GR20 : Corsica Noord

1. Calenzana – Ortu di u Piobbu : 3 Juli 2010

 

Reeds vanaf 05u00 bij zonsopgang zijn we ons bewust van heel wat beweging op de camping. Slapen hoort er dan niet meer bij en mede doordat we er ook naar uitkijken om aan de GR te beginnen, staan we ook op en pakken ons boeltje bijeen. We trekken naar de keuken en zetten wat koffie en maken onze rugzakken in orde en gaan (bijna als laatsten) om 7u10 op weg. In Calenzana verliezen we nog heel wat tijd tijdens onze zoektocht naar een bakker. We willen absoluut enkele baguettes meenemen voor het geval dat we in de refuge vanavond geen maaltijd zullen krijgen. Uiteindelijk vinden we in een zijstraatje toch een plaatselijke ‘boulanger’ en om 7u45 beginnen we ter hoogte van de oratoire St. Antonius van Padua aan onze GR 20.

Het begint met een rustige, gestage klim met mooie terugblikken op de dorpen Calenzana en Moncale. Na een goed uur komen we aan op de eerste bocca (pas) van de GR 20, de Bocca Ravalente. Hier houden we even halt om wat te drinken en te genieten van een laatste blik op Calenzana. Enkele groepjes wandelaars doen hetzelfde ; zo ook een trio Fransen, 2 vrouwen en een man die we de volgende dagen nog regelmatig zullen tegenkomen, misschien omdat ze ook niet van de vroegsten zijn om’s morgens te starten, zoals wij. Dan volgt een golvend traject naar onze volgende rustplaats bij Arghioa, een glooiende grasvlakte met een mooi zicht op de Figarella vallei en over de Bocca Ravalente naar Calvi en de zee. Tussen dennebomen en heide door begint het pad dan steiler te worden. Hier en daar begint het te zigzaggen en nu en dan komen we keien tegen op het pad. Na elke 100 m stijgen stoppen we even om op adem te komen en dan gaat het weer gestaag verder. We hebben enkele ‘close encounters’ met loslopend vee, die schijnbaar minder moeite hebben met het stijgingspercentage van het pad dan wij.

We halen wandelaars in en worden ingehaald tot we tenslotte om 12u20 op de Bocca a u Saltu aankomen. Hier hebben meerdere wandelaars een pauze genomen en ook wij zoeken wat verder in de schaduw van enkele dennen een rustplaats op. We voelen ons al hele flinke bergbeklimmers, nadat we deze eerste hindernis op de GR 20 hebben overwonnen, maar zoals bij vele amateurs wacht ons wat verder een verrassing. Nadat we weer vertrokken zijn, wordt het pad stilaan rotsiger en steiler en even later staan we voor onze eerste echte klauterpartij. We zien de roodwitte streepjes plots de bergwand opklimmen en beseffen dat we het vanaf nu regelmatig zonder wandelweg moeten doen. Over vrij steile rotsplaten en rotsbokken klauteren we nu de bergwand op. Hier en daar zijn kettingen bevestigd aan de rotsen om de (bij regen) moeilijkste passages te helpen overbruggen. Als we terugblikken strekt het landschap zich ver onder ons uit tot aan de blauwe zee in de verte

Op de Bocca à u Bazzichellu (1486 m) aangekomen, nodigt een grote alleenstaande conifeer ons uit om in zijn schaduw even op adem te komen. Na een kwartier rustpauze, beginnen we om 14u25 aan de laatste klim tot op de Crête di Fuccu (1600 m), vanwaar we iets later in de verte ons einddoel van vandaag zien liggen. Op de flank van de Monte Corona, zien we de refuge de l’ Ortu di u Piobbu. Het lijkt nog veraf en tussen ons standpunt en de refuge lijkt er nog een flinke kloof te liggen. Maar dat blijkt optisch bedrog. Het pad gaat vanaf nu licht golvend omlaag en de Ruisseau de Melaghia blijkt geen grote hinderpaal. Om 15u40 leggen we de laatste meters af tot aan de refuge en het blijkt dat we bij het aanmelden zonder problemen 2 avondmalen kunnen reserveren. Om dit te vieren voorzien we ons onmiddellijk van 2 Pietra’s en gaan op zoek naar een kampeerplekje op de grote licht aflopende helling voor de hut. Er staat al heel wat volk, maar we vinden snel een lege plek om onze tent neer te poten.De warme maaltijd bestaat uit linzen, tomaat en worst en als dessert een droge Corsicaanse cake met noten. Na een klein uur staan we terug buiten en kunnen voor onze tent de zon voor ons in het westen zien neerdalen achter de volgende bergkam

