GR5A : Zuid-Vlaanderen

1. Antwerpen LO – Temse (32 km) : 8 April 2001

 

We gaan nu voorgoed met de GR5A, het verlengstuk van de GR 5, beginnen. De Europese Wandelweg nr 2 vindt op het Europese continent niet alleen zijn begin (of einde) in het Nederlandse Hoek van Holland, maar eveneens in het Vlaamse Oostende.De GR5A haakt in Zoerselbos van de GR 5 af en zoekt dan zijn weg naar en door Antwerpen stad heen naar de Linker Oever van de Schelde aldaar, om dan met een grote boog doorheen Oost- en West-Vlaanderen heen naar de koningin der badsteden aan onze kust te trekken.

We nemen de draad op op de Linker Oever en zullen proberen Temse te bereiken. Al snel vinden we de wandelboom waar onze wandeltocht door Vlaanderen een aanvang zal nemen. Natuurlijk niet voordat we eerst nog een lekkere appelflap achter de kiezen gestoken hebben. We besluiten ter plekke om eerst even ons aller Boudewijn te bezoeken. Eigenlijk een beeld van onze voorlaatste koning. We vinden hem aan de oever van de Schelde, schuin tegen de wind in leunend, uitkijkend over de traag stromende rivier. Wij genieten nog even van het zicht op Antwerpen aan de overkant van het water. Het is tenslotte bijna 9u30 als we de Antwerpse kathedraal onze rug toedraaien en op weg gaan naar het zuiden. Nadat we het Galgenweel en het laatste zicht op de woonblokken van de Antwerpse Linkeroever achter ons gelaten hebben, beginnen we de brug over de E 17 (Gent – Antwerpen) te beklimmen. We doorkruisen Burcht van zuid naar noord en komen terug uit bij de roodwitte streepjes juist voor de E 17. Die gaan we niet onderdoor, maar enkele tientallen meters ervoor slaan we voor de eerste keer vandaag een onverharde weg in langs een weide, en gaan zo evenwijdig met de snelweg verder. Waarschijnlijk hebben de GR-makers hier geprobeerd de wandelaars toch even door de natuur te loodsen, maar lang duurt het niet.

We komen terug in de bewoonde wereld bij een graspleintje, waarop zich naast een paar jonge platanen een kunstwerk bevindt dat 3 raven voorstelt. Best een aardige sculptuur ! We blijven de E 17 gezelschap houden tot we bij de volgende oprit komen en daar tegelijkertijd de provinciegrens met Oost-Vlaanderen bereiken en overschrijden. Onmiddellijk worden we weer geconfronteerd met de dagdagelijkse werkelijkheid : aan de rand van de weg is een bericht opgehangen aan een paaltje : “Bufferzone Mond- en Klauwzeer …”.

Het Fort van Kruibeke (één van de vele versterkingen, die op het einde van de 19de eeuw rond Antwerpen gebouwd werden ) laten we links liggen en we gaan verder de Vossenstraat door, tot we bij een kruispunt een scherpe hoek naar links maken. We zijn hier in het gehucht Sterhoek en gaan voorbij het café ‘Voermansrust’. Voor ons is het echter nog té vroeg om al te stoppen; het is nog geen 11u30, dus we trekken verder doorheen veld en akker. Zoals we al meer gezien hebben, wordt het landschap doorsneden door rechte lijnen hoge populieren (kanada ‘s), maar nu en dan ontwaren we ook sierlijke knotwilgen. De lentezon komt nu en dan even tussen de wolken door gluren en warmt ons op. Naast het water bevindt zich een oud kruis. Het is niet het eerste kruis dat we tegenkomen langs de GR-paden, maar het is gelukkig geen wandelaar die hier een voortijdig einde gevonden heeft. In 1720 zou hier een zekere Johan op 80-jarige leeftijd verongelukt zijn. Een stuk verderop steken we de verkeersweg Beveren-Kruibeke over bij een monumentje voor de plaatselijke Boerinnenbond en komen even later door het plaatsje Doorn. Langs de weg passeren we een kunstwerkje, dat twee personen op een fiets voorstelt. Het is daar geplaatst naar aanleiding van het boek “Fietsen” .>

Soms wordt het toch eentonig, dat wandelen langs die eindeloze lintbebouwing, maar dan laten we even onze aandacht gaan naar de talloze voortuintjes, die nu eens lelijk eentonig, dan weer kunstig ingericht zijn. En dan gaat het met de wind in de rug recht naar het plaatsje Houten Kruis toe. We nemen rustig onze tijd voor onze picknick in een taverne en het is dan ook al 13u10 als we tenslotte buitenstappen en onze weg verderzetten. We verlaten al snel de verkeersweg en komen wat verder eindelijk terecht in het groen. We lopen hier op een met gras begroeide dijk langs de Barbierbeek. Tussen het groen door bemerken we hier ook wat watervogels, zoals eenden en meerkoeten. Het is hier overal vrij drassig en we vermoeden dat we hier in een soort van overstromingsgebied zitten. Nu lopen we op de dijk zeker een meter of drie boven het water. Enkele poortjes en wat weekendwandelaars passeren we nog voor we bij een nog hogere dijk uitkomen. Als we deze beklimmen, krijgen we terug een zicht op de Schelde zelf (voor de eerste keer sinds deze morgen iets voor Burcht). Aan de overzijde zijn het vooral industrie-complexen en scheepswerven (oa. die van Cockerill), die de oever bevolken, maar op onze oever blijft het groen. Aan de horizon doemt ook al de toren van de abdij van Hemiksem op. De roodwitte streepjes leiden ons onverbiddellijk verder het binnenland in. Het voordeel is dat we door een wat boomrijker landschap komen. Via een mooie kasseiweg voert de GR ons door bossen en langs vrij volle grachten, die soms volledig bedekt zijn met eendekroos. Buiten het groen wordt de bebouwing wat meer aaneengesloten en dan komen we tenslotte in het gehucht Rapenberg uit op de drukke Geeraard de Creemerlaan. Aan de naam te zien, zijn we hier dus al dicht bij ons volgende doel : Rupelmonde.

Om 15 u stipt komen we in het centrum van Rupelmonde uit bij de O.L.Vrouwekerk met zijn achtkantige toren en het standbeeld van zijn bekendste zoon. Mercator heeft één of ander hoofddeksel op, maar we kunnen niet echt uitmaken wat het is (een soort baret is de beste gok). Verderop zien we een grote, stompe toren opdoemen : het is de Graventoren. Het is het overblijfsel van een 12e eeuwse waterburcht van de graven van Vlaanderen. Dan komen we in een prachtig gerestaureerde 16e eeuwse getijdenmolen terecht. Van de molenaar krijgen we nu een gedetailleerde uitleg van het hele gebeuren en het hele gebouw, als het ware van de kelder tot de nok. Van al die uitleg hebben we tenslotte toch dorst gekregen en we begeven ons enkel tientallen meters verdertot bij de ingang van de herberg ‘Het Loze Vissertje’.

Om 16u10 hervatten we dan ook onze tocht naar Temse. We begeven ons onmiddellijk naar de haven van het stadje en vervolgen de GR langs het water. We passeren een oude mijnenveger van onze eigen Koninkijke Marine, de Jan Breydel. Een dikke 2 kilometer of 25 minuutjes na ons vertrek uit het ‘Loze Vissertje’, bevinden we ons al in Steendorp. Het is niet moeilijk uit te vinden waaraan dit dorp zijn naam dankt. Achter de huizen kunnen we al de hoge schoorstenen van de steenbakkerijen zien. Aan de overkant van de Schelde doemt een niet onaardig paviljoentje op uit het overwegend groen van de rechteroever.Het gaat hier om de ‘Notelaar’, een laat 18e eeuws jachtpaviljoen van de eigenaar van het kasteel d’ Ursel in Hingene. Rechts van ons hebben we een uitgebreid zicht op de Oost-Sivepolder. Een laagliggend gebied (duidelijk lager dan de Schelde aan onze linkerkant) met voornamelijk weilanden, doorsneden met lange rijen kanada-populieren en op regelmatige afstanden afwateringskanalen. Met de regelmaat van een klok komen we eveneens langs vijvertjes, waar enkele hutjes op de waterkant gebouwd zijn. Voor één ervan heeft zich een heer op een stoel gezet en houdt nauwgezet een dobber in het oog. Wat een sport, wat een beheersing, wat een conditie …

In de verte kunnen we de lange verkeers- annex spoorbrug al zien, die hier de nog steeds brede Schelde overspant. We gaan nog langs de werven van de haven van Temse, waarna we tenslotte bij de brug zelf uitkomen. Het is 17u40. Ondanks ons lang oponthoud in Rupelmonde bij de getijdenmolen, zijn we nog een half uur voor tijd bij ons eindpunt aangekomen. Hier moeten we namelijk de trappen op om op de 365 m lange brug zelf te geraken, en dan de Schelde over te steken. Maar dat is voor de volgende keer. Nu trekken we verder Temse in langs de kade en weerom komen we kunstwerk na kunstwerk tegen. Eerst en vooral een duo : ‘den Tuysscher en den Azijnzijker’. Dit werk verwijst naar de 2 bijnamen, die de Temsenaren in de loop der tijden gehad hebben. Een tuysscher is een gokker, een dobbelaar en het tweede stamt voort uit het feit dat er vroeger azijnbrouwerijen bestonden in deze streek. Verderop staan een viertal mannen onbewogen naar het water te staren. Dit werk heet ‘De Kaailopers’ en het staat er ter ere van de dokwerkers van Temse. De namen van twee ervan kan ik nog onthouden (‘den Bruine’ en ‘de Schele Wringer’), maar de twee anderen ben ik vergeten. Uiteindelijk komen we via het geboortehuis van Poppe tegenover het gemeentehuis rond 17u50 in een groot café terecht, waar we nog een pint drinken op de goede afloop van deze tocht.

 

 

 

2. Temse - Dendermonde (28,6km) : 16 December 2001

 

Vandaag wordt het echt een Scheldetocht; we gaan de rivier drie maal oversteken. We verlaten Oost-Vlaanderen en trekken terug de provincie Antwerpen in, en wel het uiterste zuidwestelijke punt. We komen hierdoor ook in de streek die Klein-Brabant genoemd wordt. Aan de overkant van de Schelde worden we onmiddellijk de brug afgeleid en dan begint het al. De oorspronkelijke route liep van hier linksaf om verderop de rechteroever van de Schelde stroomopwaarts te volgen, maar omwile van redenen ons onbekend, werd de route in de loop van de voorbije jaren verlegd. We passeren onmiddellijk onder de brug door en zoeken aan de andere kant een klein wegeltje op naast de spoorweg, dat ons verderop bij een bosweg brengt.

