het dan toch wel tijd om op te stappen.

 

 

 

 

 

65. Chapelle-d'Abondace - Les Lindarets (25km) : 26 Juli 1999

 

Het is 10u20 als we vertrekken, en de zon staat al hoog aan de hemel, als we de verkeersweg volgen richting Châtel. Tot onze grote opluchting, kunnen we na 1km de asfaltweg achter ons laten, en slaan we weer richting zuid in bij een beekje, langs een stoffige grintbaan bij een groeve. Al snel komen we aan de overkant van de Dranse d’Abondace in de schaduw van de bomen bij een oude woning terecht bij een splising. Bij de eerste bocht al komen we een medewandelaar tegen, en dan nog wel één op 4 poten. Het is een vrij magere Duitse scheper, die wel tevreden lijkt hier wat gezelschap te treffen. Zonder erom te vragen, sluit hij zich aan bij onze groep en begint voorop te lopen. De volgende 2 uren zal hij ons niet verlaten en als een trouwe gids de weg leiden. Een paar minuutjes later komen we een bordje tegen dat ons de richting wijst naar een waterval, en die blijkt inderdaad een bezoek waard te zijn. Via een paadje, hobbelig gemaakt door uit de grond stekende boomwortels bereiken we al snel de waterval, die zich hier van een toch wel respectabele hoogte in de diepte stort. Als we de GR5 terug opzoeken, komen we al enkele medewandelaars tegen. Misschien zijn ze ook van plan om vandaag richting Col de Bassachaux te lopen zoals wij. Onze viervoetige collega blijft even besluiteloos staan, als weet hij niet welke mensen hij zou volgen, maar vlug blijkt dat hij toch een boon voor ons heeft, en hij sluit zich weer bij ons aan.

We volgen nu de plaatjes ‘Sur Bayard’ en klimmen gestadig zuidwaarts, soms zigzag, doorheen het loofbos. Soms komen we naast het beekje, de ruisseau des Mattes, waarop zich ook de waterval bevindt. Hogerop verlaten we het bos en komen om kwart na elf uit bij het chalet Bayard, volgens mij niet meer dan een gesloten schuur met, zoals meestal hier, een deels verroeste metalen, golfplaten dak. De eerste 200 m klimmen zitten er al op. Alsof onze viervoeter het weet, leidt hij ons voor op de GR. Het zou me nochtans verwonderen dat hij de roodwitte verfspatten, die hier en daar op het geboomte staan, juist kan interpreteren ! Als we na nog eens 300 m klimmen in de verte het zachte geklingel van koeiebellen horen, beseffen we dat ons volgende doel bijna bereikt is. Op een open plek komen we uit bij de chalets des Crottes (1529 m). De lawaaierige runderen staan op een hoopje in een hoek van de wei te grazen, terwijl wij erlangs naar de stal stappen, om ons in de schaduw ervan even neer te zetten. Na een kwartiertje is het zweet weer een beetje opgedroogd en kiezen we bij de splitsing de weg naar de Col des Mattes. Nadat we een beetje hoogte gewonnen hebben, begint het pad meer te zigzaggen en blijkt de stenige bedding van een beekje te volgen. Nog steeds vergezeld van onze trouwe viervoeter komen we nogmaals uit op een grote open plek en zien in de verte ons volgende herkenningspunt : de chalet de la Torrens (1742 m). Over de gebouwen heen kunnen we in de verte ons eerste grote doel van de dag eindelijk zien liggen : de Col des Mattes (1910 m).

OK, nu nog de laatste etappe naar het hoogste punt. Onze trouwe viervoeter blijkt plots van de aardbodem verdwenen te zijn, maar we kunnen niet op hem blijven wachten. We gaan met een grote boog links onder de wand van de Tête de la Torrens (1858 m) door en komen zo op een erg modderig gedeelte van de GR terecht. Zoals gewoonlijk wordt het op het einde nog even echt steil, voordat het pad juist voor de col afvlakt, en we plots de andere kant kunnen zien. Die blijkt gewoon een grote, groene wei te zijn, waar over een grote oppervlakte vele koeien staante grazen. Het is kwart voor twee en onze magen beginnen nu toch stilaan te knorren. We hebben er even niet op gelet, maar de runderen hierboven krijgen blijkbaar niet erg veel bezoek, want na enkele minuten komen ze nieuwsgierig dichterbij en komen als het ware een deel van de piknik opeisen. Na een dik half uur zijn onze T-shirts genoeg in het briesje gedroogd, opdat we de rugzakken weer kunnen aandoen. We begeven ons richting wegwijzer die even voorbij het chaletje staat, en draaien rechtsaf richting Le Pron, één van de vele chalets annex schuren, die hier op de oostflank van de Mont de Grange verspreid liggen. Rond drieën komen we aan bij de chalet de Pron (1741m) en, nadat een jongetje ons bevestigd heeft dat het water dat in de plaatselijke trog loopt wel degelijk ‘potable’ is, vul ik hier toch mijn fles. We laten een weggetje naar de chalet de Coicon rechts liggen, en beginnen onze klim. Na enkele bochten slaakt één van m’n broers plots een kreet en wijst op de bergwand naast de weg. Een kleine adder (circa 25 cm) probeert zich een weg te wurmen langs de wand omhoog. Het is onmiskenbaar een adder, met zijn markante driehoekige kop, en het is de eerste die ik ooit gezien heb !

Na nog wat klimwerk komen we dan tenslotte boven op de crête de Coicon in de bocht van de weg, en zien voor ons het einde van de vallei van la Dranse d’Abondance met beneden ons het groepje huizen, dat bekend staat als de chalets de Plaine Dranse. Het is 15u30 en we gaan lichtjes bergaf verder naar ons volgende doel. Door dun naaldwoud met af en toe mooie zichten rondom ons dalen we stilletjes af naar het westen. In een grote boog gaan we rond de vallei van de ruisseau des Rubis, een zijriviertje van de Dranse. Als we even later bij de chalets van Lenlevay komen, verwacht ik in de vallei het Lac Montriond te zien liggen, maar ik heb me vergist; we zijn nog één vallei noordelijker, namelijk dat van le Malève. Het pad wordt erg drassig en we zijn verplicht regelmatig smalle beekjes over te steken. En dan komt weer het moeilijke deel : zoals Tantalus zien we de col rechtvoor en boven ons liggen, maar de laatste 130 m klimmen lijken wel eindeloos te duren. Een laatste, steile klim en we komen op de asfaltweg terecht even beneden de Col de Bassachaux. Als we nu denken dat de GR ons genadig langs de brede weg naar boven zal leiden, hebben we het even mis ! Recht tegenover de plaats waar we de weg bereiken, leiden de tekens ons weer recht omhoog de bergflank op linea recta naar het café-restaurant, op het terras waarvan we tenslotte om 16u30 toekomen. We zitten hier echt op het kruispunt van valleien. Toch kunnen we het niet nalaten om hier toch eens uitgebreid van het zachte namiddagzonnetje te genieten. Daarom is het al 17u10 als we de weg hervatten. Gelukkig blijft het hier voorlopig wat plat. De GR blijft de nu zuidwestelijke flank van de crête de Rochassons volgen. En het is er druk; de vele dagjesmensen, die zich tot hier begeven hebben met hun auto, wandelen nu richting Bassachaux, geplukte alpenbloemen in de hand, om naar huis terug te keren. Met pijn in het hart komen we een dame tegen met in haar armen een flinke bos van eenzelfde bloemsoort; ik herken ze al van ver. Het is een ruiker van Gentiana purpurea. We stappen onderlangs de Tête de Lindaret en genieten van het mooie zicht op de vallei onder ons en het Lac de Montriond dat in de diepte in het zonlicht schittert. Een flinke afdaling van een klein half uur brengt ons tenslotte op de grote parking, bij de auto. Het volgende stuk gaat richting Zwitserland, dat we voor de tweede en laatste maal tijdens de GR -tocht aandoen.

 

 

 

66. Les Lindarets - Les Mines d'Or ( 25km) : 23 juli 1999

 

Met de 8 deelnemers van vandaag stappen we om 10u20 uit in les Lindarets. Het begint met een flinke klim naar de crête de Rochassons, een dikke 300 meter boven ons. En buiten het feit dat het zicht ondertussen wel heel wat mooier wordt ondertussen, is het een vrij eentonige klim, met één grote haarspeldbocht halfweg. Een hele rij mountainbikers komt het hobbelige pad afgedaald, en één ervan is zo vriendelijk ons een voorbeeld te geven van hoe het best niet moet. Zijn voorwiel blokkeert en hij maakt een mooie salto tussen ons in. Zonder veel erg overigens, want even later is hij terug onderweg. Buiten één enkele, kleine stop leggen wij de inloop naar de kam af in één enkele ruk, en om iets na elven staan we dan ook op de crête bij een wegwijzer, die ons de richting Zwitserland aanduidt. Wij moeten onze weg vervolgen doorheen een hellend, groenbegrasd landschap richting zuidoost, naar de col de Chésery. We moeten nog bijna 200 m aan hoogte winnen, voor we Zwitserland kunnen binnentrekken. We wandelen verder op de flank van de Pointe de Chésery (2251 m) over een stenenveld. Na nog een lichte klim komen we om kwart voor elf aan op de col de Chésery (1992 m of 2024 m in Zwitserland; ze komen hier niet goed overeen precies). Om 12u juist arriveren we bij de refuge de Chésery en merken tot onze opluchting dat er nog enkele tafeltjes vrij zijn. Na een stemming wordt toch beslist om hier te maaltijden en dat is misschien toch het veiligste; waar vinden we onderweg nog zo een goede zitplaats voor zo velen.