 

 

 

2. Ortu di u Piobbu - Carrozzu : 4 Juli 2010

 

Zoals gewoonlijk op de GR 20 zijn niet alleen wij, maar ook het grootste deel van de wandelaars al om 05u ‘s morgens wakker. Niet dat we als eersten willen op pad zijn, maar 8 uren slapen is ook voor ons meer dan voldoende. Terwijl de zon boven de bergkam achter de refuge uitkomt, pakken we onze tent en spullen.

Na een rustige afdaling tussen de bomen naar de Mandriaccia vallei, beginnen we aan de klim naar de volgende bocca. Eerst over en langs rotsblokken en later over een wat beter begaanbaar pad doen we haasje over met een andere groep wandelaars, die later Belgen blijken te zijn uit de buurt van Doornik en Bergen. Hogerop in de vallei komen we terug vanuit de schaduw in het zonlicht en bereiken iets voor 10u de Bocca Pisciagjha op 1950 m hoogte. Vanop de smalle bocca krijgen we voor het eerst vandaag zicht op de indrukwekkende vallei van de Ladroncellu beek, die zich meer dan 500 m onder ons bevindt. Terwijl we even een rustpauze houden en wat eten, kunnen we de imposante bergen rondom ons bewonderen en een eerste blik werpen op de top van de Monte Cintu (met 2706m de hoogste berg van Corsica) in het zuiden en tegelijk nog Calvi zien liggen op zijn schiereiland ten noorden van ons. Het klimmen is echter nog niet gedaan ! Eerst moeten we nog even tussen de rotsen door tot boven de 2000 m uitkomen op de Capu Ladroncellu. Hier krijgen we stilaan een beter zicht op de vallei van de Ladroncellu en op het verder verloop van de GR 20. Wat op de kaart lijkt op een vrij vlak parcours langs de bovenkant van de vallei, draait uit op een continu dalen en klimmen over een smal slingerend pad tussen rotsblokken en langs min of meer steile afgronden.

Onderweg komen we regelmatig groepjes wandelaars tegen, die op strategische plaatsen aan het uitrusten zijn. Niet zonder kleerscheuren (in dit geval geschaafde schenen) bereiken we vrij vermoeid de Bocca Avartoli, waar we ook even een halte nemen. We zetten ons even neer aan de oostkant van de Col op een rotsplaat en genieten in de zon van het uitzicht. Er volgt een iets moeilijkere passage langs de grote, donkere noordwest flank van de Punta Ghialla, waarna we een vrij steile afdaling krijgen naar de Bocca Innominata (1912 m) of Col zonder Naam. We gunnen ons weerom een korte rustpauze, maar om 14u doen we weer onze rugzakken aan om aan de 600 m lange afdaling naar de refuge te beginnen. En het gaat al snel steil naar beneden. Het losse gesteente op het pad en de stijgende temperatuur maken het ons niet gemakkelijk. Stilaan komen we terug onder de boomgrens en we zoeken regelmatig de schaduw op van de eerst nog spaarzame dennen om onze trillende beenspieren wat rust te gunnen.