Terwijl de zon opkomt, komen we op een verharde weg terecht, die ons langzaam maar zeker tot bij de spoorweg en de verkeersweg Temse-Mechelen brengt. Rechts van ons komen we nu naast een flinke waterplas. Het is de Oude Schelde, de plaats waar de Schelde vroeger stroomde voor ze een nieuwe bedding vond, iets ten noorden van hier. Het pad blijft het water nog een tijd volgen tot we verderop voorlopig van de oude Schelde afscheid nemen als we rond 9u05 in de buitenwijken van Bornem terecht komen. Na een kleine kilometer komen we plots bij een hek. Hier begint het domein van het kasteel van Marnix van St. Aldegonde.

We bevinden ons hier in het natuurgebied „De Oude Schelde“. Plots komen we bij een zijpad uit, waar op een stok nog de resten te zien zijn van een GR-teken. Vroeger (voor 2000) werd voor de GR5A gebruik gemaakt van het voetveer over de Oude Schelde bij het dorp Weert, waarvan we de kerktoren boven de bomen zien uitsteken. Ondertussen heeft men de route volledig herlegd, zodat we dit pad – en het veer - links kunnen laten liggen en verder gaan op de ingeslagen weg. We naderen terug de Oude Schelde en komen even verder langs een waterplas van de ‚Windgatvissers‘. We gaan een bosje door en naderen even later enkele huizen. Het zijn de eerste woningen van het dorp Luipegem. Dan komen we op een baan uit aan de rand van Branst.

We laten Branst achter ons en terwijl het kerkje terug verdwijnt tussen de bomen, komen we op een kruispunt terecht. Wij moeten het asfalt verder zuidwaarts volgen richting Mariekerke. De mis gaat net beginnen en het zal waarschijnlijk nog te vroeg zijn om de cafédeuren al te openen. Dan maar naar het veer, dat we een 50 meter verder aan de oever van de rivier vinden. Een flinke, ijzeren poort belet ons bij het bootje te geraken, maar een plakkaat laat ons weten dat we elk half uur de overtocht kunnen maken. Als na een tiental minuten de veerman nog geen aanstalten maakt om zich te laten zien, ga ik op ontdekkingstocht uit en vind de man in een huisje aan de wal. Even later komt hij eraan gefietst. We zijn zijn eerste vracht vandaag en gisteren heeft hij de hele dag geen enkele klant gehad, zo vertelt hij ons !

We genieten wel van de overtocht; de laagstaande zon trekt rimpelige strepen over het wateroppervlak en het geheel met de strakblauwe hemel en de kerktoren van St. Amands op de achtergrond heeft wat fotogenieks. Na enkele minuten legt de boot aan aan de steiger op de linkeroever, waarna we vlot aan wal springen. Nu bevinden we ons voorgoed terug in de provincie Oost-Vlaanderen. We verlaten even later de moeder aller Vlaamse rivieren en trekken de polders in. Onze route loopt langs een hogere dijk (de Hamse dijk).

We zwalpen nog wat verder tussen het riet en de populieren door en komen dan bij een vijver terecht, waarnaast een kruis staat. Een jonge Amerikaan is hier in 1944 met zijn vliegtuig neergestort tijdens een gevechtsmissie boven Europa. De vijver ernaast is niet minder dan de oude met water gevulde inslagkrater van zijn vliegtuig. In plaats van de witrode strepen verder te volgen richting Kastel, draaien we hier rechtsaf en stappen richting Moerzeke. Het is een vrij grote plaats, en er zal dus toch zeker een café zijn. Om 12u15 trekken we het dorp binnen. We kiezen we voor het sympathiekst uitziende etablissement : het duivenlokaal ‚De Eendracht‘. Om 13u gaat de boel dicht en moeten we opstappen.

We stappen buiten in de frisse middagatmosfeer en wandelen weer langs de kerk richting Kastel. Na Kastel zijn we al aan het uitkijken naar ons tweede veer van vandaag. Na de overzet is het 13u50, en we hebben nog 3 uren daglicht voor ons; dat zal wel lukken, denk ik. Links van ons komen we voorbij een groot laaggelegen gebied : de Vlassenbroekse polder. Enkele meters verder komen we weerom op diezelfde asfaltweg van daarnet uit. Er bevindt zich daar een groot kruis met een altaar voor. Al snel komen we nu voorbij de eerste huizen van het plaatsje Vlassenbroek. We krijgen ook het kerkje in zicht, dat hier gelegen is als het ware in de schaduw van de hoge dijk. Er staan hier langs de weg her en der wat kunstwerken tentoon en ook een huis is hier blijkbaar ingericht als galerij. Vlassenbroek probeert zich precies als een echt kunstdorp te profileren. Maar wij kijken uit naar een van verschillende biersoorten voorziene herberg, en die vinden we gelukkig toch nog vrij snel in het centrum van het plaatsje. ‚Huize Geertrui‘ lijkt ons de ideale plaats om even onze benen onder een tafeltje uit te strekken. Het is nog maar 14u40 en dat betekent dat we bijna een half uur voor liggen op ons schema.

Voor we het weten is bijna een uur voorbij en het toch weer hoog tijd om op te krassen. Langs het kerkje gaan we omhoog naar de Scheldedijk en vinden daarbovenop een verhard fietspad, dat we nu moeten blijven volgen tot in Dendermonde, ons einddoel. De meeste buitendijkse gronden staan vol met riet en zijn gebombardeerd tot natuurreservaatjes; zo zijn er de Vlassenbroekse Schorren aan onze kant van de stroom en het Groot Schoor aan de Grembergse zijde. We passeren onder een indrukwekkende brug door en tegen de westelijke horizon zien we nu de hoogste gebouwen van Dendermonde hun silhouetten aftekenen. Het lijkt wel alsof men ons hier verwacht : het centrum van de stad is verkeersvrij gemaakt en er loopt hier flink wat volk rond. Voor de kerk staat een imposant standbeeld van ons aller Pieter Jan de Smet. Deze Vlaamse jezuïet werd in 1801 hier geboren en trok op 20-jarige leeftijd naar Noord-Amerika, waar hij tussen de indianen in het Rotsgebergte vertoefde. Hij kreeg van de oorspronkelijke inwoners van dit werelddeel de bijnaam ‚de grote zwartrok‘ en trad dikwijls als onderhandelaar op tussen hen (onder andere de Sioux in Dakota) en de Amerikaanse regering. Hij stierf in St. Louis in 1873. Het is vandaag weer één van die heerlijke wandeldagen geweest, die we al zo frekwent hebben meegemaakt tijdens ons GR5-5A avontuur. Hopelijk valt de volgende etappe even goed mee ! Ajuu !

 

 

 

3. Dendermonde - Terjoden : 10 Februari 2002 : 24,5km

 

Deze zondagmorgen trekken we terug naar Vlaanderen, Oost-Vlaanderen wel te verstaan en we gaan ons avontuur verderzetten in de Denderstreek. Als alles goed zal verlopen, zullen we vandaag deze rivier ettelijke malen tegenkomen. In Dendermonde slaan we de Ridderstraat in en en komen wat verder aan de oever van de (oude) Dender. Via de eerste sluis die we tegenkomen, steken we het water over en gaan verder westwaarts via de zuidelijke oever. Van het weer mogen we nog niet klagen : ondanks de regelmatige hevige windstoten, blijft het nog steeds droog, en meer verlangen we voor het moment niet ! De weg slingert door het open veld en we voelen weer eens de kracht van de frisse westenwind. Het landschap wordt meer open nu we de bewoonde wereld even achter ons laten. Midden tussen de weiden, doet de GR ons linksaf de Eikelstraat inslaan en na een korte wandeling komen we weer in een bewoonde kern; dit is het gehucht Boonwijk.

Het is nu 10u30 en langs de kant van de weg staat een GR-wandelboom : we bevinden ons hier op het punt waar de GR 128 samenkomt met de GR 5A. We bevinden ons hier in de Belse Beemden, een laagliggend gebied langs de Dender, dat in vroeger tijden waarschijnlijk regelmatig ondergelopen is, als er zich overstromingen voordeden. Aan de einder zien we boven de toppen van de populieren en wilgen uit verschillende kerkspitsen verschijnen. Daar zijn zeker die van Oudegem en Denderbelle bij. We volgen een smal pad over de dijk en zien voor ons al de sluis van Denderbelle. Over een grasveld leggen we de laatste meters af, om vervolgens via een bruggetje en wat verder de sluisdeur zelf de rivier over te steken. Het is stipt 11u. Rechts van ons zien we al het kerkje van Mespelare met zijn mooie, bolvormige klokketoren. We gaan er even later recht op af, maar de GR vertoont soms rare kronkels. Een 100 m voor het dorp, moeten we linksaf, een zeer modderig pad op, dat ons wat verder langs een beekje of brede sloot via een smal paadje en een verharde weg, tussen enkele huizen door toch weer in het dorpscentrum brengt.

We bevinden ons al snel terug tussen de natte weiden en gaan verder zuidwestwaarts.,Na door een lagergelegen bosgebied gewandeld te zijn, steken we de gemeentegrens over : we zijn na Dendermonde in Aalst aanbeland, meer precies nog in de deelgemeente Gijzegem. We vermijden echter het centrum van deze plaats, door bij de eerste afslag linksaf te gaan en en woonwijk te doorlopen. De weg begint te stijgen en even later staan we om 12u stipt op een flink uit de kluiten gewassen brug over de Dender, de Wiezebrug. Aan de overkant gekomen, dalen we een trapje af en komen onmiddellijk naast de rivier terecht op een pad. Dan volgt even een mooi stukje als we het ongeveer 15 meter brede water stroomopwaarts volgen. Iets rechts van ons bevindt zich het centrum van Herdershem. Hier hebben we onze picknick gepland. Ik kom tenslotte toch nog een herberg tegen die open is, ‘de Kletser’. Wij allemaal daarheen en binnen aan een lange tafel gezeten, kunnen we onze pakjes openen en samen met een stevige pint of een warme tas koffie tot ons nemen. Blijkt maar weer dat de snelheid van het wandelen omgekeerd evenredig is met de grootte van de groep : des te groter, des te trager.

We korten onze halte in tot 50 minuten en nemen om 13u20 afscheid van de plaatselijke cafégangers. Opgelucht kunnen we even later de verkeersweg terug achter ons laten en stappen weer de weide velden in. Die velden, dat is vrij mooi, maar meestal moeten we naar onze voeten kijken, want er bevinden zich weer heel wat plassen en modder op het landweggetje. Nog een gevolg van het vele water dat de voorbije dagen en weken uit de lucht is komen vallen (februari 2002 zal over enkele weken de natste februarimaand uit de (belgische) weergeschiedenis blijken te worden). Langzaam maar zeker beginnen we op de achtergrond meer en meer lawaai te horen en we beseffen dat we Aalst aan het naderen zijn . Wat we eerst niet wisten, maar enkele dagen voor ons vertrek vaststelden, is het feit dat juist deze zondag in Aalst karnaval gevierd wordt ! Karnaval in Aalst is één van de drie of vier speciale karnavals hier in Vlaanderen, vermaard en berucht in heel België voor zijn praalwagens en vooral zijn ‘Voal Jeannetten’, die volgende dinsdag de stad onveilig mogen maken

Aan de overzijde van de N 411 doen de volgende GR-tekens ons een fietspad volgen. Dit was vroeger een spoorlijn (Aalst – Londerzeel) en ook hier heeft men het lofwaardige idee gehad om het blijkbaar na het sluiten van de lijn te verharden en het aan de tweewielers (en de wandelaars) te schenken. Het kabaal van de karnavalsfeer komt steeds dichterbij als we tussen de huizen van Mijlbeek door verder wandelen. We zitten hier al echt in de bebouwde kom, maar nog niet in Aalst zelf. Ondertussen komen we meer en meer in allerlei kleurige kostuums geklede individuen tegen : oudere en jongere, grote en kleine, mannen en vrouwen (?). Om 15u30 komen we via de Apostelstraat op een plein terecht bij de Onze Lieve Vrouwekerk en komen we op de kruising van de Moorselbaan met de Leopoldlaan ook de eerste karnavalswagens tegen. Dan laten we de feestvierders achter ons en lopen de Leopoldlaan verder af richting noord.