Na een 3 kwartiertjes zijn onze magen gevuld en de rugzakken wat lichter, zodat we uitgerust en een stuk lichter de aanval kunnen openen op de volgende beklimming van de dag. Rond het meertje leidt onze weg naar de pas van de col des Portes de l’Hiver. En dan slaat de kille wind weer toe.Het zijn hier op het moment echt wel de Poorten van de Winter. Het is maar een half uurtje klimmen naar de col - ook Portes du lac Vert genoemd - zelf, en om kwart na één staan we dan ook op de kam, op 2099 m. Voor ons ontplooit zich plots een heel ander panorama; we staan hier voor de verzamelde drieduizenders van West-Zwitserland. Eenmaal echter de col achter ons gelaten, verdwijnt de koude al snel. We laten een kudde koeien met hun luidruchtige bellen op de col achter en beginnen aan de afdaling naar de chaletten van Chaux Palin (en niet Chaud Lapin, Sus), die we al in de diepte enkele honderden meters onder ons zien liggen. De volgende huisjes zijn de chalets du Pas, die als achtergrond de met sparren begroeide Pointe de Ripaille (1927 m) hebben. Af en toe komen de Dents-du-Midi toch nog zo ver uit de wolken.

We zetten onze weg voort naar het zuiden, richting Col de Coux (1920 m), die we nu al goed voor ons kunnen zien liggen. Hij vormt recht voor ons een mooie knik in de kam, die hier de grens vormt tussen Frankrijk en Zwitserland. En als om deze etappe toch niet té eentonig te maken, komen de besneeuwde toppen van de Dents Blanches soms even uit de wolken tevoorschijn. Na een grote bocht komen we tenslotte aan bij de boerderij La Pisa (of Le Lapisa of Pisaz), waar in krijt op een bordje aangegeven staat, dat er zich een ‘Buvette’ bevindt. De hele groep komt weer samen en we vertrekken voor de laatste afdaling naar de boerderij van La Poya, waar we om tien voor drie toekomen. Weerom afsluitingen en weerom voorzichtig tussen de koeien-uitwerpselen door maneuvreren en dan staan we daar met voor ons de klim naar de Col de Coux; toch nog een fikse klim van 270 m. Elkeen begint er aan op zijn eigen tempo. Groepjes vormen zich met daartussen enkele individuen, die het liever volbrengen op hun eentje. Het begint nog vrij rustigaan, maar al snel wordt de rechte wandelweg onderbroken door enkele nijdige zigzagbochten, die er zoals steeds op wijzen, dat er meters geklommen dienen te worden. Terwijl we de prachtig mooie flora kunnen bewonderen, vorderen we echter gestaag en zo komen ook de laatsten onder ons na de voorspelde 40 minuten, dus om 15u30 op de Col de Coux aan (1920 m). Een frisse wind slaat ons in het gelaat, dus we zetten ons in de luwte van het potdichte ex-douanegebouwtje neer om eens goed uit te blazen. Alom hebben we hier prachtige vergezichten, waarvan we dan ook met volle teugen genieten. De beide Dents-massieven staan hier nog eens op een rijtje naast elkaar en ook in de richting van Frankrijk strekken zich de bergketens golvend uit tot aan de einder.

Het is goed te weten dat er ons nog slechts een rustige afdaling rest, en nog meer dan genoeg tijd om die te volbrengen. Dus er is nog tijd voor een klein interludium, namelijk dat extraatje in mijn rugzak. Al bij de eersten op de col heb ik de fles witte wijn, die ik tot hier meegesleurd heb en ondertussen al bijna een traditie geworden is op onze wandelingen, al te koelen gezet in het foedraal van mijn regenjas, die ik voor dit doel gevuld heb met wat plaatselijke sneeuw. Na een tiental minuten blijkt de wijn al toch in die mate gekoeld dat hij vrij goed te drinken is. In een mum van tijd is de fles soldaat gemaakt en kunnen we onze laatste afdaling aanvatten. Na nog een laatste blik op het Zwitserse deel van de GR 5 in de Alpen, draaien we ons om en passeren het frele, metalen poortje dat hier de grens moet voorstellen en beginnen het paadje af te lopen in de richting van de grijze, dreigend gladde wand van les Terres Maudites, langs de voet waarvan de GR 5 zijn weg verderzet naar de Col de la Golèse, die we in de verte ook zien liggen. Dan komen we bij een wegsplitsing. van hieruit kan men via de Chalets de Fréterolle rustig afdalen naar het hotel-refuge des Mines-d’Or. Wij vervolgen onze weg tot een kruispunt iets verderop, waar de GR 5 de Torrent de Chardonnière kruist. Daar namelijk zijn we enige dagen geleden de volgende etappe van de GR gestart, en daar willen we natuurlijk ook eindigen vandaag. Na enkele haarspeldbochten en een paar poortjes die erop wijzen dat ook hier het plaatselijke vee geweid wordt, bereiken we dan toch het infobord, waar we drie dagen geleden onze wandeling begonnen zijn. Nu is het nog rechtsaf en over de semi-verharde terug naar les Mines-d’Or. Dan is het nog een tiental minuten omhoog over het asfalt en om 17u stipt krijgen we het water en de parking in zicht.

 

 

 

67. Les Mines d'Or - Pont des Nants (25km) : 20 Juli 1999

 

Het is 10u45 als we klaar staan bij het heldere meertje van les Mines d’Or. Inderdaad, lange tijd geleden waren er hier goudmijnen in de bergen boven de chalets de Fréterolle tegen de Zwitserse grens iets ten noorden van de Col de Coux. Het gaat via de asfaltweg bergaf en bij de eerste haarspeldbocht gaan we linksaf op zoek naar de GR 5. Na een half uurtje komen we uit bij een open plek, waar een infobord ons duidelijk maakt dat we de GR 5 bereikt hebben bij de Torrent de Chardonnière. Voor ons zien we even later hoe het wandelpad zich verder zet aan de voet van de grijze kliffen van de Terres Maudites. Wat een majestueuze achtergrond voor het begin van onze tocht. Wat verder moeten we ook nog een flinke beek via enkele rotsblokken oversteken, maar het lukt toch zonder ongevallen. En zo komen we terug het bos in, waar ons pitoreske, smalle wandelpaadje plots een brede, modderige, door bandensporen omploegde baan wordt. Op goed geluk volgen we maar deze modder-autostrade, want de enkele roodwitte merktekens die hier ooit de GR aanduiden, zullen waarschijnlijk al lang verdwenen zijn. Slechts een 100 hoogtmeters scheiden ons van het hoogste punt van vandaag. Ieder valt op eigen tempo de laatste helling aan. Om 12u30 zijn we boven op de befaamde Col de la Golèse op 1660 m.

Enkele minuten platte rust, en dan wordt het voedsel uitgedeeld onder de deelnemers. Naast de eeuwige baguetten is er nog een overvloed aan verschillende soorten meer of minder ruikende kazen en lekkere worsten. Iedereen doet zich dan ook zonder veel treuzelen tegoed aan deze lekkernijen. Met het drinken moeten we wat opletten; hier en daar zijn er wel weer van die bronnen, maar zijn ze allemaal wel koosjer ? Waarschijnlijk wel, maar je weet maar nooit ! Paks, onze hond, laat zich door al deze bedenkingen natuurlijk niet weerhouden, en we laten hem daarom ook uitgebreid genieten van het koele water. Onmiddellijk na het eten zien we links een voetpad vertrekken naar de refuge de la Golèse. Verder bergaf dus, en in de verte kunnen we al een glimp van de vallei van de Giffre opvangen, waar ons volgende doel zich bevindt. Een blik op Samoëns zelf echter wordt ons ontzegd door de donkere massa van de berg les Suets (1327 m). Paks profiteert van elk plasje water en elke schaduw om wat koelte te zoeken. De sukkelaar ziet erg af van de warmte. De weg wordt nog wat breder en hier en daar zien we nog meer tekens van de dichterbij komende beschaving : huizen die tenminste toch een deel van het jaar bewoond lijken, duiken langs de weg op. Dan bereiken we een scherpe bocht in de weg; we zijn in les Chavonnes, een verzameling van enkele gebouwtjes.

We dalen verder af tot we na een grote bocht in het gehucht les Allamands terechtkomen. Hier staan enkele oude huisjes en chalets tesamen rond een kapelletje. Het belangrijkste bouwsel hier echter, is een afdak waaronder we een bron ontdekken. Al gauw staat iedereen in rij om zich te goed te doen aan het frisse nat. Het is bijna half drie, dus we zitten goed op schema om Samoëns op het afgesproken uur te bereiken. Langs de weg die zich tussen de gebouwtjes door slingert vervolgen wij onze route dalwaarts. We zijn al een 600 m gezakt, en beginnen nu aan onze laatste 300 m. Terwijl we voor ons een indrukwekkend zicht krijgen op de noordflank van de Aouille de Criou (2227 m), dalen we nu via een echt geasfalteerde weg af naar de vallei van le Clévieux Torrent. Dan komen we uit het bos terug uit op de asfaltweg richting Samoëns.We komen nog enkele jonge rugzakwandelaars tegen, voordat we een honderd meters verder de weg af moeten en les Grands Bois intrekken. Aan deze kant van het water echter volgt er nu een rustige wandeling via een slingerend paadje door het bos. Een tiental minuten later komen we dan uit bij le Clévieux torrent, dat hier toch een behoorlijke breedte van een vijftal meters bereikt heeft.