Na een uur kunnen we in de diepte de eerste glimp van de refuge ontwaren, maar het duurt dan nog een uur – tijdens dewelke we op het einde nog even onze weg verliezen – voor we bij de refuge de Carrozzu toekomen. Er staan al heel wat tenten opgesteld in de buurt en we moeten dan ook even zoeken, maar vinden tussen de bomen een heerlijk schaduwrijke plek om onze tent op te zetten. Het is pas 16u en daar het avondeten pas om 19u30 zal opgediend worden (we zitten bij de 2e groep eters), hebben we ruim de tijd om eerst te genieten van een Pietra (het wordt een gewoonte) voor we in de wachtrij gaan staan voor de douches. Als we na onze was gedaan te hebben op het terras van de refuge wachten op onze beurt om te eten, komt het ouder frans koppel dat we gisteren al gezien hebben toe. We hebben ze deze morgen om 7.00u zien vertrekken en nu is het 19u; ze zijn 12 uren onderweg geweest en zien er erg afgepeigerd uit ! Ze krijgen een applaus van de aanwezigen, maar het is de laatste keer dat we ze zien. Na vandaag komen we ze niet meer tegen. Het avondmaal is een meevaller : een heerlijke soep en daarna penne met beetje tomatensaus en als dessert (weer) een droog gebak (met kastanjebloem). Vanop het terras zien we nog een prachtige zonsondergang. Een mooi einde van een geslaagde wandeldag.

 

 

 

3. Carrozzu - Haut Ascu : 5 Juli 2010

 

Weerom wordt om 5u00 ’s morgens onze nacht(?)rust verstoord door de eerste wandelaars die zich aan het klaarmaken zijn voor de volgende etappe. Gelukkig staat onze tent tussen de struiken wat afzijdig van de meerderheid der kampeerders, maar het lawaai, doet ons toch uit onze slaapzakken kruipen en op automatische piloot werken we onze ochtendrituelen af :slaapgerief oprollen, tent inpakken, kattewas en ontbijt. Om iets na 7u00 zijn we op weg, weerom als (bijna) laatsten.

Na een korte, maar vrij steile (kettingen helpen ons op het laatste stuk) afdaling, komen we bij één van de bekendste items van de GR 20, de hangbrug over de Spasimata vallei. Het ziet er wat wiebelig uit, maar het geheel is toch soliede genoeg om zonder problemen veilig aan de overkant te geraken. En dan gaat het omhoog de Spasimata vallei in. Die bevindt zich nog volledig in de schaduw en dat is best aangenaam tijdens de klim. Uiteindelijk moeten we hier 780 m omhoog naar de Bocca di a Muvrella (2000 m) , na een halte bij het Lac met dezelfde naam op 140 m voor de col. Via grote, platte granietplaten gaat het rustig naar omhoog. Hier en daar zorgen kettingen ervoor dat we wat houvast hebben. Als via een reuzentrap beklimmen we rotsplaat na rotsplaat en genieten ondertussen van de mooie omgeving : een watervalletje links, een mooie oranjelelie rechts. De vallei wordt even erg smal, maar verbreedt dan en uiteindelijk komen we om 10u15 uit bij het Lac de Muvrella op een klein rotsplateau. Meerdere wandelaars nemen hier in de zon een rustpauze en men kan hier in de verte nog een laatste keer de noordkust met Calvi zien.

Na een kwartiertje trekken we weer verder, samen met andere wandelaars met dagrugzakjes en gymschoenen. Onderweg komen we nog wat sneeuw tegen. Langzaam maar zeker naderen we zigzagsgewijs de Bocca met zijn kenmerkende indianenhoofd-rotsformatie ernaast. De pas zelf is slechts een metertje breed en het is er erg druk. Op elk vlak plaatsje (en er zijn er niet veel), zit wel een wandelaar uit te rusten. Wij besluiten na een korte rust onze picknick wat verderop te nuttigen, op de volgende Bocca. Die kunnen we al zien van hier uit. Volgens de topogids is hij slechts 10 m hoger dan ons standpunt nu, maar de GR 20 zou zichzelf niet zijn, als we eerst nog even de andere kant op gaan en nog eens een 100tal meters naar beneden moeten klauteren, om die dan wat verderop terug omhoog te moeten wandelen. Het is er echter wel fantastisch mooi; het zicht op de vallei van de Maghine onder ons is adembenemend en als we om 12u op de Bocca di Stagnu arriveren ontrolt zich voor onze ogen een prachtig landschap. Onder ons 600 m lager in de vallei kunnen we nog net Ascu Stagnu zien liggen en daarachter bevinden zich de hoogste topen van Corsica met de Monte Cintu als koning nog in de sneeuw. Rechts van ons kunnen we ook de Bocca Tumaginescu of Col Perdu onderscheiden, waar we morgen aan de afdaling in de Cirque de la Solitude kunnen beginnen. We zetten ons wat verder weg van het pad in de schaduw neer om te picknicken en krijgen van 2 Corsicanen, die hetzelfde idee hebben als wij nog wat brood en worst, heerlijk !