Iets verder slaan we linksaf en komen op een grote parking terecht, die we oversteken. Zo komen we om 16u uit aan de spoorlijn bij het station, waar we via een tunnel onderdoor gaan. En dan is het plots alsof we weerom in een heksenketel bovenkomen. We bevinden ons nu aan de rand van het Statieplein. We worden als het ware weer ondergedompeld in een kakafonie van kleuren, geluiden, geuren en geluid. Hier komt blijkbaar weer de karnavalstoet voorbij, en nu wordt het ons echt wel onmogelijk gemaakt om de GR nog te volgen. Tenslotte komen we bij de Alfred Nichelstraat en op het Burgermeesterplein uit en wonderwel vinden we daar onze vertrouwde GR-tekens terug. Aan de andere kant van het plein komen we uit bij een soort stadspark. Dat zouden we met alle genoegen nog even willen doorkruisen, maar de ingangspoort is stevig gesloten, zodat we verplicht zijn de GR verder langs de erg drukke, volgeparkeerde Parklaan te volgen. Langs de rand van het park en achterlangs de tuinen van de huizen aan de Parklaan, volgen we nu een plaatselijk wandelpad.

We vervolgen al babbelend onze weg langs het park tot we tenslotte terug op een verharde weg terechtkomen. Wat verder beginnen we het continue gebrom van de drukste verkeersader in ons land reeds te horen : de E40. En jazeker, de weg begint reeds te stijgen en voor we het weten staan we boven op het viaduct over de snelweg. grootte naar oost en west, de mensen erin allen op weg naar een eigen leven en doel. Ons doel ligt echter nog wat verder in het verschiet, enkele kilometers ten zuiden van ons. We herademen als we weer langs velden en weiden kunnen stappen. We verlaten nu Erembodegem en stappen de gemeente Haaltert binnen. Het eindpunt komt nu bijna in zicht ! Even later komen we uit op de Terjodendries. Het is 17u15, juist zoals we gepland hadden.

 

 

 

4. Terjoden - Geraardsbergen : 24 Maart 2002 : 32,9km

 

Tussen Aalst en Geraardsbergen is er nog een stuk Vlaanderen dat we moeten verkennen. Om 8u20 rijden we het ons reeds bekende plein op.Net zoals de vorige zondag dat we hier waren, is het plaatsje doods en verlaten. Niet dat we er een ontvangstcomité verwacht hadden of zo, maar enige beweging zou toch wat leven in de brouwerij brengen. We volgen nog even een asfaltweg, maar dan worden we al onmiddellijk met onze neus op de werkelijkheid gedrukt, in dit geval … de modder. We komen uit op een wegkruispunt en zijn dan even het noorden (in casu de GR) kwijt. Al snel hebben we een uitweg gevonden; tussen twee huizen in vertrekt er nog een klein paadje dat ons langs de tuinen van enkele privé-woningen op weeral een modderig wegeltje brengt. We belanden op een bredere asfaltweg en net als we denken dat we terug de beschaving ingeleid worden, slaan we rechtsaf terug een meer dan modderig pad in naast de Molenbeek. We zijn dan even het spoor bijster, maar de evidente weg (recht vooruit) blijkt dan toch de juiste te zijn.

En dan komen we voor een verrassing te staan : het pad glooit stilaan een beetje omhoog … en stopt dan bruusk bij een gesloten weidepoort ?! Op het eerste zicht is er geen herkenningsteken te vinden. Ik loop even de weide links in, maar vind noch een pad, noch een GR-teken. We bemerken rechts van de weide een platgelopen lint door de nog verwelkte, bruine rietvelden die zich hier in het laaggelegen gebied bij de Molenbeek bevinden. We volgen het net zichtbare pad en worstelen ons door het meer dan manshoge riet verder. Iets verder bij een volgend kruispunt komen we uit aan de rand van een soort park. In de topogids staat vermeld dat we met het Vondelhof te maken hebben. Tussen twee woningen leidt een smal pad ons langs een boomgaard. Zo komen we terug op een verkeersweg uit in het gehucht Daal. We doorkruisen even het plaatsje en duiken dan gelukkig weer het groen in. Langs de Wilde Beek leiden de roodwitte streepjes ons wer weg van de beschaving, de natuur in. Dat betekent natuurlijk ook, dat we weer van links naar rechts over het pad moeten laveren. Grote plassen versperren ons hier en daar de weg, en soms verdwijnen de voeten in een drijfzand-achtige modderbrij. We bevinden ons hier dan ook in een vrij laaggelegen gebied. Het gaat voorlopig nog verder langs de modderige veldweg, waar we echt akrobatische toeren moeten uithalen om niet met kletsnatte schoenen verder te moeten.

Even later berieken we om 10u de huizen van Dries. Dries is een kleine plaats met niet echt een bruisende activiteitenkalender. Bij een volgende splitsing moeten we naar rechts, maar iets links van ons zien we op een kruispunt een pracht van een boom met een witgeverfd bouwsel ervoor. Het blijkt een modern, driehoekig kapelletje. Best mooi hier in deze stille omgeving. We wandelen verder tussen de velden door en genieten veder van het heerlijke lenteweer. Voor ons opent zich een golvend landschap, waar onze veldweg een lange rechte streep in maakt. Het gaat eerst even een valleitje in en dan gaat het licht klimmend verder tot we op een kruispunt van veldwegen komen. Enkele honderden meters verder kmen we op een volgend kruispunt bij een kapelletje uit. Spijtig genoeg gaan we niet het meer verharde pad nemen, maar wijzen de roodwitte streepjes ons naar het meer modderige exemplaar. En slijk vinden we meer dan genoeg ! We komen terecht in een pracht van een holle weg, die ons na een langzame klim om 10u45 bij de overblijfselen van een oude steenfabriek brengt. We zitten perfect op schema.

Recht voor ons zien we de toren van de Onze Lieve Vrouwe kerk van Ninove. We laten de stad echter links liggen en slaan rechtsaf richting westen. Nu bevinden we ons echt op een plateau, midden tussen de velden. Nadat we een asfaltweg gepasseerd zijn, maken we een grote bocht en dalen zo stilaan af naar ons volgende doel : het dorp Nederhasselt. We hebben de torenspits van de St. Amanduskerk al een tijdje links van ons dichterbij zien komen, en zijn hem tot op een honderd meter genaderd, als we op de weg van Aspelare naar Ninove terechtkomen. Oorspronkelijk was het plan om eerst in Aspelare onze picknick te nuttigen, maar recht voor ons langs de GR zelf zien we één van die typische plaatselijke caféetjes, waar we zo graag onze dorst lessen, en we weerstaan dan ook niet aan de verleiding om er binnen te gaan. Het is immers toch al 11u20 en ons ontbijt is al lang geleden verteerd. We worden bij het binnenkomen verwelkomd door de plaatselijke cafégangers. Aan de decibels, die ze produceren, te horen, zijn ze hier al een tijdje ter plekke. We zetten ons een beetje uit het zicht in een hoekje en richten onze aandacht op de kaart. Buiten hadden we al gemerkt dat men hier reclame maakt voor een plaatselijk bier : de ‘Witkap Pater’ en die bestel ik dan ook.

Om 12u10 stappen we de herberg weer buiten in het zonlicht en slaan onmiddellijk een klein paadje in naast onze halteplaats. Het gaat lichtjes bergaf over een betegeld pad naar een klein bosje. He is hier naast het pad vrij drassig en we zijn blij dat men hier de weg voor een stuk verhard heeft. We stappen wat verder een brugje over en passeren zo de Beverbeek. Wij volgen een valleitje verder zuidwaarts tot we op een kruispunt bij enkele huizen komen; dit is het gehucht Muylem, enkele bij elkaar staande boerderijen. Hier moeten we even het asfalt volgen richting Aspelare. Na enkele bochten, krijgen we de St.Amanduskerk recht voor ons uit in zicht. Het kerkje bereiken we echter niet, want een 100 m ervoor, verlaten we de hoofdweg en begeven ons via een met kasseien verharde veldweg weg van het dorp. Het is 12u34 en we zitten pal op schema. Een richtingswijzer duidt ons de weg aan naar ons volgende doel : de kapel van Onze Lieve Vrouw Ten Beukenboom, dat we even later bereiken. Het gebouwtje ligt hier volledig alleen midden in de velden en het is best wel fotogeniek met zijn fragiele torentje op de nok. Binnen kunnen we niet, dus kijken we maar doorheen de tralies in de deur. Mooi en indrukwekkend is het wel !

Over de weiden en velden heen zien we aan de linkerkant boven de bomen de torenspits van Voorde reeds voor ons. Midden de velden moeten we plots linksaf en steken bij het binnenkomen van het plaatsje de Oppembeek over. In dit drassige gebied groeien er heel wat bloemen naast het pad : narcissen, paarebloemen en hyacinthen kleuren het malse, groene gras. Rechts van ons zien we aan de overkant van een brede sloot een indrukwekkend bouwwerk met torens tussen het geboomte. Het is het kasteel van Voorde, dat hier reeds bestond in de 16e eeuw, maar waarvan de meeste gebouwen stammen uit de jaren 1827. We lopen het gehucht verder door en verlaten het even verder als we een verkeersweg oversteken. We steken een beekje over en komen langs een vrij recent verbouwde ex-hoeve, het Bullegemhof. We worden verder de velden ingestuurd. We krijgen rond 14u30 de brug over de Dender in het zicht

We gaan naar de overkant van de Dender en komen daar uit bij een wandelboom. Dan begeven we ons naar de overkant van het dorpsplein om in café ‘De Eendracht’ nog even onze droge kelen te laven. Om 15u15 nemen we afscheid en begeven ons weer op weg. We volgen geruime tijd de vallei van een beekje. De GR brengt ons tenslotte bj het plaatsje Keringen. Het omvat niet meer dan één straat met wat huizen aan weerszijden. Na nog enkele keringen, bevinden we ons dan weer midden tussen de velden. We bevinden ons hier op de grens van de provincies Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant en volgen die denkbeeldige lijn in het landschap nog een 300-tal meters voor we linksaf draaien en ons nu volledig op Brabantse bodem bevinden in de gemeente Galmaarden. Hier moeten we terug even wat asfalt volgen, maar we hebben een mooi zicht rondom ons. We lopen hier blijkbaar op de top van een heuvelkam en het verwondert me dan ook niet dat we ons hier op een oude heirbaan bevinden