Langs de beek brengt het wandelpad ons stilaan dichter bij Samoëns. We komen voorbij een passerelle over het water en tenslotte op een asfaltweg. Zo bereiken we na enkele minuten les Moulins, waar we voorbij de plaatselijk gîte d’étape in Samoëns zelf aankomen. Bij de brug over le Clévieux vinden we de roodwitte streepjes terug, die we langs de nu in een recht kanaal-keurslijf geduwde bergrivier volgen. De zon spreidt ook nu nog haar weldoende, warme stralen over ons heen.De GR 5 maakt bij de samenloop van de Clévieux met de Giffre een scherpe hoek en nu volgen we deze laatste rivier verder stroomopwaarts. Hier vlak naast de snel voorbijrazende rivier, zie je nu en dan nog wat, zoals een groep jonge kanovaarders, die onder begeleiding proberen de Giffre stroomafwaarts af te varen, zonder om te slaan. Terwijl onder ons op het water weer enkele van die wildwaterfanaten doordrijven, steken wij de brug over en beginnen een korte klim naar het vlekje Les Faix. We gaan bovenlangs het kapelletje Notre-Dame des Grâces door een beukenbos en komen dan bij een open wei tussen het bos en de oever van de Giffre. Deze steken we over en komen uit bij een metalen voetbrug over de rivier. We krijgen een nauwe kloof in het oog, de Gorges des Tines. Het is het begin van wat er overblijft van de oude bedding van de Giffre. Er zijn enkele vrij steile stukken bij, maar daar wordt de weg ons vergemakkelijkt door enkele metalen ladders.

Na een behoorlijke klim komen we tenslotte uit op een vrij plat stuk, waar we even het pad verlaten om te genieten van het mooie panorama dat ons hier geboden wordt op de vallei en de bergen aan de overkant ervan, zoals de Dent de Verreu (1901 m) en de Pointe Rousse (2566 m). Voor ons krijgen we als voorproefje voor de volgende etappen een mooi zicht op de indrukwekkende toppen van de achter elkaar gelegen Pointe des Places (1543 m) en de Pointe de Sales (2497 m). Bij een weg komen we terecht bij de Pont des Nants, die we oversteken richting Le Fay. We klimmen van de parking naast de brug omhoog naar het kapelletje in het dorpje en verder door naar de weg van Sixt naar Salvagny. Hier slaan we linksaf en na enkele honderden meters krijgen we de voertuigen in zicht, nog precies waar we ze deze morgen achtergelaten hebben.

 

 

 

68. Pont des Nants - Refuge du Col d'Anterne (24km) : 27 Juli 1999

 

Tenslotte komen we dan bij de apotheose van deze zesdaagse : een tweedaagse huttentocht van de vallei van de Giffre naar de vallei van de Arve over enkele redelijk imposante passen. Omdat we onderweg geen mogelijkheid zien om een auto halfweg te plaatsen, knopen we deze 2 etappes maar aan elkaar tot één geheel. Eerst moeten we natuurlijk weer bij ons uitgangspunt geraken : de brug over de Giffre des Fonts bij Le Fay in de vallei bij Sixt-Fer-à-Cheval. We slaan de weg in die langs de rivier naar het zuiden loopt in de richting van de stompe, grijze toren van de Pointe des Places (1543 m). We bevinden ons hier op 768 m hoogte, en zullen vandaag heel wat hoogtemeters moeten verwerken. Het hoogste punt vandaag is de Col d’Anterne (2257 m), een 1500 meters klimmen deze dag. Iets verder bewonderen we de cascade de Saubaudy op de zich naar beneden stortende Torrent de Gers. We steken de bergrivier weer over via de Pont de Salles. Een tweehonderd meter verder komen we weer op de weg en bereiken zo om 10u45 de cascade du Rouget. Onderweg moeten we even door wat modder ploeteren, maar de bosweg brengt ons even later toch bij enkele huisjes, die het gehucht les Fardelay vormen. We hebben er al bijna 300 m klimmen opzitten, als we achter de gebouwtjes, doods en verlaten, door verder wandelen.

Wij volgen de GR doorheen enkele open velden, en komen tenslotte een dik uur na ons vertrek uit bij het einde van de weg, aan de chalets de Lignon. Het blijft gestaag klimmen. We steken wat zijriviertjes over en om tien voor twaalf horen we tenslotte in de verte stilaan een voortdurend geruis dichterbij komen. En dan komen ze plots in zicht : de tweelingwatervallen van la Pleureuse en la Sauffaz. En ze zijn echt wel de moeite van een bezoek waard ! De Pleureuse laat zich van een respectabele hoogte als een breed gordijn neervallen, terwijl la Sauffaz het iets minder steil doet. Ondertussen weten we dan wel dat de Collet d’Anterne niet ver weg meer kan zijn. Iets links van ons markeert een houten kruis het hoogste punt van deze Collet d’Anterne (1816 m). Pas na een goed half uur komen een viertal bouwsels in zicht : twee ervan lijken ons schuren, één een vrij armoedige slaapgelegenheid en het laatste is de refuge d’ Anterne of ‘Alfred Wills’ (1810 ). De Col d’ Anterne is voor het moment uit ons zicht verdwenen

Recht ten zuiden van onze zitplaats lijkt ons hoogste punt van vandaag, de Col d’ Anterne (2257 m), schijnbaar binnen handbereik, maar in feite bevindt het zich nog een dikke 100 m boven onze hoofden. Na een half uurtje rust, stappen we om half vier terug op en dalen de laatste meters af naar het Lac d’ Anterne. We kunnen het niet laten om toch even tot aan de rand van het meer zelf te stappen. Tenslotte laten we het meer achter ons. We steken een beekje over via enkele wankele rotsblokken en verliezen al snel het wateroppervlak uit het oog. Terwijl we gestaag omhoog klimmen, kunnen we stilaan op de Col enkele stippen onderscheiden. Langs een helling, die hier en daar doorsneden wordt door een sneeuwveld, gaan we praktisch rechttoe rechtaan naar de col toe. Om 16u stipt komen we tenslotte op de Col d’ Anterne aan. Een frisse wind slaat ons in het gezicht. En ja hoor, omgeven door een ijle wolkenmassa kunnen we hem nu van vrij dichtbij bewonderen : de Mont Blanc (4810 m), de hoogste berg van West-Europa. En hij heeft zijn naam echt niet gestolen; het is waarlijk een witte berg. Het zal er best wel nog indrukwekkender uitzien bij helder weer, maar voor ons is dit al beloning genoeg. De donkere keten van de Aiguilles Rouges (met de Mont Brévent ons doel voor morgen) op de voorgrond ontnemen ons het zicht op de voet van het hoogste massief.

Voor ons in de diepte kunnen we reeds ons einddoel van vandaag onderscheiden : de gebouwen van de refuge du Col d’ Anterne, een 250 m onder ons gelegen. De refuge is niet echt ver meer af, het lijkt zelfs binnen handbereik vanaf hier. Na een kwartiertje besluiten we de laatste meters naar ons einddoel van vandaag aan te vatten. Het duurt toch nog een 35 minuten voor we de laatste, vlakke meters van het pad afleggen, die ons scheiden van het terras van de refuge. Nadat we eerst een pint gedronken hebben om de grootste dorst te lessen, worden we al snel ontvangen door een française, die ons inschrijft en ons naar onze dortoir brengt. Rond 18u30 kunnen we aan tafel. We krijgen in de volbezette eetzaal, een pracht van een tafeltje in de hoek, vanwaar we door 2 ramen een mooi zicht hebben op de omgeving. We hebben gekozen voor de ‘fondue savoyarde’ natuurlijk; dit is een combinatie van drie gesmolten kaassoorten (Comtois, Beaufortin en een weinig Emmenthal), met daarbij wat witte wijn en look. Blijkbaar hebben ze niet op een beetje wijn meer of minder gekeken, want de fondue lijkt ons wat vloeibaar, maar ze smaakt er niet minder lekker om. Zeker als we daarbij nog een fles witte wijn bestellen. Ik had toen ik de eerste maal belde om te reserveren voor 4 personen plaats gevraagd, voordat ik enkele dagen later 1 persoon minder aanmeldde. Dat laatste telefoontje echter was zeker niet goed doorgekomen, want men heeft voor ons een portie voor 4 klaargemaakt. We klagen echter niet en voor het half uur om is, zijn we de laatste resten kaas met onze stukjes brood uit de pot aan het schrapen.