We rusten daarna nog even uit en beginnen tenslotte om 12u45 aan de afdaling naar Ascu Stagnu. En die is niet te onderschatten ! Het gaat erg steil bergaf en af en toe zijn er grote hoogteverschillen. De knieën zien af, maar als ik even probeer door met wandelstokken te gaan ze te ontlasten, maak ik een mega-tuimeling. Gelukkig is er geen averij of erger. De gebouwen van Ascu Stagnu lijken maar niet dichterbij te komen, maar als we iets na 14u00 de boomgrens bereiken, beseffen we toch dat het einde nabij is. We kunnen wat meer genieten van het uitzicht, als het pad wat vlakker wordt en komen om 15u00 bij de paar gebouwen, die Ascu Sagnu vormen : een gîte, een hotelletje en wat vakantie-chalets. We zakken af naar het hotel om een frisse pint te nuttigen. Terwijl we even naar de Ronde van Frankrijk kijken in de bar, reserveren we een avondmaal in het restaurant. Om 19u30 gaan we in het restaurant van het hotel eten. Ik neem het uitgebreide menu van groene soep, frieten met biefstuk en fruit met chocola en kaas achteraf. Voor we gaan slapen hangen we onze natte was nog in de gîte te drogen (ze blijkt ’s morgens nog nat te zijn !) en kruipen om 21u in onze slaapzakken, benieuwd naar wat de volgende dag ons zal brengen in de beruchte Cirque de la Solitude !

 

 

4. Haut Ascu - Tighjettu : 6 Juli 2010

 

Er heerst een drukke bedrijvigheid als tijdens ons ontbijt de ene na de andere groep wandelaars vertrekt en we zijn weer bij de laatste als we om 07u00 even naar het begin van de GR 20 moeten zoeken. Maar na een half uurtje gaat het weer langzaam maar zeker omhoog de bergen in. Eerst nog rustigaan doorheen een mooi naaldbos en wat later doorheen een mooie vallei. Het doet me hier wat denken aan de Oostenrijkse Alpen. De boomgrens laten we achter ons en een 2 uren na de start komen we in een meer rotsig gebied, met af en toe een sneeuwplek, waar we doorheen moeten laveren. Om 9u35 bereiken we een ondiepe plas water, dat het Lac d’ Altore genoemd wordt. We houden hier een korte halte na de 500 m die we al geklommen hebben.