De donkere strook, die we al een tijdje aan de einder bemerken, blijkt een bos te zijn : het Raspaillebos. We verlaten de heirbaan en gaan door de velden op het bos af. Gelukkig zorgt de natuur voor een mooier zicht door de mooie tapijten van ontelbare bosanemoontjes, die hier de bosbodem bedekken. We volgen verder de noordrand van het Raspaillebos, en krijgen verderop over de de velden en de vallei van de Steenborrebeek heen, weer een mooi zicht op het Oostvlaamse landschap met de kerk van Onkerzele in de verte. Tenslotte laten we het bos toch achter ons en vangen nu het laatste deel van onze dagtocht aan. In een lange, rechte lijn voert de GR ons recht naar het oosten richting Geraardsbergen. Na een stuk asfalt voeren de roodwitte streepjes ons door de velden langs de oude hoeve ‘te Wambas’. Langs de flank van een heuvel komen we via een grote boog achterlangs enkele huizen tenslotte op de weg Moerbeke-Geraardsbergen terecht, aan de rand van deze laatste stad. Nadat we het drukke verkeer achter ons gelaten hebben, komen we tenslote rond 17u20 op de Oudeberg uit met zijn Onze Lieve Vrouwekapel. Dit gebedsoord werd in het begin van de 20e eeuw hier op deze 100 m hoge heuvel aan de rand van Geraardsbergen gebouwd ter verering van een 17e eeuws Mariabeeldje. We beklimmen de trappen, die ons er heen leiden en staan even later bij een oriëntatietafel, vanwaar we een prachtig zicht hebben over de stad heen naar het westen.

Nadat we via een lange trap van de top van de berg terug afgedaald zijn, komen we op een smalle weg met ‘kinderkopkes’ terecht. En dit blijkt nu de befaamde ‘Muur van Geraardsbergen’ te zijn. In de volgende bocht moeten we de kasseien al verlaten, en slaan een smal, verhard paadje in, dat ons linea recta de berg af doet dalen naar het centrum van de stad. Langs een mooi park met een standbeeld van het Heilig Hart komen we om 17u35 op de Grote markt van Geraardsbergen terecht. Tot slot brengen we nog een kort bezoekje aan het 14e eeuwse stadhuis en het plaatselijke Manneke Pis (naar het schijnt het enige, echte, oorspronkelijke en zeker het oudste van het land).

 

 

5.Geraardsbergen - Ronse : 21 Oktober 2001 : 32,8km

 

Het is iets na 9u. We steken de Dender niet over, maar draaien ervoor rechtsaf en vinden niet onmiddellijk onze leidraad, de roodwitte streepjes. En deze keer zijn we dan voorgoed vertrokken. We komen op een fietspad terecht en laten, terwijl we naar het zuiden gaan, stilaan het centrum van de ‘Parel der Vlaamse Ardennen’ achter ons. Terwijl de heuvels op de andere oever zich wat verder van de rivier terugtrekken, lopen wij via het fietspad door het natte laagland. We komen bij onze eerste GR-wandelboom van de dag : aan de rand van de weg aan het Bruggenhuis duidt hij ons aan dat we hier rechtsaf moeten, recht het centrum van Overboelare in. We komen om 9u20 uit bij de St. Aldegondiskerk, waar de GR ons langs stuurt om even verder tijdelijk een verkeersweg te volgen.

We bevinden ons hier slechts op een goede kilometer van de taalgrens, die we trouwens verderop nog regelmatig zullen passeren. Voorlopig blijven we echter nog in ons Vlaanderenland en genieten van de vergezichten over de golvende groene weiden. Wat ons wel wat verontrust, zijn de geluiden die we nu regelmatig opvangen : het zijn onmiskenbaar geweerschoten. En dan beseffen we dat het najaar de jachtperiode is, zelfs hier, waar er nog zo weinig groen te bespeuren valt. We zullen dus dubbel moeten opletten; niet alleen op de weg, maar eveneens op eventuele verdwaalde kogels !De GR brengt ons bij een groepje huizen op een kruispunt. Rechts van ons bevindt zich een café met de ongewone naam ‘In de Koning van Engeland’. Het doet me denken aan die pub, die ik een aantal jaren geleden heb gezien toen we in Londen waren. Die had de ongewone naam ‘King of Belgium’. Achteraf bleek dat de oorspronkelijke naam van dat etablissement ‘The Kaiser of Germany’ was geweest, maar dat men dat bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog veranderd had en de eer aan onze vorst had geschonken. In de verte zien we tussen de aangeplante populieren al de kerk van Zarlardinge opdoemen. Dit dorpje ligt op een hoogte, en we verlaten nu voorgoed de Dendervallei. Tegenover de kerk vinden we het eerste café; tot onze verrassing is de naam ervan ‘In de Nieuwe Koning van Engeland’.

We komen na een dikke kilometer uit bij een groepje huizen, gelegen tussen weeral rijen populieren. Het is het gehuchtje Korrele, de laatste huizen van de fusiegemeente Geraardsbergen; Na de laatste huizen trekken we door het eerste stukje bos van vandaag. Na een paar honderd meter laten we het groen alweer achter ons. De streek heet hier Peperendaal en we staan hier op een hoogte van 92,5 m boven de zeespiegel. We hebben dan ook een aardig zicht rondom ons. Wat ons niet zo aanstaat aan dat zicht , is dat er zich nu toch wel erg veel donkere wolken beginnen te vertonen. We bereiken een paar lindebomen, die tussen hen in en mooi kapelletje verbergen. Het uitzicht hier is best wel te genieten; voor ons zien we de gebouwen van het plaatsje Parike. Achter ons bevindt zich de gemeente Everbeek.

Het is 12u, middag. Als we uiteindelijk op een herkenbare veldweg uitkomen, vinden we daar een plaat met de handgeschreven tekst : ‘GR Pad : Volg de akker tot aan de populieren’. Na enkele tientallen meters echter verlaten we het natte, grijze wegdek en komen bij de rand van ons eerste echte bos van vandaag : het Wolvenbos of eigenlijk Bois de la Louvière. We volgen de rand ervan en dringen even verder dieper het groen in. Al snel zijn we dit stukje groen door en dan staan we aan de rand ervan, pal op de taalgrens. En dan slaan we de lange, rechte weg naar het zuiden in. We zijn aanbeland op het eerste hoogtepunt van vandaag (120 m) en nu wel echt in de Vlaamse Ardennen . Het loofbos verandert hier nog even in een naaldbos, voor we aan de rand van het woud zijn . We passeren een huisje (met een prachtig beeld van de Heilige Fransiscus) van het gehucht Ste. Anne en laten het bos voorgoed achter ons. Voor ons doemen al de beboste hoogtes van de Rodeberg (Mont de Rode) op, maar eerst moeten we nog eve afdalen in de vallei ertussen. Daar komen we uit bij een lange, rechte verkeersweg en die rechtlijnigheid is meestal een teken van iets speciaals; dat blijkt ook uit het feit dat de baan zelfs een heel eigen naam heeft : ‘Chaussée Brunehaut’, een ex-heirbaan.

Het beetje bos dat Brakel op zijn grondgebied heeft, wordt terecht zeer gekoesterd. De plaatselijke autoriteiten slaagden erin de versnipperde delen in 1951 te verenigen tot een geheel van meer dan 50 ha groot en in 1976 werd het geheel opengesteld voor het publiek. Houten bruggetjes maken het ons gemakkelijk om waterloopjes te overschrijden en trapjes doen ons zonder gevaar de wat steilere hoogteverschillen overbruggen. Na wat slingerwerk doorheen het beukenbos, komen we tenslotte op een breed pad uit bij een wandelboom. Dat verwondert me een beetje, want in de topogids staat er niets vermeld daarvan. Het is een stevige paal en geeft de samenkomst aan van de GR 5A met de GR 122. We stappen een lange, rechte bosweg af tot aan een kruispunt. Ondertussen zijn we weer van Vlaanderen naar Wallonië overgestapt. Het is 13u50 en we kunnen eindelijk eens uitkijken naar een plaats om eens neer te zitten en wat te eten. Op dit kruispunt staan er enkele café ’s en terwijl we nog aan het beslissen zijn welke herberg we nemen, zien we recht voor ons op het raam van de ‘Châlet Gérard’ een sticker, die wandelaars welkom heet. Als we even later uit het groen tevoorschijn komen, zien we aan onze linkerkant in de verte de radarmast van de Wolvenberg tegen de groene horizon afsteken. Als de zandweg verandert in een verharde weg weten we dat we weer één van die talloze dorpjes naderen, die vandaag onze route bevolken. Het vlekje draagt de naam Queneau en hoort nog bij de gemeente Vloesberg (Flobecq).

Iets verder wijkt de GR5A weer af van de topogids en moeten we rechtsaf in plaats van linksaf en omhoog naar het gehucht Miclette, een tiental huizen die hier langs de straat gelegen zijn. Op een gegeven moment, zien we rechts achter ons de masten op de top van de Pottelberg, die we een half uurtje geleden nog voorbij stapten, omhoog steken in de lucht. Ze krijgen geen schoonheidsprijs, maar kunnen wel goed als referentiepunt dienen, om te zien waar we ons ergens bevinden op de kaart. Voor ons zien we achter een groen, golvend landschap de Fortuin- en Muziekberg opdoemen. Daar zullen we straks nog mee kennismaken, maar eerst dalen we nu verder af in het valleitje van de Trosbeek. We komen weer op een verharde weg uit en die brengt ons om 16u35 bij het jeugdhuis ‘De Fiertel’, een flink uit de kluiten gewassen optrekje, waar wandelaars eventueel een nachtje kunnen verblijven. Boven de berm aan de overkant van de weg zien we het torentje van een kapel uitsteken. Het is de kapel van Onze Lieve Vrouw van Lorette (of Tijlozenkapel). Het gebouwtje staat er al sinds 1676 en is een beschermd monument. Het wordt nog steeds gebruikt als gebedshuis. Een rechte, door loofbomen overdekte asfaltweg nodigt ons uit om de GR te vervolgen. We zitten hier in het grote bos dat de Muziekberg, de laatste berg voor Ronse, bijna geheel bedekt. Rechts van ons zien we door de bomen het plaatsje Louise-Marie. Een wel eigenaardige naam voor een gehucht. Iets links van ons tussen het groen bevindt zich de top van de berg (148 m). In het midden van de 19e eeuw werd er een toren gebouwd, die de Geuzentoren genoemd werd, wat verwijst naar de Bosgeuzen die in de tijd van de godsdienstoorlogen hier hun hagepreken zouden gehouden hebben. Bij de eerste bocht in de weg zien we dan in de vlakte voor ons Ronse liggen. We komen nog langs een ziekenhuis van de Zusters van Barmhartigheid (les Soeurs de la Miséricorde.Tenslotte komen we op de samenkomst van de Libbrechtstraat met de Kruisstraat uit aan het einde van de GR5A Oost (en voor ons het begin van de GR5A West). Er staat geen wandelboom of infobord om dit feit te vieren. Via enkele kleinere straatjes komen we voorbij de St. Hermeskerk en uiteindelijk om 17u55 op het plein waar mijn auto geparkeerd staat.