 

 

 

69. Refuge du Col d'Anterne - Les Houches (28km) : 28 Juli 1999

 

Het uitzicht naar buiten van onze ontbijttafel, is niet helemaal zoals we het graag gewild hadden. Wolkenslierten bedekken nog het gehele landschap en een zicht op de Mont Blanc van hier uit, kunnen we wel helemaal vergeten ! Voorlopig is het wel nog zo fris dat we onze regenjassen, al maar bovenhalen. Wij richten onze stappen nu voorgoed het dal van de Torrent de Moëde in, dalwaarts. Stilaan valt er meer water uit de hemel. Als we wat verder langs een watervalletje stappen, wanen we ons al bijna in een tropisch regenwoud. De plantengroei is hier echt fantastisch ! Eén plant moeten we hier toch vernoemen. Het is de Lys martagon of Turkse lelie in het Nederlands. Voor ons zien we na een tijd een kale rotspunt opduiken uit al dat van natheid druipende groen, de Tête de Jeubon. Deze rots steekt enkele tientallen meters boven ons uit. Wij slaan even ervoor linksaf en passeren hem langs de noordkant. Als we tenslotte aankomen bij de Pont d’ Arlevé zijn we sinds de start al een dikke 400 m gedaald. We zijn bijna een uur onderweg (8u35). Ik heb geschat rond 17u in les Houches te arriveren. De Pont d’ Arlevé is een stevige houten brug met een ijzeren leuning.

Dieper naar het dal toe heeft het riviertje een vrij steile kloof uitgesleten tussen de bergen. Van hier tot op de top van de Brévent (het hoogste punt van onze zes dagen GR hier) moeten we bijna 1000 m stijgen, dus zullen we maar rustig aan beginnen. Het begin is niet té steil. Het begint tot onze opluchting nu ook minder te regenen en na nog enkele minuten vallen er geen druppels meer naar beneden. Om 9u20 leidt de GR ons langs de ruïnes van enkele huisjes, de chalets d’ Arlevé. Het zijn nog slechts de fundamenten van enkele optrekjes, die hier vroeger waarschijnlijk enkele boerengezinnen hebben gehuisvest. Van hier uit kunnen we de col du Brévent echter niet zien; de bergwand stijgt te steil boven onze hoofden uit om de kam ervan te kunnen zien. Onder en achter enkele rotspieken langs komen we daarna op een wat vlakker stuk, en de aanblik van de eerste sneeuwvelden laten ons vermoeden dat weer bijna zijn. Om 10u50 zetten we onze eerste stappen op de Col du Brévent (2368 m), en onmiddellijk worden onze ergste vermoedens bevestigd : niet alleen is de vallei van de Arve (met Chamonix erin) bijna volledig bedekt met wolken, maar diezelfde wolken komen langzaam maar zeker onze kant uitgekropen en al snel zitten we zelf in de erwtensoep. Op deze plek vervoegt ons de befaamde ‘Tour du Mont Blanc’-route, één van de meest begane GR-routes in Frankrijk en waarschijnlijk ook wel in Europa. We traverseren nog enkele sneeuwplekken, en komen natuurlijk ook nog enkele ladders tegen om de te steile passages te overbruggen.

Nadat we zo onderlangs le Clocher du Brévent gegaan zijn, bereiken we dan toch de kam van de bergketen zelf. Rustig aan brengt dit pad ons tenslotte op de top van de Brévent zelf (2526 m). Als men zich hier een kale top met eventueel een kruis erop voorstelt, moeten we deze mensen toch ontnuchteren. Heel het bovenste gedeelte van de berg, wordt ingenomen door het aankomststation van de kabelbaan, die van Plan Praz en Chamonix komt en een half-cirkelvormig restaurant met terras. Op de top zelf heeft men toch nog een platform voorzien met een afsluiting errond en een ‘table d’ orientation in het midden. Gelukkig is ondertussen ook de bewolking opgetrokken zodat we, hoewel niet de bergtoppen, toch een vrij mooi zicht hebben op de wereld onder ons. 1500 m onder ons zien we Chamonix in de smalle vallei liggen, terwijl van de andere kant van de vallei de gletsjers van de Mont Blanc er als het ware naar toe kruipen. We hebben het hele terras voor onszelf, maar na een dik halfuur hebben we het hier wel bekeken. Tijd om onze weg verder te zetten. Langs een pad tussen kriskras door elkaar liggende rotsblokken dalen we nu af langs de zuidwest kam van de Brévent. Rechts onder ons zien we enkele honderden meters lager het blauwe Lac du Brévent liggen.

Na een halfuurtje lopen komen we bij een mooie plaats met zicht op de vallei van de Arve en uit de wind gelegen. Hier gaan we even eten. Na een 35 minuten op ons 2300 m hoge balkon te hebben doorgebracht trekken we verder. De grootste inspanningen voor vandaag lijken verleden tijd te zijn; vanaf nu is het nog slechts bergaf richting les Houches. We steken le ravin des Vouillourds over en komen wat later bij de eerste bomen, voornamelijk nog sparren. Na nog eens een half uur komen de gebouwen van het natuurreservaat van Merlet in zicht. Tenslotte komen we bij een vrij penibele passage; We bevinden ons nu in de diepe kloof die de bergrivier de torrent de Lapaz hier in de wand van de bergen heeft uitgesleten. Hier en daar helpen kabels en in de rotswand aangebrachte ijzeren voetsteunen ons verder. Om 15u komen we uit bij een hoge metalen draadomheining. Het is de grens van het dierenpark van Merlet. Op een terrein van een 23 hectaren kunnen hier de dieren van deze streek vrij ronddwalen, terwijl de mensen er tijdens een wandeling van kunnen genieten. Mouflons, marmotten, herten en steenbokken maar ook lamas lopen hier vrij rond.

Ons einddoel van deze wandelweek ligt nog 1u25 verderop. Om kwart voor vier komen we bij onze laatste stopplaats aan : het 17 meter hoge standbeeld van Christus Koning. In de voet ervan is een soort kapel gevestigd, en erbuiten staat een altaar. En dan vertrekken we voor onze laatste etappe. We duiken weer het bos in, maar al gauw komen we in de bewoonde wereld. Zo stappen we dan stipt om 16u30 het eindpunt van onze GR-zesdaagse binnen. Les Houches is een vrij toeristisch, maar toch aangenaam plaatsje aan de voet van de Aiguille du Goûter, één van de markante toppen van het Mont Blancmassief. We vinden al gauw een plaatsje op het terras van ‘la Chavanne à Florent’. Tijd om onze (eerste) ‘sérieux’ te bestellen. De eerste 160 km van de Europese Wandelweg nr. 2 doorheen de Alpen zitten erop. Wanneer zullen we onze GR-draad hier terug opnemen en onze weg verder zetten naar de Middellandse Zee ? De toekomst zal het uitwijzen. Tot dan !!

 

 

 

70. Les Houches - Refuge du Nant-Borrant ( 27km) : 23 Juli 2002

 

Om 9u00 beginnen we met de klim naar ons eerste doel : de Col de Voza, één van de beroemde namen op de GR. We gaan nu de zuidelijke dalwand van de Arve beklimmen, om ook deze vallei voorgoed achter ons te laten. Het gaat ondertussen goed vooruit en als we tenslotte de weiden, die vol staan met vele bloemen in verschillende kleuren (onder andere wilgeroosje en grote ratelaar), bereiken iets onder de kam, krijgen we een prachtig zicht op het hoofdmassief van de Mont Blanc. De berg doet zijn naam echt eer aan met zijn witte hoofd in de glinsterende zonneschijn. Tenslotte wordt het pad wat minder steil en merken we dat we aangekomen zijn op 1653 m op de Col de Voza. Het is 10u55. Al snel komen we uit bij het station(netje), eigenlijk niet meer dan een perron met wat banken. Er staat al heel wat volk te wachten ! Dit spoor is de ‘Tramway du Mont Blanc’, die in de vallei onder ons bij St. Gervais-le-Fayet (ongeveer 1000 m hoogte) start en uiteindelijk zijn passagiers afzet op een hoogte van 2386 m bij Le Nid Aigle, waar zich een chalet-restaurant bevindt met een prachtig zicht op de gletsjer van Bionnassay.

We zitten hier als het ware op de drempel van de Mont Blanc. De top zelf ligt nog net buiten ons gezichtsveld, maar op de laatste sneeuwvelden ervoor, zien we duidelijk hele rijen klimmers door het sneeuw ploeteren. Ze zijn waarschijnlijk enkelen van de honderden die vandaag boven op de hoogste berg van Europa gestaan hebben of zullen staan. Ja, ik denk dat het daarboven nu bijna even druk is, dan hier op de Col de Voza. Tegelijk met het overschrijden van de Col de Voza zijn we in een ander deel van de Alpen terechtgekomen : de Beaufortain. De streek is niet echt zeer hoog gelegen, maar heeft integendeel mooie wouden, en is bekend als een vanouds kaasproducerend gebied. Wij gaan li door naar het eerstvolgende dorpje op onze route : Bionnassay. Na een mooie afdaling door een bos naar de Torrent de Bionnassay, vinden we rond 12u00 een plekje op de rotsen van het bruisende bergbeekje en leggen onze rugzakken af om ons tegoed te doen aan het meegebrachte voedsel. De baguettes, de kaas, de worst en de tomaten worden uitgedeeld en even later kunnen we ook nog genieten van een glaasje rosé; wat wil je meer ! Het water dat hier zo vlot onder ons door stroomt, is smeltwater van de grote Glacier de Bionnassay, waarvan het sneeuw praktisch rechtstreeks van de top van de Mont Blanc zelf komt.