Voor en achter ons zien we min of meer grote groepjes wandelaars vooruitgang maken naar de befaamde poort van de Cirque de la Solitude (of e Cascettoni), de Bocca Tumaginescu of Col Perdu. Maar door de roodwitte streepjes te volgen, komen we al klauterend reeds om iets na 10 uur op de Bocca terecht. Een eerste blik aan de overzijde van de bocca doet ons toch wat zuchten. Verschillende wandelaars staan hier en taxeren de steiltegraad van het komende stuk. Tegen het grijs van de rotsen voor ons zien we verschillende steeds kleiner wordende figuurtjes naar beneden klauteren. Misschien goed dat we niet tot helemaal beneden kunnen zien, want de 200 m die we moeten afdalen, zien er indrukwekkend uit ook doordat de vallei nog veel dieper is dan we moeten dalen. We besluiten eerst nog een hapje te eten en te zien hoe de anderen aan de afdaling beginnen. Na een half uurtje besluiten we eraan te beginnen. Kettingen hangen daar waar wat hulp nodig is en dat is dus op vele plaatsen. Het is eerst wat zoeken naar een goede techniek , namelijk het gezicht naar de rotswand en vooral op de benen steunen en niet de armen het gewicht laten dragen. Met het extra gewicht van de rugzak erbij, wordt dat anders bijna niet te doen ! Stilaan komen we achter de rotspijler van de Punta Rossa uit en zien nu de Cirque in zijn volle glorie voor … euh … onder ons. Stap voor stap zoeken we steunpunten voor onze voeten en laten ons afzakken in de diepte. De Cirque ligt nog helemaal in de schaduw en dat maakt het allemaal nog wat indrukwekkender. Snelle afdalers halen ons in en wij moeten soms ook wat afwijken van de juiste route om trage groepjes voorbij te steken. Hier en daar worden sommige wandelaars, die duidelijk schrik hebben en zich aan een erg traag tempo voortbewegen, bijgestaan door hun kameraden. Tenslotte wordt het dan toch wat minder steil en bereiken we na nog enkele sneeuwvelden overgestoken te hebben, het onderste deel van de Cirque. Het is 11u50 en we rusten wat uit en maken van de gelegenheid gebruik om eens te kijken naar wat ons te wachten staat.

Minder steil wordt het precies niet, maar klimmen is een heel andere actie dan dalen, vermoeiender wel, maar toch minder afschrikwekkend ; je moet niet steeds maar weer in de diepte onder je voeten te kijken ! De klim begint met een metalen laddertje met 8 sporten en dan wordt onmiddellijk de eerste ketting ter hand genomen om ons over de eerste rotsplaten te helpen. Zoals gezegd, bergop is vermoeiender, maar na 3 dagen GR 20 zijn onze beenspieren al gewend aan wat hoogtemeters en het is vooral het zoeken naar de roodwitte streepjes wat ons voorlopig bezig houdt. Flink wat kettingen brengen ons hogerop richting Bocca Minuta en na enkele honderden meters kunnen we zelfs nu en dan rechtop lopen, zonder ons ergens aan vast te houden. We geraken in gesprek met een lid van een Zuidfranse groep en voor we het beseffen komen we om 13u30 boven op de Bocca Minuta (2218 m). Ook de zon heeft ons ondertussen bereikt en we zetten ons neer op de col met een mooi zicht op de vallei van de Stranciacone, waar we besluiten onze picknick te nuttigen. En we zijn hier niet de enigen : er is een troep kraaien, die waarschijnlijk wachten op wat wij achterlaten. Het beruchtste stuk van de GR 20 hebben we net achter ons gelaten en dat geeft een extra boost aan ons zelfvertrouwen, maar ik word wat ongerust als ik naar de schoenen van mijn dochter kijk. De zool van de rechterschoen is duidelijk aan het loskomen en het exemplaar van de andere ziet er ook uit alsof die het elk moment kan begeven. Dat ziet er niet goed uit zo midden op de GR 20. Ik bedoel … ik denk niet dat we hier om de hoek een goede outdoor winkel zullen tegenkomen en we zitten nog mijlenver van een goede uitvalweg naar de beschaving. De Col de Vergio is nog een hele dag wandelen ver ! We zullen zien.

Om 14 u vatten we de afdaling naar de refuge de Tighjettu aan. Wat er uit ziet als een gemakkelijk einde van de dagwandeling, wordt nog vrij moeilijk. Over grote rotsplaten moeten we nog 530 m naar beneden en de vermoeidheid doet zich toch stilaan gelden. Nu en dan verliezen we ons evenwicht op de vele rotsen en dat reulteert af en toe toch in een valpartij. Onze onderbenen zien er toch al uit alsof ze door een gehaktmolen zijn gehaald, zoveel blauwe plekken en schrammen zijn er op te bewonderen. We zijn dan ook meer dan tevreden als we om 15u30 de refuge bereiken. We melden ons aan en bevoorraden ons onmiddellijk met 2 Pietra’s. ‘s Avonds zet de huttenwaard ons een heerlijke spaghetti met ‘Sauce Tighjettu’ voor (2 x nemen) en erna krijgen we er een gratis slaapmutsje bij. We weten ons net voor het donker nog tot bij onze tent te slepen en kruipen om 21u00 in onze slaapzakken.