 

 

 

6. Ronse - Bellegem : 16 Juni 2002 : 34,5km

 

Vooreerst laveren we nog wat doorheen de buitenwijken van de stad Ronse. Wat verder wordt de bebouwing dan toch wat minder dicht, en beginnen we wat meer groen te zien. Het gaat dan ook wat steiler omhoog; daaraan merken we weer dat Ronse als in een grote kom ligt. We bestijgen de flanken van de Spinessenberg en krijgen als we achterom zien een licht beneveld zicht op de Hermesstad. Al snel komen we aan een bosrand. We komen voorbij een auto, waarin de inzittende nog ligt te slapen onder een deken. We laten het individu maar gerust en beginnen aan de afdaling. Waar het bos ophoudt, staan we plots voor een kapel. Het is de oude Wittentak kapel (van 1891), een oud bedevaartsoord.

Voor ons uit zien we tussen de bomen en de boerderijtjes door reeds een spits kerktorentje de hoogte insteken. Hoogstwaarschijnlijk is het de gebedsplaats van het volgende plaatsje op onze route, Klijpe. De GR zigzagt verder over smalle, verharde wegen. Doorheen het weidelandschap stijgen we terug stilaan de vallei van de Bosbeek uit. Voor ons uit zien we reeds de donkere omtrekken van de bossen die op de top van heuvelrug liggen, die de Vlaamse Ardennen vormt. Hier laten we weer even het asfalt achter ons en bevinden ons iets verder voor de eerste keer vandaag op de grens van Vlaanderen met Wallonië. We bevinden ons in de gemeente Kluisbergen, een samenvoeging van de plaatsen Ruien, Kwaremont, Berchem en Zulzeke. We stoppen even voor een verfrissing. Het café draagt de naam ‘d’ Oude Hoeve’, maar gelukkig schenken ze hier ook nog wat anders dan karnemelk.

In de topogids hebben we gelezen, dat hier even buiten de GR een monument te bezichtigen is. En inderdaad, slechts een steenworp van onze route, vinden we een onder een jonge ceder een brede, maar toch eenvoudige muur met een simpel borstbeeld van Karel van Wijnendaele. We bevinden ons hier namelijk op of in ieder geval toch dicht bij de route van de belangrijkste Vlaamse wielerklassieker, De Ronde van Vlaanderen. Na nog enkele bochten, bevinden we ons tenslotte boven op de kam, die het hoogste punt van het bos vormt, en daarenboven ook nog de provincie- en de taalgrens. Links van onszien we over een open plek het dorpje Russeignies (Rozenaken) liggen. Na een fikse wandeling komen we op een meer open plek uit bij een café-restaurant met een dierenpark en speeltuin. De herberg heet op de stafkaart ‘Ferme du Christ’, maar de nederlandstalige benaming is ‘Vierschaar’. Uiteindelijk komen we dan om 11u30 toch uit op de Kluisbergtop, op 144 m hoogte. Naast een groot bord met een kaart van het Kluisbergbos en een bord met een kaart van West-Vlaanderen waar alle GR’s op ingetekend zijn, staat ook een reus van een wandelboom, die ons de richting naar Oostende aangeeft. Tussen de bomen ontwaar ik de befaamde ‘Witte Toren’. Vroeger was het een uitkijktoren, maar nu is het een deel geworden van een Tea-room. Iets rechts van ons bevindt zich het ‘Maison des Randonneurs’, maar spijtig genoeg staan we voor een gesloten deur.

We zijn nu stilaan op de meest westelijke hellingen van de Kluisberg beland.En voor ons opent zich even later een pracht van een uitzicht over de Scheldevallei en de vlakte van Zuidwest-Vlaanderen. Op een rustig ogenblik steken we de weg over en gaan verder naar een gehucht met de meer dan eigenaardige naam ‘Turkenhoek’. Recht voor ons zien we de schoorstenen van de electriciteitscentrale van Ruien, niet echt een oogstrelend zicht. Wat wel weldaad voor het oog is, is het rode tapijt dat hier en daar langs weg en veld gevormd wordt door de vele klaprozen, die nu in bloei staan. De brug zelf is een vrij onesthetische, metalen constructie, die wel erg stevig oogt. Wat deze brug befaamd maakt, is het feit dat Stijn Streuvels, die 18 jaar in Avelgem gewoond heeft, waar we nu in aanbeland zijn, dit bouwwerk als centraal onderwerp heeft gebruikt in één van zijn bekendste werken, ‘De Teleurgang van de Waterhoek’. Hij doopte het gehuchtje Rugge, dat hier even verder langs de weg ligt om tot het plaatsje Waterhoek. In West-Vlaanderen aangekomen, dalen we onmiddellijk de brug af en gaan langs het water terug naar het zuidwesten.

Het is 12u35 en het wordt nu toch wel tijd om de inwendige mens wat te versterken. Iets verder langs de Schelde, nog steeds met de brug in zicht, vinden we een zitbank. Als we ons zo smal mogelijk maken, kunnen we er net met z’n vieren op zitten.We bereiken al snel Avelgem terhoogte van het voormalige station. En dan moeten we weer even>zoeken voor we het vervolg van onze route gevonden hebben. Tussen de struiken door vinden we een pracht van een antieke GR-wegwijzer terug op een groot, houten infopaneel. We blijken hier in een Vogel- en Natuurreservaat terechtgekomen te zijn ! Even later bevinden we ons in plaats van in een holle weg op een verhoogde berm. Die dalen we even verder af en belanden op een asfaltbaan. Het is 14u45 en we bevinden ons op de St. Pietersbrug. Rechts van ons zien we een groot sluizencomplex met pompstation, de sluis van Moen. Iets verder komen we echter bij iets eigenaardigs : een tweede, kleiner kanaal, met een schattige ophaalbrug erover. Dit is eigenlijk het oorspronkelijke kanaal, dat in 1857 gegraven werd). In 1973 werd het kanaal verbreed, maar de oude kanaalarm> – met het nu nutteloos geworden metalen bruggetje - werd behouden door tussenkomst van de Moense Heemkring. Aan de overkant van het brugje, zien we dan iets verder een oud gebouw, duidelijk een oude boerderij, het Sint Pietershof. Iets zegt ons dat we hier misschien iets kunnen drinken, maar als we dichter bij de ingang van de oude vierkantshoeve komen, staan we plots voor een gesloten hek. Inderdaad … het is hier een café, maar hij opent pas om 15u (het is nu 14u50 ! Terwijl we daar zo doorheen de tralies van het hek aan het kijken zijn, verschijnt er een manspersoon op de binnenplaats. Als hij ons ziet staan, wenkt hij ons naar binnen. Op die 5 minuten komt het nu ook weer niet aan, zal hij denken, en wij nemen het hem niet kwalijk !

Terug bij de brug gekomen, volgen we even het oude kanaal en komen bij de ingang van een natuurreservaat : het Orveytbos. We worden via een knuppelpaadje verder geleid en komen uiteindelijk op een hoogte uit, vanwaar we de omgeving kunnen bewonderen We bevinden ons op een heuvelrug, die de waterscheiding vormt tussen deSchelde (in het oosten) en de Leie (in het westen). En dat heeft tot gevolg dat we van hieruit toch een mooi zicht hebben op de verre omgeving. Zo kunnen we nu en dan als we achterom kijken nog de donkere vorm van de beboste Kluisberg onderscheiden. Maar die is al even achter de horizon verdwenen als we bij een kapelletje uitkomen bij de Vinkestraat. We blijven verder westwaarts gaan, waar we iets later ter hoogte van het gehucht ‘Laatste Oortje’ voorbij een windmolen komen. Het Bellegembos, waarlangs we nu wandelen, is samen met zijn tweelingbos, het Argendaalbos, inderdaad één van de enige restbossen in de omgeving. Aan de westelijke horizon echter zien we nu de kerkspits van ons einddoel verschijnen. Voor we er echter geraken, moeten we nog even een pracht van een afdaling tussen de groene velden doen ! De laatste meters naar het Westvlaamse Bellegem gaan dan weer licht omhoog. Het centrum van het plaatsje rond de toren van de St. Amanduskerk ligt op een hoogte, maar uiteindelijk komen we toch om 17u10 uit bij de auto.

 

 

 

 

7. Bellegem - Hollebeke : 26 Januari 2003 : 38,1km

Voorlopig volgen we de GR nog langs een verkeersweg, zodat ons pad voldoende verlicht is, maar na een halve kilometer laten we het verkeer achter ons en trekken de velden in. Rechts van ons zou de Klijtberg moeten liggen, en als we goed kijken is er daar inderdaad een lichte verhoging van het landschap te bespeuren. Op het eind van een gebouwtje vinden we tot onze verrassing nog een Mariakapelletje ! Terwijl het nu helemaal dag geworden is, trekken we verder zuidwaarts langs Rollegem. Een dikke kilometer voor de grens met Henegouwen, en het plaatsje Tombreû, Tombroek in het Vlaams, draaien we een betegeld paadje in en gaan verder langs een verwaarloosde boomgaard met wat scheefgegroeide hoog- en laagstammen. We lopen hier in een streek van dicht bij elkaar gelegen gehuchten, of eigenlijk kleine groepen van huisjes , met lyrische namen als Schreiboom en Tolpenhoek, die allemaal etymologisch te verklaren zijn.

Terwijl we verder wandelen, zien we in de verte tegen de einder enkele molenwieken in de hoogte steken. Het is de ‚hoog’molen van Aalbeke. We passeren om 9u05 de molen, die volgens de topogids de oudste van West-Vlaanderen zou zijn. Het huidige exemplaar stamt van 1753, maar oorspronkelijk zou er hier al een molen gestaan hebben van in 1381 ! De buurt hier heet Zevenkoten en dit zou wijzen op het feit dat hier vroeger ooit zeven vervallen huizen zouden gestaan hebben, die één gemeenschappelijke buitendeur hadden.We krijgen de slanke schoorstenen van een of andere fabriek te zien. Het blijken de 59 m hoge schouwen te zijn van een (dak)pannenbakkerij van het bekende belgische merk ‚Pottelberg’. Een verhard wandelpad slingert zich van boerderij tot boerderij door de velden en brengt ons met een grote boog tenslotte om 9u45 tot op de brug over de E 17. Dan dalen we af ... en komen we plots in een heel andere wereld, een bedrijvenpark.