Na een 40 minuten is het weer tijd om verder te trekken. En we beginnen weerom met een stevige klim om ons uit dit smalle valleitje te brengen. Als we achterom kijken kunnen we soms tussen de boomtoppen door nog de witte hoogten rond de hoogste toppen van het Mont Blanc-massief zien. Af en toe komen we op een open plek, waardoor we ook het valleitje van de Bionnassay en stilaan ook het noordelijke deel van de Val Montjoie richting St. Gervais kunnen bewonderen. Na een drie kwartier stappen komen we dan bij de eerste huizen van het dorp Le Champel. Op deze hoogte en bij dit helder weer kunnen we bijna de hele vallei naar het zuiden zien en kunnen in de verte weer één van die bekende herkenningspunten van de GR5 onderscheiden : de Col du Bonhomme, die de vallei in het zuiden afsluit. Via een bosweg dalen we een kleine 200 m af naar het volgende plaatsje, la Villette.

We komen om 13u55 bij een parking uit aan een brugje over een bergbeek, de Torrent de Miage. Er staan hier flink wat wagens geparkeerd, en die komen allemaal kijken naar de Gorges de la Gruvaz. Na een kwartier komen we dan na een laatste, steile afdaling uit bij de eerste huizen van het plaatsje Tresse. We moeten hier de drukke D902 oversteken, en komen dan uit bij de brug over de Bon Nant. We passeren door het plaatsje Les Hoches. Volgens een plaat boven de poort van een schuur zou hier de ontdekker van de planeet Neptunus vandaan komen, maar de naam – iets met Bruy… - komt me helemaal niet bekend voor (Neptunus werd terzelfdertijd ontdekt door de Engelsman J.C. Adams en de Fransman U.J.J. Le Verrier in 1846), maar ieder vlekje in Frankrijk zal wel een beroemdheid herbergen, zeker ?! Met het daverende gedruis van de kolkende beek in onze oren, gaan we verder richting Contamines. De Montjoie vallei is hier heel wat dichter bebouwd maar diep in de vallei langs het water merken we daar niet veel van. Aan de overkant van de beek klimmen we nog enkele trappen op en dan staan we plots midden in Les Contamines-Montjoie ! Het enige dat ons nu interesseert zien we net voor ons liggen : een beschaduwd terras van een café. Het is 15u10 als we onder de parasols neerploffen. En we voelen ons nog veel beter, als we horen dat de dame hier ook ‘sérieux’ schenkt.

Aan het eind van het dorp steken we nogmaals de Bon Nant over en volgen de beek weer stroomopwaarts. Enkele honderden meters verder komen we weer aan een brug uit bij het gehucht Le Lay en natuurlijk worden we weer naar de andere kant gevoerd. Ons volgende doel komt even later dan ook in zicht : de kapel Notre-Dame-de-la-Gorge. We steken de stroom opnieuw over om er even een bezoek te brengen. Het is nu 16u40. Het is een bedevaartsplaats, die veel bezocht wordt vooral rond 15 augustus. Binnenin het barokke gebouw vinden we een luisterrijk altaar terug met gedraaide kolommen en achterin een groot schilderij dat de belegering van Wenen door de Turken moet voorstellen. De schilder ervan moet iets te maken gehad hebben met het Oostenrijkse keizershof.Dan beginnen we aan de laatste trek van de dag, 250 m omhoog naar onze overnachtingsplaats. Dat betekent weerom een stevige klim en die start al onmiddellijk als we verder gaan. We komen uit bij de Romeinse brug van la Téna op 1392 m hoogte. En dan bereiken we enkele alpenweiden, waar we nog enkele chalets passeren tot we uiteindelijk aan het eind van het open stuk om 17u35 uitkomen bij het chalet-hotel du Nant-Borrant op 1460 m hoogte.

Om 19u worden we binnengeroepen voor het avondmaal. We beginnen met een stevige wortelsoep en dan gaat het verder met een schotel van ‘gratin de pommes de terre’ en een soort van karbonaden. Als tussendoor worden er nog wat kazen op tafel gezet en we eindigen met enkele peren, overdekt met warme chocolade. Daarbij hebben we nog een flesje wijn besteld en dat nemen we na de welkome maaltijd mee naar buiten om op het grasveld voor het hotel verder soldaat te maken. Het zicht hier vanaf het grasveld is prachtig; we kunnen over de gehele Montjoie vallei naar het noorden zien en in de verte de Rochers des Fiz nog onderscheiden, waar we enkele jaren gelden op weg naar de Col d’Anterne nog naast gewandeld hebben. We zitten hier al vrij ver in de vallei, zodat de bergen hier echt boven ons uit torenen. We hebben nog een babbel met de waard, die ons aanraadt even te blijven zitten om de zonsondergang op de hoge toppen van de tegenoverliggende bergen mee te maken. Over de kam van Tré-la-Tête en de Mont Tondu (flinke kleppers van 3 à 4000 m hoogte) loopt de grens met Italië. Diezelfde kam zorgt volgens de waard enkele dagen per jaar voor een zeer speciaal fenomeen, namelijk 2 zonsopgangen. De kam is namelijk erg ongelijk en zo komt het dat ergens in juni de zon ’s morgens boven de kam uitkomt, dan weer even verdwijnt achter één van de toppen en dan een tweede en definitieve keer ‘opkomt’. Nu worden de toppen daar in een rode gloed ondergedompeld, en als de vallei wat later helemaal donker wordt, vinden we het tijd worden om in bed te gaan.

 

 

 

71. Refuge du Nant-Borrant - Plan de la Lai (28km) : 24 Juli 2002

 

De vallei ligt nog in de schaduw en het is best nog wat fris. Door een bos trekken we nog steeds langs de steeds smaller wordende Bon Nant torrent omhoog. Na een prettige wandeling van een drie kwartier komen we langs de refuge de la Balme (1706 m). We zijn ondertussen uit de schaduw in het zonlicht gekomen en zetten ons even boven de hutten in de zon neer. De weg die we gewandeld hebben, wordt zo vroeg al flink belopen door wandelaars. We zitten dan ook nog steeds op de TMB, en hopen na de Col de la Croix du Bonhomme, waar die Tour een andere weg neemt, een stuk rustiger te kunnen wandelen. Het pad gaat nu zigzag door de velden omhoog tegen de brede flank van de Aiguilles de la Pennaz (2684 m). De grasvelden waar we hier door wandelen staan vol bloemen met de meest verscheiden kleuren. Iets boven ons zien we een pad schuin de flank oversteken; het komt van de Col de la Fenêtre en via een fikse klim, bereiken we het bij een richtingwijzer. Na nog wat gestaag klimwerk komen we bij een betonnen constructie op de Bon Nant. Het blijkt een sluis te zijn.

Na een kort, vlakker intermezzo, kunnen we dan weer aan de volgende klim beginnen. En als we weer op een vlakker stuk terechtkomen, staan we plots voor een flinke hoop stenen. We zijn op de Plan des Dames aanbeland. De steenhoop zou het graf bedekken van een Engelse lady en haar (vrouwelijke) bediende, die hier om het leven zouden zijn gekomen tijdens een verschrikkelijke storm. Om ongeluk te voorkomen, is het de gewoonte dat iedere passant een steen bij de hoop zou voegen. Natuurlijk ontbreken even later onze bijdrages niet op de immer hoger wordende steenheuvel. Het pad wordt hier plots veel rotsiger en moeilijker begaanbaar en voor de volgende klim komen we zelfs enkele sneeuwveldjes (névés) tegen; we zijn al wel bijna eind juli, maar bevinden ons toch aan de noordkant van de col. Rustig klimmend bestijgen we de laatste hellingen van de pas en komen zo om 11u10 boven op de Col du Bonhomme (2329 m). Een kleine hut aan de rechterkant (westen) van de col biedt wat beschutting tegen de wind die hier wat harder blaast, dan tijdens de beklimming.

We beslissen om ineens door te gaan naar de refuge op de Col de la Croix du Bonhomme. Daar zullen we zeker wel uit de wind kunnen zitten ! We dachten daarnet even dat de pas het hoogste punt zou zijn, maar moeten ons dan toch even anders instellen ! Onmiddellijk gaat het terug omhoog tussen rotsen. We volgen nu de zuidoostflank van de Tête des Fours en dat vergt soms heel wat rotsklimwerk. Uiteindelijk wordt het pad dan toch wat vlakker en blijven we op hoogte verder wandelen. Af en toe omringen wolken ons, maar even zogoed scheurt het gordijn weer open en hebben we een prachtig zicht zuidwestwaarts over de vallei van de Gitte Torrent. Een steile klim nog over een beekje, en we komen bij een volgende markeersteen : Col de la Croix du Bonhomme (2483 m) staat erop aangegeven. Ondertussen weten we dat het hier een vergissing betreft. De eigenlijke col van die naam bevindt zich een 500 m verder zuidelijk ter hoogte van de refuge, die we over enkele ogenblikken gaan bereiken. We belanden na een korte afdaling om 12u20 bij de refuge de la Croix du Bonhomme (2443 m). Het flink uit de kluiten gewassen gebouw is neergezet op een prachtig punt, met een vrij uitzicht naar het zuiden en de vallei van de Ruisseau de la Raja.Wij bestellen een kom warme soep. Met een drankje erbij is onze picknick compleet.