 

 

5. Tighjettu - Calasima : 7 Juli 2010

 

Ook deze morgen zijn we er weer vroeg bij. Om 5u30 verlaten we onze tent en begeven ons naar de refuge om daar in de eetzaal onze koffie en choco op te warmen en te ontbijten. Iets na 7u00 zijn we gepakt en gezakt op weg naar de Bergerie de Ballone. Maar spijtig genoeg wordt al snel duidelijk dat we met een groot probleem zitten :mijn dochter’s schoenen beginnen nu echt uit elkaar te vallen ! De zolen van BEIDE (!!) schoenen komen los en dat maakt de afdaling tussen en over de vele rotsen en de oversteken over de beekjes niet ongevaarlijk. Ik gebruik mijn meegebrachte Duck Tape om de zolen terug o p hun plaats te houden, maar we weten dat dit maar een oplossing van korte duur zal zijn.Bij Ballone aangekomen, beseffen we dan ook dat we hier tot onze grote spijt, verplicht zijn om de GR te verlaten. De volgende mogelijkheid daartoe biedt zich pas vanavond op de Col de Verghio en we weten niet of haar schoeisel het weltot daar zal volhouden ?! En ook moesten we tot daar geraken, dan moeten we nog de GR20 verlaten en de beschaving opzoeken. Dus met pijn in het hart laten we de roodwitte richtingwijzers achter ons en volgen nu oranje streepjes bergafwaarts doorheen de vallei van de Viru.

Na een mooie boswandeling belanden we wat verder op een verharde weg en dan is het nog 5 km wandelen tot we om 10u20 in Calasima aankomen, ‘le plus haut village de Corse’. We zoeken wat schaduw op in de smalle steegjes van het verlaten dorp. Er beweegt hier niets, buiten enkele honden en katten. Er zijn geen winkels of café’s of zelfs – zoals we even later merken - openbaar vervoer. Dat wordt dus nog minstens 7 km verder wandelen over zinderend asfalt tot we de beschaving bereiken. Ons doel is het dorp Calacuccia aan de D84, een grote verkeersweg dwars door het eiland. Daar kunnen we de bus nemen naar een grotere stad. Eerst besluiten we om het blikje vis, dat we in Tighjettu gekocht hebben te verorberen. En dan laat het geluk ons deze keer niet in de steek. In het steegje, waar we in een portiek aan het picknicken zijn, is er iemand aan het schilderen in zijn huis. Hij komt even buiten om een sigaretje te roken en we raken aan de praat. Nadat we hem onze avonturen verteld hebben, blijkt dat hij niet hier woont, maar in Calacuccia en dat hij over een half uur naar dat dorp moet terugrijden. Hij biedt ons een lift aan en die buitenkans laten we natuurlijk niet aan ons voorbij gaan !

Om 12u zijn we dan ook al in Calacuccia, waar we ons onmiddellijk informeren over de bus naar Porto morgen (om 09u) en langs een winkeltje gaan om wat vers fruit te kopen. Bij de info touristique kunnen ze ons geen gîtes aanwijzen, maar wel een camping en wat hotels. Onderweg naar de camping komen we voorbij het hotel l’Acqua Viva en omdat het erg warm is en we een hele namiddag in een warme tent op een camping niet zien zitten, nemen we er een kamer voor 1 nacht. Al onze stinkende kledij vliegt het bad in en nadat die wat gewassen is en op het terras aan het drogen is, is het hoog tijd om zelf uitgebreid een bad te nemen. Heerlijk!! ’s Namiddags rusten we nog wat uit en dan trekken we weer naar het dorp, waar we een restaurantje uitzoeken om te eten. Naadloos daarop volgt een heerlijke nachtrust in een super comfortabel bed !