Zonder spijt laten we het achter ons en beklimmen weer een lage heuvelrug. We passeren langs een plaats dat op de kaart vermeld staat als ‚Kraaiveld’. En geloof het of niet, plots stijgt er een hele zwerm van die krijsende, donkere vogels op in de lucht. De lucht voor ons, is van een donkerblauw, dat het ergste doet verwachten. We zijn niet echt verrast door de regen, want het was voorspeld, maar echt ‚happy’ worden we er ook niet van. Zo een drie kilometer blijven we de oever van de Leie volgen en zien stilaan de agglomeratie Menen naderen. Het stadsmuseum van Menen blijkt ook een café te bevatten, en die gaan we dan ook binnen. Als we rond 12u15 doorgaan, is het in het café een drukte van belang. Even is het zoeken naar het vervolg van onze route, maar het blijkt al snel dat we de Oude Leiebaan moeten volgen. Na enkele bochten, moeten we toch het water verlaten; een industrieterrein heeft blijkbaar een deel van de rivieroever nodig. Op de Franse oever verschijnen steeds meer fabrieken, die ons verder gezelschap zullen houden. Na enkele kilometers fietspad, doet de GR ons in het zicht van het Franse Bousbecque wegdraaien van de Leie.

We komen terecht in de streek van de tabaksteelt. Heel Wervik is doordrongen van de tabakscultuur : er is een tabaksmuseum, een tabaksroute, een tabakspad, enz... Spijtig genoeg zijn we hier niet op het goede moment van het jaar, zodat we niets zien van de tabaksplanten op het veld, maar regelmatig komen we van die eigenaardige, bakstenen gebouwen tegen met maar enkele kleine raampjes met luiken voor, en we denken dat we hier te maken hebben met die befaamde ‚eesten’. We steken enkele verkeerswegen over en passeren menig kruisbeeld en kapelletje. Bij dat van OLV-van-Troost gaan we plots scherp linksaf, richting westen. Het is iets na 14u, en we zitten ongeveer een uur voor op schema. Tweederde van onze dagtocht zit er al op. Bij de Klijtmolen steken we een rijweg over en duiken weer de velden in. We blijven nu een tijd pal op de taalgrens lopen. Over met steengruis verharde veldwegen naderen we enkele huizen. Het is het gehucht Hoge Bossen, tenminste toch rechts van de weg. De enkele huizen en boerderijen aan de linkerkant staan bekend onder de naam Hauts-Bois. En het echt eigenaardige aan dit alles is, dat er hier helemaal geen bossen zijn !

Links van ons zien we een smalle spits de lucht insteken. Het is het Komense gehucht Timbriele. Hier zien we weer hoe een oorspronkelijke Vlaamse naam omgevormd wordt tot iets frans klinkend; vroeger heette het plaatsje Ten Brielen. We steken weer een verkeersweg over en worden onmiddellijk weer geconfronteerd met de tweetaligheid van deze streek : een naamplaatje verklapt ons de naam van de weg die we nu nemen : de Rue Voorstraete of Voorstraetestraat. Bij het vlekje Tapet gekomen, ergens, in the middle of nowhere’ besef ik dat we op een bepaald moment de weg moeten verlaten en een paadje volgen doorheen een veld. Het enige dat we echter zien, is een groot veld, waar dit najaar hoogstwaarschijnlijk mais heeft gegroeid en dat nu nog een groot stoppelveld is gebleven. Alleen het feit dat er aan de andere kant een grote hoeve ligt, doet ons beslissen toch maar recht door het afgemaaide veld heen te gaan. En jawel, eenmaal het veld voorbij komen we op een grasveld uit bij een wandelpad.

Na een kleine kilometer komen we dan aan de rand van het volgende plaatsje; een groot bord langs de weg vertelt ons dat we iets voor 16u Houthem binnenstappen. Over grote, geel verdorde rietvelden heen zien we na een kwartiertje de kerktoren van Hollebeke opdoemen in de verte. We gaan echter nog niet richting Hollebeke, maar vervolgen nog even onze weg langs een ex-kanaal, dat hier een met kreupelhout overgroeide beek is geworden. Als we zien dat we het kerkje van Hollebeke achter ons aan het laten zijn, komen we bij een pad door de velden, dat ons op de weg van het dorp naar Ieper brengt. Hier nemen we voor vandaag afscheid van de GR 5A. Wij slaan linksaf en begeven ons richting kerk, waar we onze wagen weten staan.

 

 

 

 

8. Hollebeke - Westouter : 16 April 2004 : 33,9km

 

Er is haast geen wolkje in de lucht en ondanks het vroege uur, kunnen we de jassen al achterlaten bij de auto. We sluiten al snel terug aan op de GR 5A iets buiten de bebouwde kom. We komen bij de uitgang van het Domein Palingbeek aan. We vervolgen onze aangename ochtendwandeling langs een onafgewerkt kanaal en genieten van de natuur. Halfweg komen we een reiger tegen die aan de andere oever zijn ontbijt tracht te vangen. Hoewel we er zeker nog 20 meter van verwijderd zijn, neemt het dier het zekere voor het onzekere en verdwijnt traag klapwiekend tussen de bomen. Wat verder komen we langs een grote bakstenen ruïne, dat waarschijnlijk een overblijfsel moet zijn van sluisbouwwerken van meer dan een eeuw geleden aan het nooit voltooide kanaal. Het water verandert vanaf hier in een reeks ondiepe poelen, maar het blijft fijn wandelen in het ,door de pas in blad gekomen bomen, gebroken zonnelicht. Om half tien komen we dan uit bij de eigenlijke ingang van het domein. We vinden er een wandelboom, een infobord van de Grote Routepaden en een barak met toiletten, die gelukkig open zijn. De wandelboom geeft aan dat we weer bij het zoveelste kruispunt van GR-paden aangekomen zijn.

Aan de overkant van de weg komen we dan bij het eerste kerkhof van onze tocht, het Spoilbank Cemetery. We bevinden ons hier slechts op een kleine 5 kilometer van de stad Ieper. Van 1914 tot in 1918 werd deze stad op die korte afstand bedreigd door de Duitse invaller. Ieper was dan uiteindelijk wel een ruïne geworden en de frontlinie was in de loop van die jaren wel enkele kilometers heen en weer geschoven. Nette rijen friswitte grafstenen geven aan deze begraafplaats een onwezenlijk gevoel van orde en netheid, alsof het een kunstwerk is. Iets verderop ligt nog een zelfde soort kerkhof (Chester Farm Cemetery), maar dat laten we links liggen. Wij draaien het bos rond de Palingbeek uiteindelijk de rug toe, net voor we een volgend oorlogskerkhof bereiken. We gaan door een tunnel van sleedoorn in bloei. Wij gaan verder met onze wandeling over de beruchte heuvelrug van Mesen, richting Wijtschate. In de verte zien we de Kemmelberg tegen de einder. Na een tijdje komen we op de verkeersweg Waasten – Ieper (N 336), die we even zuidwaarts moeten volgen. Bij het volgend kruispunt aangekomen, bekijken we een volgende relikwie van de Grote Oorlog: het forse kruis dat we hier bewonderen, is een herinnering aan de 19e Britse Divisie, die hier in juni 1917 strijd leverde.

We komen Wijtschate binnen langs weeral een Britse begraafplaats en komen even verder aan bij een bejaardenhome, Sint Medardus genaamd. De GR leidt ons via een kapel langs de achterkant van de home. Snel arriveren we op het dorpsplein met zijn kiosk, en op een hoek zien we onmiddellijk een drankgelegenheid. Om 11u05 zetten we ons neer en bestellen wat te drinken. Na een dik half uur sluiten we de deur van de herberg weer achter ons en verlaten het dorp richting Poperinge. We ronden een bocht en hebben voor ons een panorama op dit deel van het Vlaamse platteland, ten zuiden van Ieper. Dit was dus het zicht dat de Duitsers hadden vanuit hun loopgraven. Linksvoor zien we weer het donkere silhouet van de Kemmelberg, dat zo goed als alom tegenwoordig is hier ! Verspreid in het landschap en niet altijd zichtbaar weten we rondom ons nog resten en relikwiën van de oorlog liggen : begraafplaatsen, bomtrechters, herdenkingstekens en meer van dat. Hoewel de GR zijn best doet, kan het ons niet langs al die bezienswaardigheden brengen. We komen uit bij de ingang van de befaamde Spanbroekmolenput: een krater die door de ontploffing hier ontstond van tonnen explosieven die door de Engelsen in tunnels tot onder de Duitse linies werden gegraven. De krater meet 125 m in doormeter en is 12 m diep en de vijver, die erdoor ontstaan is, werd later de ‘Pool of Peace’ gedoopt.

We verlaten deze vredige poel terug langs het poortje en zien links van ons (weer) een oorlogskerkhof met een groot kruis, dat zou het Lone Tree Cemetery moeten zijn. Wij gaan echter de tegengestelde richting uit, in de richting van het kerkje van Wulvergem, dat we in de verte al zien liggen. Dat is wel één van de voordelen van wandelen door het Vlaamse ‘plat pays’, je ziet al van verre het doel van je tocht liggen, in de vorm van de torentjes van de parochiekerkjes. Zoals in vele weiden heeft men ook hier een oude bomtrechter laten bestaan en zo voor een drenkplaats voor het vee gezorgd. Tussen de knotwilgen door naderen we stilaan Wulvergem. Links van ons zien we op een bepaald moment nog net het bovenste deel van de kerk van Mesen. Via een paadje tussen de velden door komen we tenslotte om 13u15 bij de Sint Machutuskerk van Wulvergem. Hoewel er redelijk wat verkeer langskomt, kunnen we niet aan de verleiding weerstaan om plaats te nemen op het zonnige terras van het café ‘A la Basse Ville’.

De Kemmelberg lonkt in de verte. Maar eerst dalen we nog af naar de Douvebeek. We raken nog even een verkeersweg en komen dan langs de rand van het Warandepark uit in de bebouwde kom van het plaatsje Kemmel. Als we de parkpoort doorgaan, zien we even verder voor ons een groot renaissancekasteel (1925), dat nu het gemeentehuis geworden is van de fusiegemeente Heuvelland. Ondertussen moeten we eerst nog de laatste heuvels van onze eigen Vlaamse Heuvelstreek overwinnen, en daar beginnen we even verder dan ook onmiddellijk aan. Al snel komen we uit op een kasseibaan, vlak bij de top van de Kemmelberg. We staan hier op een steenworp van de top van de 156 m hoge Kemmelberg, het hoogste punt van de hele GR 5A ! Tussen een Belgische en een Franse vlag bij een Frans oorlogskerkhof staat een piramide-achtige obelisk, waarop vele namen van gesneuvelde Franse soldaten. Na het verlaten van het kerkhof, dalen we stilaan van de flank van de Kemmelberg af en dan ontplooit zich voor ons een prachtig zicht op de vallei tussen de Kemmel- en de Rodeberg. Rechts van ons zien we de markante kerktoren van het plaatsje Loker. Het is herkenbaar uit de duizende omwille van zijn massieve, stompe uiterlijk en de 4 sierlijke hoektorentjes. We keren het plaatsje echter de rug toe en gaan even richtig Dranouter. We wandelen voorbij de ingang van het kasteelpark Behaeghel, dat omringd wordt door meidoorn en haagbeuk.