Ondertussen zijn we ook van het departement van de Haute-Savoie in dat van de Savoie terechtgekomen. Na een uurtje bij de refuge te hebben doorgebracht is het weer tijd om verder te trekken. Wij slaan de richting in van de Crête des Gittes en verlaten nu voorgoed de Tour du Mont Blanc. Voor ons steekt een bergrug omhoog, waar een pad naar toe loopt. Als we het pad volgen, merken we dat het praktisch perfect de kam van de bergrug volgt. Niets dus voor mensen met hoogtevrees. Aan het begin van het pad staat een herdenkingsplakkaat, dat de regimenten eert, die dit pad gemaakt hebben (ergens voor de Eerste Wereldoorlog). Rechts van ons valt de rotsige wand vrij steil naar beneden om een 500 m lager terug vlakker te worden in de vallei van de Gitte Torrent. Links van ons daalt het minder snel, maar wel even diep naar de Cormet de Roselend (1968 m).. Morgen komt de Ronde van Frankrijk 2002 hier langs. Tussen deze twee toch indrukwekkende diepten gaan we in ganzepas verder naar het hoogste punt van de kam. Een zijpaadje loopt over de kam zelf tot op de top, die zich hier een meter of twintig boven het eigenlijke pad verheft, dat op dat punt de noordwand doorkruist. Om 14u20 staan we dan met vijf boven op een plateautje van ongeveer 4 vierkante meter, de top van de Crête de Gittes op 2538 m. Het duurt even voor het tot me doordringt, maar we hebben hier wel een nieuw record gevestigd. We hebben een nieuw hoogste punt op de GR5 bereikt. Ons doel van vandaag, de Plan de la Lai, kunnen we niet echt uitmaken in de diepte, maar ik veronderstel dat het net achter de hoek ligt. Ik moet toch even zeggen dat dit deel GR5 tot mijn persoonlijke top 5 van de mooiste stukjes van deze lange afstandroute behoort.

Na een bij tijd en wijle fikse afdaling, komen we op een vlakker gedeelte terecht. Verschillende paden verspreiden zich hier over de weiden en de GR-tekens laten ons hier even in de steek, maar na wat zoeken, zien we in de verte ons volgende doel : de markeersteen van de Col de la Sauce (2306 m), die we na een korte wandeling om 14u40 bereiken. We hebben hier niet echt met een col in de ware betekenis van het woord te doen; het is eeerder een vlakte, die zich tussen twee bergruggen uitstrekt, en het is hier dat de lange afdaling naar de Plan de la Lai begint.Terwijl we langzaam aan hoogtemeters verliezen, halen de wolken ons in en verdwijnt de omgeving stilaan uit het zicht. Nu hebben we er eigenlijk geen idee van waar we ons bevinden.We passeren enkele ruïnes (één ervan moet Bel-Air heten volgens de kaart), en dan gaat het steiler omlaag via enkele zigs en zags. We bevinden ons hier op de flank van de Rocher du Vent (2360 m), een rotsige piek die hier vrij bekend is om zijn technisch interessante beklimmingsroutes. Na nog enkele minuten komen we dan uit op de verkeersweg (de D 217) van Bourg-S.-Maurice naar Beaufort. We volgen de weg even westwaarts, steken een brug over en komen dan bij de refuge de Plan de la Lai (1815 m) uit. Even verder ligt er nog een soort van refuge, de Gîte d’ alpage de Plan Mya genaamd. Als we binnengaan, staan we plots in een ‘full house’. De gîte is van binnen eigenlijk één grote ruimte. Rechts ervan zijn enkele trappen en daarachter bemerken we een flink aantal stapelbedden.

Iets na zeven worden we aan tafel geroepen : het avondeten is klaar.Van koken heeft Mme Bochet een handje weg ! Het begint al met een stevige ajuinsoep, gevolgd door een pot-au-feu (patatten in de schil en een assortiment van gestoomde groenten) met daarbij wat karbonaden (de kwaliteit daarvan laat iets te wensen over). Daarna krijgen we natuurlijk de keus tussen enkele kaNa het eten is het nog flink licht en we hebben daarstraks gehoord, dat er iets verder een mooi uitzichtpunt op het Lac de Roselend is. En het is inderdaad de moeite waard, met de ondergaande zon op de achtergrond hebben we hier een grand vue op het hele Lac de Roselend. Het is een kunstmatig meer, dat gevormd wordt door de Roselend Dam. Iets na tienen begint ieder zich al klaar te maken om in bed te gaan.

 

 

 

72. Plan de la Lai - Valezan ( 34km) : 25 Juli 2002

 

Om 8u05 staan we vertrekkensklaar buiten.. Het is nog vrij fris en de wolken hangen nog laag. Het duurt niet lang of het pad begint bergop te gaan. We komen op een breder pad uit, dat ons na een grote bocht om 8u45 bij een gesloten gebouwtje brengt. Het is de chalet de Petite Berge (2071 m). Mooie vergezichten zijn er hier (nog) niet, maar overal om ons heen strekken groene weiden zich uit. Het gaat nu lichtjes op en af door de weilanden. Er zijn wel enkele stevige klimmetjes tussen, maar die zijn gelukkig slechts van korte duur ! Uiteindelijk komt dan achter een bocht het Lac de Roselend in zicht. We blijven op een hoogte van ongeveer 2000 m de flank van de Aiguille du Grand Fond in zuidelijke richting volgen, en bevinden ons zo op een natuurlijk balkon met een ongehinderd zicht in westelijke richting. Nadat we langs de flanken van een prachtige, conische heuvel getrokken zijn, komen we bij de ruïne van een vroegere hut. Dit moet dan de Chalet de Grande Berge (2055 m) (geweest) zijn. Het is 9u25. Links beginnen we stilaan het belangrijkste doel van de dag te herkennen. De markante vorm van la Pierre Menta (2714 m), beheerst de horizon en we weten dat de Col de Bresson (2469 m) daar iets links van moet liggen. Maar ons enthousiasme wordt iets verder wat bekoeld, als we merken dat de GR ons bergafwaarts aan het voeren is. We dalen langzaam maar zeker af naar enkele gebouwen onder in de vallei en de door ons te beklimmen col wordt maar hoger en hoger !

Het is 10u30 en we bevinden ons hier op ongeveer 1750 m. We moeten nog een stevige 700 m klimmen voor we op het hoogste punt van de dag zijn.Naast een rij watervallen begint de GR flink te stijgen. Naast de steiltegraad, maakt ook de modderigheid van het pad dat het klimmen moeizaam gaat. Aan het eind van de klim steken we de Tréicol beek over en bewonderen even de fijne waterval, die door de kleiner geworden beek hier nog gevormd wordt. Dan moeten we nog even wat klimmen, voor we tenslotte in een brede, groene vallei terechtkomen. We komen voorbij een gebouw, dat blijkbaar de chalet de Presset is en weten dan dat we uit onze doppen moeten kijken. In verslagen van collega-wandelaars had ik al gelezen dat men zich hier gemakkelijk van weg kan vergissen. Een verkeerde keuze en men is op weg naar de Col du Coin en dat willen we liever vermijden. Gelukkig hebben onze gezellen al snel de afslag gevonden. We moeten een prikkeldraad onderdoor en zien dan voor ons de bergwand, die we moeten beklimmen. Even slikken kan geen kwaad ! Door een steile weide loopt het pad eerst rustig, en daarna steeds steiler omhoog, links en rechts langs grote rotsblokken en tenslotte zigzagsgewijs naar boven. Hier en daar zien we andere groepjes wandelaars hun weg naar omhoog zoeken.

Uiteindelijk begint het gras meer en meer te verdwijnen en de rotsen de omgeving te overheersen. Na de zoveelste klim en de zoveelste bocht komen we dan op een vlakker stuk uit, waar de GR5 een smalle vallei ingaat. Als we verder gaan, hebben we nog niet echt door waar nu eigenlijk de doorgang over de vervaarlijk uitziende kam voor ons eigenlijk is. Het feit dat er nu en dan wat wolken over de bergtoppen voor ons komen liggen, maakt het gissen er niet gemakkelijker op ! De laatste meters van de klim worden tenslotte afgelegd en we komen om 12u30 boven aan op de 2469 m hoge Col de Bresson. Picknickken op deze plek kunnen we echter niet, want de wind doet ons koud worden tot op het bot ! Onder ons in de vallei zien we enkele grote rotsblokken liggen. Daarachter zullen we zeker een plaatsje voor ons vinden in de luwte. Niet veel later komen we om 12u55 ongeveer op 2360 m hoogte bij de rotsblokken uit. Na een dik halfuur, zetten we onze weg zuidwaarts voort. Na al het klimwerk van deze voormiddag, zal het nu voornamelijk dalen worden ! We volgen nu gewoonweg het ruisende beekje de Ormente, dat steeds maar breder wordt.

Rechts van ons komt stilaan een pracht van een berg in het zicht. Aan de andere kant van de keten, konden we hem al wat bewonderen, maar nu zien we hem dichtbij in al zijn glorie : de befaamde ‘la Pierre Menta’ , een kolossale 2714 m hoge monoliet. Volgens een legende zou de reus Gargantua hier vorbijgekomen zijn, gestruikeld zijn over deze bergketen, en woedend de rots tot in zijn huidige positie geschopt hebben ! Op een bepaald moment vragen we onszelf toch even af waar de GR ons naar toe leidt ! De vallei lijkt hier dood te lopen op een flinke bergwand, maar dan verschijnt er aan onze linkerkant toch een doorgang, die ons tenslotte om 14u20 bij de Chalet de la Balme (2009 m) brengt. De zon is ondertussen helemaal vanachter de wolken tevoorschijn gekomen en dit doet het terrasje voor de hut zo idyllisch voorkomen, dat we onmogelijk hier voorbij kunnen gaan zonder een verfrissing te degusteren. Het toilet, dat enkele meters verder opgesteld staat, is voorzien van echt ‘lopend water’ ! Het bouwseltje staat recht boven de beek opgesteld !