We staan aan de voet van de Rodeberg. Al snel bereiken we om 17u10 een parking bij een levensgrote windmolen. Het is de Lijstermolen, een houten standaardmolen, die in 1960 uit Beernem naar de Rodeberg werd overgebracht. Terwijl we even uitblazen, beseffen we dat we hier zo goed als op de top van de Rodeberg zitten, die met zijn 143 m slechts enkele meters onderdoet voor zijn grotere broer, die we een anderhalf uur geleden gepasseerd zijn. De afdaling begint rustigaan, maar gaat al snel vrij steil de dieperik in. De GR slingert hier door het Hellegatbos en langs de Hellegatbeek. Tenslotte komen we aan de rand van het bos uit. In de verte zien we op een dikke kilometer afstand de huizen van Westouter en zelfs de kerktoren kunnen we tussen de boomtoppen door onderscheiden. Verder gaan we door de landelijke omgeving van Westouter , tot we om 18u05 op de Neerplaats terecht komen aan de rand van het dorp, bij de parking waar onze auto’s geparkeerd staan.

 

 

 

9. Westouter - Stavele : 17 April 2004 : 32,4km

 

Om 9.45u staan we terug op de Neerplaats in Westouter, laten onmiddellijk het dorp achter ons en wandelen naar een boerderij toe, ‘Het Neerhof’ genaamd. Hier moeten we rechtsaf het veld in en dan zien we iets eigenaardigs. Rechts van ons loopt evenwijdig met onze wandelweg een andere weg, en daar zien we een lange rij mensen zitten naast elkaar, wel een paar honderd meters lang is die rij. En die mensen zitten daar maar, allemaal met hun rug naar ons toe ! Wat een raar fenomeen ! Wat we hier zien is een ‘reke’ of ‘rote’ vinkeniers, die met een wedstrijd bezig zijn. Voor elke persoon bevindt zich een vink in een kooitje, en de bedoeling is dat de persoon noteert, gedurende één vol uur of zo, hoeveel maal het diertje zingt (of slagen haalt) Dus het is daar een ‘suskewieten’ van jewelste. Goed om weten is dat bij elke vogel niet zijn of haar eigenaar zit, maar een andere deelnemer. Kwestie van niet té partijdig te zijn met zijn eigen vink.

Het is wel bewolkt, maar het zijn zeker geen regenwolken, en nu en dan laat de zon zich even zien. Het toch ietwat eentonige landschap wordt even later onderbroken door een veld, waar metershoge staken op staan, verbonden met draad. Het zijn de eerste van de befaamde hopvelden die we hier zien. We trekken verder langs smalle, verharde wegen en lezen in de topogids dat we even over Frans grondgebied komen. Bij een volgend kruispunt enkele honderden meters verder passeren we een mooi met bloemen versierd kapelletje ‘OLV van Vrede’ en weten dat we terug op de grens zitten. Lang duurt het echter niet, want even verder slaan we rechtsaf en trekken we terug ons land in. We keren ook onze rug naar de Boeschepeberg en de Katsberg. Een kilometer of zo naar rechts ligt nog één van die immens grote (meer dan 10.000 Britse gesneuvelden) oorlogskerkhoven, het Lyssenthoek Cemetery. We steken de Vleterbeek over en zien rechts van ons een soort van hoeve opduiken ... of niet !? Jawel, het is een gerenoveerde hoeve, die omgebouwd is tot een soort van café-discotheek, Wally’s Farm genaamd. Voor ons uit zien we de volgende kerktorenspits. Ze hoort bij het dorpje Abele, een grensplaatsje, dat we nét niet zullen doorkruisen.We passeren nog enkele hopvelden en dan komt ons volgend doel in zicht : het Helleketelbos.

Even verder bereiken we het ‘Sparhof’. Het is 11u50 en onze hoop dat dit café open is, blijkt gelukkig gerechtvaardigd. Er is hier een keuze uit een zeer brede waaier van bieren, maar we laten ons niet verleiden tot het nemen van een ‘Blonde Betty’ of een ‘Sexy Lager’, maar we proberen wel een Sint Bernardus Triple en een ‘Witte van Watou’ uit. De GR leidt ons verder het bos in en voert ons via enkel paadjes naar de westrand. En zo maken we stilaan de halve cirkel rond die we rond Poperinge aan het maken zijn. We hebben al een paar maal de torens van de stad aan de einder gezien, maar de GR zelf blijft er een kilometer of 4 vandaan. Om 13u00 komen we uit op de weg van Poperinge naar Watou, die we even moeten volgen in de richting van het dorp St. Jan ter Biezen. Volgens de topogids zouden we na een 2 km al in Proven moeten aankomen, maar het blijft maar duren. En eindelijk krijgen we dan iets voor half drie tussen de hopvelden door de markante toren van Proven in zicht. Via een pad tussen enkele oude en deels vervallen huizen door komen we uit op een asfaltweg, die we rechtsaf volgen tot bij een standbeeld. Het stelt Karel de Blauwer voor, een smokkelfiguur uit het verleden van deze grensstreek. Eigenlijk heette de man Karel Velde, maar ‘blauwen’ betekent hier smokkelen in de streektaal en om die kerels te herdenken, heeft men hier dit wat gestyleerd monument neergepoot.

En dan wordt het plots nogal druk op straat. Enkele auto’s komen voorbijgestoven en plots rijdt er een klein peloton wielrenners ons voorbij ! Het blijkt dat er deze zondag juist een wielercriterium gereden wordt hier in Roesbrugge-Haringe. Op het volgende kruispunt staat een officieel uitziende man met een klein verkeersbordje in de hand het verkeer in goede banen te leiden.We hebben nog een achttal kilometers te doen en de namiddag is al gevorderd ! In de verte zien we ook al de kerktoren van ons volgende doel : Roesbrugge. Gelukkig komen we op een echte veldweg terecht en die voert ons linea recta naar het plaatsje. Ook hier vinden we de koers nog in volle gang, maar wat we ook vinden en ons meer interesseert is het café, dat we in het centrum voorbij komen, ‘De Gouden Arend’. Een indrukwekkende naam voor een eenvoudig volkscafé, waar we om 16u45 binnenkomen en ons een frisse pint aanschaffen. De bediening is gelukkig snel – ondanks de hoge leeftijd van de eigenaars – en daardoor kunnen we al om iets na vijf de deur terug dichtdoen achter ons. We zijn nog niet goed uit het café of we staan plots voor de derde stroom van ons land : de IJzer. We steken de brug over en slaan het pad in dat naast de rivier loopt. We passeren de oude Heilige Theresiakapel en al snel komen we bij een boogvormige, blauwgeverfde brug. Ze overspant een meander van de rivier, die de Dode IJzer wordt genoemd.

We volgen nu verder een prachtig wandelpad, dat ons langs de IJzer voert. Niet alleen is het hier best aangenaam wandelen, maar we kunnen er ook weer flink tegenaan gaan ! Rechts van ons stroomt de rivier langzaam met ons mee. Nadat we Beveren achter ons gelaten hebben, zien we aan de horizon een volgend merkteken verschijnen : de Broekmolen. Als we deze voorbij zijn, weten we dat het einde voor vandaag binnen bereik is. En inderdaad, even verder komt de ijzeren brug bij Stavele in zicht, ons eindpunt van vandaag. We komen bij een GR-infopaneel bij de brug aan om 17u50, ondanks ons late vertrekuur en de zeker 2 km langere route, een kwartier voor tijd ! En dan haasten we ons naar de Sint Sixtusabdij van Westvleteren. We bevinden ons hier namelijk op slechts enkele kilometers van deze befaamde Trappistenabdij. Men kan het trappistenbier alleen verkrijgen in de abdij zelf en in het “ontmoetingscentrum” ‘In de Vrede’, vlakbij de abdij gelegen. We bestuderen het gamma Westvleteren trappisten: de blonde (5,8 %), de 8 ( 8 % natuurlijk) en de 12 (10,2 % ?!). Ieder neemt een andere soort, zodat we van elk wat kunnen proeven.

 

 

 

10. Stavele - Koksijde : 18 April 2004 : 35,2km

 

Om 10u stipt staan we weer op de brug over de IJzer, waar we gisteren geëindigd zijn. Maar spijtig genoeg is het weer nu volledig omgeslaan; het is nu aan het regenen. Over asfaltwegen leidt de GR ons zigzaggend door het vlakke landschap, waaroverheen nu een grijs laken van snel voortglijdende wolken ligt. En weer zal het een tocht zijn van kerktoren naar kerktoren, van dorp naar dorp, van zuid naar noord. Een 50 minuten na ons vertrek in Stavele, zien we voor het eerst de torenspits van Gijverinkhove boven de bomen uitsteken. Het is nu 11u en de regen blijft nog steeds zachtjes, maar continu uit de hemel op ons neerdalen. We zouden in de Sint Petruskerk wel een schietgebedje naar de hemel willen sturen en vragen om een beetje zon, maar de deur is dicht en dus moeten we verder.

Op een kruispunt komen we plots voor een woning te staan met een markant uithangbord : “In de Doode Mannen Herberg”. De topogids geeft ons uitleg over dit macabere opschrift. Een ‘man’ in de oude volkstaal betekent gewoon een put of een wel, en dood is in dit geval dus ‘uitgedroogd’. We richten onze schreden richting Houtem, maar niet zonder er eerst een omweg rond te maken. Maar dan bevinden we ons toch in de bebouwde kom en tot onze verbazing komen we vlak bij de kerk om 12u45 voorbij een café dat open is. ’In de Welkom’ heeft waarschijnlijk juist de repetitie van de plaatselijke harmonie plaatsgevonden. We waren al enkele musici met instrumenten onder hun arm tegengekomen in de straten van het plaatsje, terwijl ze zich haastig naar huis begaven, en nu vinden we als we binnenkomen, nog de harde kern van de vereniging rond de toog geschaard. Het is een heerlijk gevoel om even uit de nattigheid te zitten, maar de plicht roept en na drie kwartier moeten we halfnatte kleding terug aantrekken en de buitenwereld terug instappen. En spijtig genoeg is die er niet droger op geworden.We kunnen toch niet vertrekken voor het kerkhof even bezocht te hebben. Volgens onze topogids zouden ook hier enkele oorlogsslachtoffers begraven liggen, en jawel aan de andere kant van de massieve kerk vinden we een 16-tal witte grafstenen van de ongelukkige soldaten. Vlakbij de kerk ligt ook de oude pastorij, die in de Eerste Wereldoorlog dienst deed als hoofdkwartier van het Belgische Leger.

We verlaten het kleine dorp met zijn grote geschiedenis en gaan nu richting ‘De Moeren’. Tussen de kust en Houtem bevond zich vroeger een grote lagune. Toen deze van de zee afgesloten werd ontstond er een meer van 3000 ha groot, dat in de 17e eeuw ingepolderd werd. Het duurt niet lang of we passeren het eerste van vele kanalen, de Bergenvaart. Terwijl we verder de laagvlakte instappen, geholpen door een fikse rugwind, steekt links van ons weer een van die kerktorens de lucht in. We slaan weer een hoek om bij één van die kaarsrechte straten en steken via een volgende brug, het reeds genoemde Ringslot over. En zo staan we dan tenslotte echt in de Moeren. De wind in de rug doet ons tempo nog stijgen en aan een goede 6 kilometer per uur gaan we verder over ‘De Schreve’. Na een 2 kilometers komen we om 14u40 weer bij een groepje huizen op de grens, genaamd ‘la Distillerie’. Op frans grondgebied zou hier vroeger een oude stokerij gelegen hebben.

Bij een voormalige boerderij verlaten we de grens en komen met een bocht iets na drieën vlakbij de E40 terecht. Er loopt een asfaltweg langs de verkeersweg en die moeten we nu volgen. Voordeel is wel dat we zowel door de regio Vlaanderen, als door de provincie West-Vlaanderen welkom geheten worden. En niet alleen via die grote gele platen langs de snelweg, maar ook door de plaatselijke politie. Een politiekamionet stopt bij ons en het raampje gaat open ! We maken kennis met 2 vriendelijke agenten die informeren wat we hier doen. Al snel zien ze dat we een drietal eerlijke wandelaars zijn en geen illegalen, die van deze sluipweg gebruik maken om het aardige België binnen te dringen. We komen iets verder bij een brug over de snelweg terecht; dus klimmen we op de talud en belanden op de weg naar Adinkerke. We steken tegelijkertijd de Ringslot nog eens over en laten de laagvlakte van de Moeren volledig achter ons. Vanop de brug zien we Adinkerke direct voor ons liggen, uitgestrekt onder de nog steeds grijze hemel. Na bijna een kilometer kunnen we de verkeerweg verlaten en onze stappen richten naar het Nauurreservaat Westhoek.

We komen op de N386 uit en komen bij een ingang van het natuurreservaat. Eindelijk terug het groen in. We bevinden ons hier in één van de belangrijkste reservaten van ons land. Hier bevindt zich nog het meest ongerepte duinlandschap van Vlaanderen. Maar na een beklimming in het mulle duinzand, bereiken we om 16u25 dan toch de GR-wandelboom, die het einde aangeeft (in de topogids eigenlijk het begin) van de GR 5A Zuid en het begin van onze tocht op de GR 5A Noord. We bevinden ons nog tussen de duinen, maar ze zijn hier voornamelijk begroeid door bomen. We zijn in het Calmeynbos. Na een mooi stuk bos komen we bij een brede weg uit met een tramlijn. Het is de weg van De Panne naar Adinkerke. Hier loopt het bos over in de Oosthoekduinen en komen we bij het Natuur educatief Centrum ‘De Nachtegaal’. Een deel ervan wordt begraasd door ezels, die ons een tijdlang volgen, maar tussen de struiken en de duinen raken we ze kwijt. Even later zien we aan de overkant de roodwitte streepjes verdwijnen in het groen. We bevinden ons nu in het volgend reservaat, de ‘Houtzagerduinen’, maar blijven er slechts een paar honderd meters. Ter afwisseling leidt de GR ons nog door een stuk van de ‘Noordduinen’.

We komen op een rond punt, waarop zich een monument bevindt in de vorm van een vuurtoren. Het staat er ter nageachtenis van de Belgische en Geallieerde Vliegers. We slaan rechtsaf en komen langs de Zuid- Abdijmolen. We bevinden ons nu in de onmiddellijke omgeving van de beroemde Duinenabdij. Weer moeten we de roodwitte streepjes zoeken, en we zigzaggen verder door het zand en de struiken tot we uiteindelijk om 17u45 uitkomen op de weg van Koksijde naar Koksijde-bad bij de Hoge Blekker. Nu rest er ons dus nog onze natte kledij te wisselen voor droge, onze wandelschoenen uit te doen en iets verder een caféetje te vinden om op de goede afloop van onze driedaagse te toasten.

 

 

 

 

11. Koksijde - Oostende : 12 Juli 2003 : 33km

 

De zon laat zich al goed gelden in een heldere hemel, en onze wandeling begint dus onder een goed gesternte. En dan zijn we om 9u40 eindelijk vertrokken. Ik wil de klim naar de top van de Hoge Blekker, met zijn 33 m de hoogste duin van België, niet mislopen. Rondom ons hebben we een weids panorama op een grote duinenmassa. Hier en daar kunnen we een klein stukje blauwe zee ontdekken tussen het beton. Na nog wat duinen komen we bij een huis uit en daar zien we plots een enorme bel aan een staketsel hangen. En dat is nog niet het eigenaardige aan het geheel; als klepel hangt er een levensgrote, vergulden kerel ! Het geheel is een kunstwerk , dat hier neergepoot is in het kader van de „Triënnale voor hedendaagse kunst aan Zee“. Het project heet Beaufort 2003 en betekent dat verschillende kunstwerken (van allerhande aard) permanent tentoon gesteld worden in de verschillende kustgemeenten. We komen uit bij de ingang van het natuurreservaat de „Doornpanne“.

We gaan duin op en duin af en nu en dan hebben we een mooi zicht op de omgeving. Na 20 minuten zijn we het natuurreservaat door en bereiken de Doornpannestraat. We worden nu doorheen de recent aangebouwde buitenwijken op de grens van Koksijde en Oostduinkerke geleid. Het duurt niet lang voor we het duinengebiedje doorgetrokken zijn en alweer op asfalt belanden. Even heb ik de hoop dat we door een van de weinige bossen in de omtrek zullen trekken, maar we laten het Hannecartbos rechts liggen. Het Ter Yde natuurreservaat is al lang gekend omwille van zijn vele, bijzondere planten, zoals enkele soorten orchideen. Een slingerend pad brengt ons van duin naar duin en na elke klim kunnen we weer genieten van een nieuw uitzicht. Na ons terug door een poort geworsteld te hebben, wacht ons nu een fikse klim door het wegschuivende zand. Bovenop de berg hebben we nog een mooi zicht op het hele reservaat, en dan staan we weer op een verharde weg.

Bij het volgende kruispunt slaan we linksaf de Noordzeedreef in en beginnen de laatste afdaling in rechte lijn naar de ... Noordzee. We bereiken het strand ter hoogte van Groenendijk-bad, een gehucht van Nieuwpoort. De streepjes wijzen ons de richting aan van de dijk, maar we kunnen niet aan de verleiding weerstaan om toch maar het zand op te gaan en de laatste kilometers naar Nieuwpoort-Bad naast de zee af te leggen. Dicht bij de promenade vinden we dan een volgend kunstwerk op onze weg van ‚Beaufort 2003’. Het is het wat meer bekende werk van Jan Fabre, die zichzelf heeft uitgebeeld, gezeten op een waterschildpad. Nieuwpoort-Bad is de kustplaats, waar de IJzer, de derde van onze drie grote nationale rivieren, in de Noordzee uitmondt. Het is ondertussen al dik 13u30 en we hebben nog een flinke weg voor de boeg. En hier op de mooie nieuwe houten wandelweg langs het water gaat dat wel. We komen langs de Nieuwpoortse jachthaven en via het Kattesas bij de Vismijn terecht.

Uiteindelijk bereiken we aan het einde van de kade de Kustweg, die ons even verder om 13u50 bij het Albert I monument brengt. Een indrukwekkende zuilengalerij omringt het ruiterstandbeeld van onze oorlogskoning. Achter het bouwwerk, bemerken we de plaats waar verschillende waterlopen (onder andere de Plassendalevaart, de Nieuwendammekreek, de IJzer zelf, de Aflossingsvaart van Veurne-Ambacht, het kanaal Nieuwpoort-Duinkerken of Veurnevaart uit het binnenland tesamen komen. Hier bevinden zich een zestal sluizen, die het waterpeil van het achterland onder controle houden. Op 28 oktober 1914 werden door de medewerking van sluiswachter Hendrik Geeraert de sluizen geopend, zodat de hele IJzervlakte tot Diksmuide onder water kwam te staan en zo de Duitse opmars hier voor 4 jaren tot staan gebracht werd. Wij volgen verder de Plassendalevaart en passeren de weg waarlangs de vroegere GR5A richting Middelkerke liep. Na een dik halfuur wordt het wel wat eentonig, maar dan komt ons volgende doel in zicht. In de verte zien we een bouwsel over het kanaal, de Rattevalle brug. Gelukkig vinden we bij de brug ook nog een herberg, toepasselijk ‘café de Rattevallebrug’ genoemd. Het is al bijna 15u, dus blijven we maar één pint lang zitten.

We laten het kanaal achter ons liggen en trekken naar het gehucht Lovie. Terwijl we in de verte de betonnen muur van appartementen al kunnen onderscheiden, die evenwijdig aan de kust loopt, doet de GR ons doorheen het vlakke land meanderen. Terwijl de oude GR vroeger achter de duinen doorliep, via enkele campings, laten de GR-streepjes ons nu doorlopen tot op de zeedijk en zo komen we plots van relatieve rust in een drukte van belang. Na een klein half uur zeedijkwandelen, waarbij het in het oog springende Casino stilaan dichterbij komt, bereiken we tenslotte het centrum van Middelkerke. Tijd om een ijsje te nuttigen ! Er is hier een soortement van stripfestival bezig. In een flink tempo gaat het verder noordoostwaarts langs de kustweg richting Mariakerke. En dan wordt het een wat eentonige bezigheid. Links van ons het water en het nu vrij lege, brede strand en rechts van ons de sporen van de kusttram, de kustweg en daarnaast de duinen. Na een tijdje zien we aan onze linkerkant enkele bunkers, waar nog enkele kanonslopen naar buiten steken. Een deel van de bunkers en kazematten zijn hersteld en kunnen ook bezocht worden.

Iets voor 18u zijn we dan ter hoogte van de eerste huizen van Mariakerke gekomen, de voorstad van Oostende. We verlaten even de kustweg en gaan op zoek naar het kerkje O.-L.-Vrouw ter Duinen. Een 200 m van de kust af, vinden we het bescheiden gebedshuisje terug. Het is nu een beschermd monument uit de 14e eeuw en op het kerkhofje ligt één van de bekendste Vlaamse schilders ooit. In 1949 werd James Ensor begraven naast het kerkje. Het duurt even voor we hem gevonden hebben, want wie een groot monument verwacht, komt hier bedrogen uit. Het blijkt een vrij sober graf te zijn. In Oostende passeren we het strandplein en na een anderhalve kilometer zeedijk arriveren we bij de kolommen van het bekende Thermae Palace. En dan volgt een minder interessant deel van onze dagtocht. We moeten op één of andere manier door het centrum van Oostende gaan. Gelukkig vinden we hier en daar nog wat roodwitte streepjes, die ons via de kaarsrechte Koninginnelaan door de badstad leiden. Na wat zoeken vinden we om 18u40 de GR terug bij de ingang van het Maria Hendrika park. De GR-streepjes wijzen verder in zuidoostelijke richting en op het minuscule topogids kaartje zien we toch dat we hier de GR 5A kunnen laten voor wat ze is.