En dan gaan we weer verder zuidwaarts, flink bergaf deze keer. Volgens het boekje hebben we nog 2 en een half uur te lopen voor we ons einddoel bereikt zullen hebben, dus dat is nog een flinke 10 kilometer. Het eind is dus nog niet in zicht ! Iets lager bemerken we een pad en besluiten de helling af te dalen en langs daar verder in zuid-zuid-oostelijke richting verder te gaan, want dat is de algemene richting, waar we Valezan uiteindelijk zouden moeten vinden. Een kilometer of zo verder komen we dan bij enkele huizen uit; een bordje leert ons dat het gehucht Bon Pas heet, en dan kunnen we ons terug heroriënteren. We zitten inderdaad wat té laag, maar geen nood … een breed pad zal ons terug de bergflank op naar de GR 5 brengen.. Met het winnen aan hoogte, verbreedt ook ons zicht op de omgeving, en het is echt prachtig. De vallei van de rivier de Isère, waar de Ormente uiteindelijk in zal uitmonden, komt stilaan in zicht en daarmee ook de tegenoverliggende valleiwand; ook de vallei van de Ponturin, die vanuit zuidelijke richting de Isère-vallei binnenvalt en waar wij morgen doorheen moeten, komt in zicht. . Ter hoogte van enkele huisjes, die er vrij verlaten uitzien, komen we terug op de GR 5. Het gehucht heet Les Fours en verderop passeren we nu regelmatig alleenstaande of groepjes huizen. Het einde komt echter stilaan in zicht, maar niet voor we nog een kilometer of twee verder zijn en een meter of 400 afgedaald hebben, komen uiteindelijk de eerste huizen van Valezan in zicht. Het doet me deugd te merken dat mijn planning voor vandaag mooi uitkomt : om 17u15 wandelen we tussen de eerste gebouwen van het plaatsje. Het is echt een dorpje uit de duizend.

Valezan ligt hier als het ware geplakt tegen de zuidwand van de vallei. Het is één van de drie gemeenten (samen met La Côte d’ Aime en Granier), die zich verenigd hebben onder de naam ‘Le Versant Soleil’ (de zonnige valleiwand). Onze opdracht is nu tussen de dicht op elkaar staande gebouwen de gîte d’ étape Pénuel te vinden, waar we onze logies hebben voorzien. En dan zijn we er. Het grote gebouw onderscheidt zich niet van de vele anderen in het dorp. Het is duidelijk dat het een boerderij was in vroeger tijden, maar het plaatje boven de deur met Pénuel erop gegraveerd en het ronde bordje van de Gîtes de France leren ons dat er zich hier iets anders dan een agrarisch bedrijf schuilhoudt ! We laten ons eerst nog rondleiden door de woning, die overigens prachtig gerestaureerd is, en horen dat we van al de gemeenschappelijke lokalen mogen gebruik maken, dwz de grote eetplaats en zitplaats. Om 19u30 wordt het avondeten geserveerd. Het blijkt dat de eigenares in haar vrije tijd een echte likeurmaakster is : ze noemt ons de soorten op waaruit we kunnen kiezen en plaats vele (soms enorme) flessen met lange halzen op de tafel. Uiteindelijk zitten we met 17 rond de grote eettafel; naast verschillende Fransen en Françaises, komen we te weten dat er ook een Brit (met een franse vrouw), een Ier, een Amerikaan en 5 Belgen (maar dat wisten we al) aanwezig zijn. Het verwondert ons niet dat het vanavond ‘tartiflette’ is dat opgediend wordt. De grote pan met de tartiflette doet de ronde van de tafel op een onderstel met wieltjes en zo kan iedereen zich – indien nodig – meermaals bedienen. We weten echter dat we wat plaats moeten overhouden, want jawel … na het hoofdgerecht volgt er weer een flinke schaal met kazen (ook Beaufort), en daarbovenop nog een ijsje, waarschijnlijk zelf gemaakt. En alsof dat nog niet genoeg is, is er dan nog een (weerom zelfgemaakt) digestief.

 

 

 

73. Valezan - Refuge du Col du Palet ( 34km) : 26 Juli 2002

 

We pakken onze spullen in en voor we enige andere beweging gezien hebben in de keet, staan we om 7u15 buiten op de koer om onze schoenen aan te doen. Het is fris en wolkenloos, dus dat belooft een mooie dag te worden. Als we buitenstappen, bereiken de eerste zonnestralen juist de huizen van Valezan. We volgen de hoofdstraat van het plaatsje en gaan dus linea recta de helling af. Bij het laatste asfalt gekomen, beduiden de GR-tekens ons om rechtdoor te gaan en zo betreden we de eerste van een reeks veldwegjes, die ons naar de bodem van de brede vallei voor ons zullen brengen. Af en toe komen we door een open stuk en zien zo stilaan de huisjes van het plaatsje Bellentre dichterbij komen. Het is één van de heerlijkste ochtendwandelingen die ik gedaan heb, en het is nog bergaf ook ! We steken nog enkele keren de weg over die van Valezan rechtstreeks de vallei ingaat en maken een grote bocht rond het gehucht le Rocheray. We komen in het valleitje van de Ruisseau du Villard terecht en dat voert ons tenslotte recht naar de hoofdstraat van Bellentre.

We bevinden ons hier op een hoogte van 719 m boven de zeespiegel, en dat is hoger dan het hoogste punt van België (het Signal de Botrange, 694 m). Als we de brug over de onrustig stromende bergrivier oversteken, doen we dat in het besef dat het vanaf nu dus goed bergop zal gaan. Toch geeft de GR ons nog even respijt. We volgen de Isère via een breed fietspad, kunnen nog even een platte wandeling doen. De tocht langs de Isère verloopt voorspoedig en na een goed half uur doorstappen, komen we bij de volgende brug uit, namelijk die bij Landry. Hier verlaten we de rivier en komen wat verder uit in het centrum van het plaatsje. Het is 9u15 als we Landry uittrekken en de lange klim door de Ponturin vallei beginnen. Als de oorspronkelijke GR plots onderbroken wordt en we verplicht worden een alternatieve weg te volgen, wordt het plots even moeilijk door de steiltegraad van het pad. Het zigzagt bijna recht de helling op langs een pad dat hier duidelijk zeer recent gekapt is. Gelukkig blijkt het vervolg even verder wat minder steil. Dat is ook niet moeilijk te begrijpen; we zijn sinds Landry al een dikke 300 meter gestegen. Tenslotte bereiken we om 10u45 het gehucht Le Moulin. We zijn op 1234 m hoogte aanbeland. Het begint ook wat meer te stijgen. Tenslotte kmen we op een bredere weg uit, die ons tot bij een volgend brugje brengt, de Pont Romano. Aan de overkant ligt het plaatsje Nancroix. Ondertussen blijven we ongemerkt stijgen; de hoogtemeter staat al op 1438 m !

Nadat we enkele luidruchtige campings) achter ons gelaten hebben, komen we nog langs een gerestaureerde site. Hier bevonden zich vroeger ‘des mines de plomb argentières’, of lood/zilver-mijnen. Vroeger zouden hier klokken-gieterijen gevestigd geweest zijn.. Het begint stilaan tegen de middag te lopen, en we krijgen honger. We wandelen door een lariksbos, en als we dat achter ons laten zien we de chalets van Les Lanches voor ons liggen. Les Lanches is het laatste gehucht in de vallei. De bedding van de Ponturin is hier heel wat breder, wat als resultaat heeft dat door het lage debiet er bijna geen bergbeek meer te zien is. Tenslotte krijgen we het markante silhouet van de Refuge du Rosuel in zicht, die we om 12u20 bereiken. Het gebouw valt vooral op door zijn eigenaardige dak. Het is een soort springplank, bedekt met graszoden. Het laat toe dat eventuele sneeuwlawines zonder gevaar over het gebouw glijden. De refuge is bezit van het Parc National de la Vanoise en wordt ook de ‘Poort’ van het park genoemd. Het park werd gesticht in 1963 en ligt met zijn 53000 ha volledig in het departement van Savoie, tussen de valleien van de Arc (Maurienne) en de Isère (Tarentaise). De verschillende valleien zijn verbonden door vrij toegankelijke passen. Naar één van die vele passen zijn we vandaag onderweg, de Col du Palet op 2652 m. Maar eerst is het nu hoog tijd om wat te eten. We zijn al 5 uren onderweg vandaag en er liggen nog een dikke 4 uren wandelen voor de boeg volgens de topogids, waarin we nog meer dan 1000 m moeten klimmen.

Na de picknick vervolgt de GR5 haar weg licht stijgend door weiden en tussen rotsen door. Voor ons, op de andere flank van de vallei zien we verschillende watervallen de diepte induiken. Het zijn de Cascades de la Gurraz, die van de bergflank van de Mont Pourri naar beneden stromen. Op een uitstekend punt hebben we een prachtig zicht op de vallei die we tot nog toe hebben doorlopen. Dan staan we om 14u40 plots bij een splitsing. Een plaatje leert ons dat we bij ‘les Pertes du Ponturin’ gearriveerd zijn. We passeren iets verder een bouwwerkje dat ik voor het gemak maar identificeer als de Chalet (des gardes) du Berthoud (2091 m). Wij lopen nu in het midden van een grote, groene vlakte. In de verte zien we al ons volgende doel : de Chalets de la Plagne (2100 m). Een paar minuten later zijn we er al. Het is 15u15 en we besluiten ons er even neer te zetten en wat te drinken. Na het voorbije vlakke gedeelte, wacht ons nu terug een flinke klim. Rechts onder ons komt nu stilaan het Lac de la Plagne in zicht. Rondom het golvende Plan de la Grassaz, waar we nu doorwandelen, stijgen de scherpe pieken torenhoog boven ons uit. Met toppen met mooie namen als Dôme de la Sache (3601 m), Rochers Rouges (3002 m), Sommet de Bellecôte (3348 m) en l’ Aliet (3109 m) voelen we ons nu echt wel in de hoge Alpen. We volgen de vallei voor ons verder naar het zuiden en kijken al vergeefs uit naar ons einddoel. Maar er is nog steeds geen refuge te zien. Ondertussen blijft de GR 5 onveranderlijk bergop gaan maar tenslotte krijgen we dan toch een teken van boven dat we dicht bij ons einddoel zijn : we staan plots bij het water van het Lac de Grattaleu.

En dan komt toch de verlossende uitroep van de voorhoede : ‘de hut’. En inderdaad … een 50 meter voor ons zien we ons einddoel : de refuge du Col du Palet; niet één, maar twee hutten. Het tweede gebouw is waarschijnlijk een soort uitbreiding om de vele gasten tijdens de zomermaanden allen te kunnen herbergen. Het is 17u10 als we ons op 2550 m hoogte op de drempel van de voordeur laten neerzakken. Vandaag hebben we ongeveer 8,5 uren gestapt, waarvan 466 m omlaag en 1880 m omhoog. Ik ben vooral tevreden dat we ongeveer volgens mijn berekeningen toegekomen zijn (ik had 17u25 voorspeld). De marmotten hier in de buurt zijn al zo gewoon aan mensen dat ze zich tot zeer dichtbij wagen. Wij duwen de deur open om het interieur van de hut te onderzoeken. We komen eerst in een klein halletje; rechts van ons bevindt zich een toilet met douche (tot onze spijt alleen met koud water, blijkt achteraf). We begeven ons naar de bovenverdieping en treffen daar al verscheidene slapers aan. Links en rechts zijn twee grote beddebakken, waar telkens een tiental mensen naast elkaar kunnen slapen. Om 19u wordt het avondmaal opgediend, en we krijgen eerst een groentesoep voorgeschoteld. Niet dat het niet lekker is, maar een aloud gezegde is : ‘Honger is de beste saus’ en in een oogwenk is het goedje dan ook uit de borden verdwenen. De hoofdschotel bestaat uit een soort tagliatelli met worst in een rode saus. Maar gelukkig is er dan nog de onvermijdelijke kaasschotel en als afsluiter een overheerlijke ‘poire chocolat’. En als het ware alsof het afgesproken is, horen we plots vanuit de keuken roepen … ‘des chamois !!’ En inderdaad, boven op de kam naast de hut, op ongeveer een 200 m afstand, zien we tegen de al donker wordende hemel, de silhouetten van enkele gemzen (Rupicapra rupicapra). Na een laatste glaasje wijn, pakken ook wij onze spullen bijeen en trekken om 21u30 naar de slaapzaal.

 

 

74. Refuge du Col du Palet - Val d’ Isère (15 km) : 27 Juli 2002

 

Rond 8u00 staan we buiten om aan onze dagtocht te beginnen. Er is bijna geen wolkje in de lucht, en doordat ook de hut nog in de schaduw ligt, is het nog vrij fris. Maar de Col du Palet, die enkele tientallen meters hoger ligt, bevindt zich al in volle zon. Om 8u10 keren we de hut onze rug toe en volgen een pad dat volgens ons ongeveer in de richting van de Col loopt. Na een snelle 100 m stijgen belanden we dan tenslotte op het hoogste punt van onze wandelweek én van de GR 5 door ons bewandeld tot nu toe : de Col du Palet op 2652 m hoogte. Het ziet er hier meer uit als een grote, kale vlakte en het enige dat er hier op wijst dat we op de Col zitten is een paaltje met wegwijzers en een lage hoop keien. Het is sinds de Col du Bonhomme geleden dat we nog door de sneeuw gestapt hebben. We bevinden ons hier in de Haut-Tarentaise. Stilaan beginnen de eerste tekenen van de beschaving tevoorschijn te komen. Links en rechts zien we skiliften, die in de opgaande zon glinsterende littekens trekken doorheen het eens prachtige landschap.

Stilaan komt het Lac de Tignes in zicht, maar in plaats van een feeëriek schouwspel te zien, krijgen we een schok. Links aan de oever van het meer ligt de plaats Tignes-le-Lac en rechts ervan een nog futuristischer oord : Val Claret. Je moet wel een echt ski-fanaat zijn om van dit zicht te kunnen genieten. Het was beter een klein boeren-bergdorpje geweest, waar we eerst waren terecht gekomen. Als we naast de relieken van de moderne tijd kijken, blijft er gelukkig toch nog wat moois over om te zien. Het blauwe water van het Lac de Tignes weerspiegelt de Pointe du Lavachet. Achter ons zien we in de verte de witte sneeuwvelden van de Glacier de la Grande Motte liggen. De gebouwen van Tignes-le-Lac worden snel groter en voor we het beseffen, komen we bij het plaatsje terecht. Nog een paar stappen en we staan aan de rand van het meer zelf; het is iets na 9u30. Het doet goed weer even horizontaal te kunnen lopen. Aan het eind van het meer, lopen we door eindeloze rijen tennis- en sportvelden en onder het onvermijdelijke kabelbaanstation door tot we aan de rand van het plaatsje bij een bescheiden café komen. Het terras ligt nog in de zon, en we zetten ons om 9u50 dan ook neer aan de tafels van ‘Le Relais des Petits Loups’.

Na de pint moeten wij aan onze laatste stuk van onze vijfdaagse beginnen. En diegenen onder ons die dachten dat het gedaan was met klimmen, die zijn eraan voor de moeite. Van een hoogte van bijna 2100 m in Tignes-le-Lac moeten we uiteindelijk in Val d’ Isère uitkomen op 1809 m, dus een 300 m lager. Maar we moeten onderweg nog even de Pas de la Tovière op 2252 m overschrijden. Linksonder komt stilaan de stuwdam van het Lac du Chevril in zicht. We merken het bijna niet, maar stilaan vlakt het pad af en rond 11u komen we op een platter gedeelte van het parcours en beseffen we dat we op de pas staan. Aan de noordelijke horizon zien we het prachtige verblindende massief van de ‘Witte Berg’ , de Mont Blanc oprijzen. We zien hier de zuidelijke of Italiaanse flank van Europa’s hoogste berg. Het gaat nu rustigaan bergaf in de Vallon de la Tovière, waar aan onze linkerkant al snel de Roc de la Tovière ons uitzicht op de bergen in het oosten aan het zicht onttrekt. We wandelen door een brede groene vlakte en passeren regelmatig stenen huisjes in meer of mindere staat van verval. Daarjuist hebben we voor het eerst boven de toppen van de naaldbomen een blik kunnen werpen op ons einddoel, Val d’ Isère. De plaats vult praktisch de gehele breedte van de vallei op, maar lijkt nog minstens enkele kilometers ver. De GR5 daalt nu echt de vallei van het bergbeekje in en iets verder steken we via een brugje het water over. We komen een drietal uit het Antwerpse tegen. Ze logeren in la Daille, een plaatsje in de vallei onder ons, een paar kilometer van Val d’Isère gelegen. Als we vertellen dat we hopen deze nacht nog thuis in België te zijn, geloven ze ons blijkbaar niet : “Da zal wel zaain !” , is de verbaasde reactie.

Het laatste deel wordt er niet gemakkelijker op; het gestadige, langzame dalen van daarnet gaat nu over in een meer steile afdaling. We zigzaggen door het bos en de bewegwijzering, die tot nu toe bijna alleen uit roodwitte streepjes bestond, worden nu gezelschap gehouden door allerlei richtingwijzers van plaatselijke wandelingen. We moeten hier soms meer opletten om onze weg te vinden, dan in het midden van de bergen in de Vanoise. Maar uiteindelijk komen we toch aan ons eindpunt uit. Achter een grote fabriek langs bereiken we een verharde weg en komen rond 12u20 aan een brug over de Isère uit aan de rand van de stad. Als we bij onze auto zijn aangekomen, slaken we een zucht, als we onze wandelschoenen na 5 dagen wandelen eindelijk uit kunnen trekken. Val d’ Isère is een plaats, waar oude en vooral moderne tijden dooreen geweven zijn. Maar om tegenwoordig de oude tijden nog te kunnen vinden, moet je al ver gaan zoeken, en wij gaan daarvoor naar het centrum van de plaats, waar we bij de plaatselijke kerk op zoek gaan naar een eetgelegenheid. Bij de St. Rochuskapel, een 17e eeuwse gebedsplaats, vinden we tenslotte ‘La Casa Scara’, een Italiaans restaurant met een terras in de zon. Om 14u stappen we in de auto om terug te rijden naar Les Houches, ons beginpunt van 5 dagen geleden. Om 2u00 ’s nachts komen we na een voorspoedige autorit thuis.