GR20 : Corsica Centraal

 

 

6. Calasima - Col de Vergio : 17 Juni 2011

 

We worden afgezet in Calasima, in het centrum van Corsica, zodat ik de GR 20 terug kan oppikken, waar ik hem vorig jaar verlaten heb. Om 10u30 starten we dan gepakt en gezakt met onze wandeling bergop naar de GR 20. Vandaag moeten we niet helemaal terug naar de Bergerie De Ballone stappen om de witrode streepjes van de Gr terug te vinden. Onderweg kunnen we de verharde weg verlaten en via de vallei van de kleine Ruisseau de Foggiale bijna linea recta omhoog klimmen naar de Bocca de Foggiale. Dat wordt een stevige klim van bijna 800 m de hoogte in, maar we zullen wel wat tijd winnen.

Na een dikke kilometer laten we de verharde weg achter ons en richten onze stappen naar de prachtige kegelvorm van de Paglia Orba en het valleitje ernaast. Het niet-bewegwijzerde pad is niet onderhouden en vooreerst moeten we doorheen soms ondoordringbaar struikgewas onze weg zoeken. Dan merken we dat we aan de verkeerde kant van de beek zitten, die we wat verder gelukkig zonder problemen kunnen oversteken. Uiteindelijk vinden we toch een spoor dat op een pad lijkt en dan gaat het gemakkelijker. We passeren zelfs nog een mooi watervalletje en om 11u55 vinden we de GR20 terug bij een omgevallen boom. Rustige klimmetjes, wisselen af met pittiger klauterpartijen en regelmatig komen we andere wandelaars tegen zowel in onze als de tegenovergestelde richting.

Tijdens een korte rustpauze genieten we van het prachtige uitzicht naar de Cinque Frati en verderop het Meer van Calacuccia. Tenslotte bereiken we om 13u45 de Bocca Focciale (1962 m) na 3 uren klimmen. Na een korte picknick dalen we af naar de dichtbijgelegen refuge Ciotullu a i Mori, waar we genieten van een koude Corsicacola. Het uitzicht over de Golu vallei is magnifiek. De hut is dan ook prachtig gelegen in de schaduw van de Paglia Orba en de Capu Tafunatu, waarvan we het bekende ‘gat’ dwars door de berg al gezien hebben. Nadat we terug vertrokken zijn, leidt het pad ons via een grote bocht naar de bodem van de Golu vallei. Maar niet nadat we eerst nog een blik hebben kunnen werpen op de Golf van Porto aan de westkust met Capu Rossu in de verte. Na een lange afdaling komen we bij de Golu uit en volgen die verder bergafwaarts. De Golu verbreedt zich hier en daar tot ondiepe plassen en natuurlijk kan ik niet weerstaan aan de drang om even een duik te nemen in het frisse water

We moeten enkele malen de beek oversteken en belanden wat later onder de boomgrens. De bomen zijn flink uit de kluiten gewassen, knoestige coniferen. Voorbij de Bergerie d’ E Radule, die er eigenlijk uitziet als een op een hoop gestapelde stenen, kunnen we in de diepte terug het stuwmeer van Calacuccia zien. Het laatste uur wandelen we over een aangenaam pad tussen veel adelaarsvarens en een occasionele groep varkens, tot we om 18u30 aan de verkeersweg komen. We wandelen verder naar de kampeerplaats en na een douche, genieten we in het restaurant van een heerlijke maaltijd (oa. steak en gebakken patatjes en als nagerecht appelgebak met slagroom) met een flesje wijn. Als we buitenkomen om 21u30 is het dan al donker en er zit niets anders op dan ons naar onze tenten te begeven en van en verdiende nachtrust te genieten.

 

 

7. Col de Vergio - Manganu : 18 Juni 2011

 

’s Morgens om 5u45 staan we op onder een wolkenloze, zonnige hemel. De vooruitzichten zijn goed ! De tenten worden ingepakt en we ontbijten op de banken naast de kampeerplaats in de ochtendzon. Het eerste uur krijgen we een aangename boswandeling voorgeschoteld met mooie zichten doorheen de bomen richting Calacuccia, tot we op het laatste een korte, maar stevige klim moeten doen naar de Col de St. Pierre. Hier bevinden we ons terug op de waterscheiding van het eiland, bij een kleine kapel ter ere van San Petru, natuurlijk. Er staat hier een stevige wind en dat is ook te zien aan de enkele coniferen, die hier op de kam staan en waarvan de kruinen erg scheef gegroeid zijn door de overheersende westenwinden. 

Naar het noorden toe krijgen we een mooi zicht aan de overkant van de Vergio Pas op de Paglia Orba en de vallei van de Golu, waar we gisteren nog door gewandeld hebben. Ook het hotel op de pas, waar we deze morgen vetrokken zijn, duikt nu en dan op tussen de bomen. Vanop de Serra San Tomaghiu kunnen we de westkust zien, terwijl we geleidelijk verder klimmen naar de Bocca a Reta waar we iets voor half elf aankomen. Er lopen hier nog meer wandelaars rond en we horen alle talen van Europa. Wat verderop komen we dan bij een van de bekende zichten van de GR20 , het Lac de Ninu. Na een korte afdaling staan we aan de oever van het meer tussen de vele paarden die hier op de vlakte rondlopen.

Even verderop vinden we op enkele platte rotsen een mooie plek om te picknicken. We zien vele wandelaars voorbij komen in beide richtingen (het is zaterdag en er zijn ook veel dagjwandelaars) en hebben een leuk gesprek met een meisje uit Jabbeke, die de uit Calenzana vetrokken is en via Manganu naar Corte wil trekken. We pakken onze spullen weer bijeen en trekken verder doorheen de vallei van de Tavignanu (die hier zijn oorsprong vindt) met in de verte een mooi zicht op het Rotondo massief. Na een uur komen we voorbij de Bergerie de Vaccaghja en kunnen er niet aan weerstaan om enkele Pietra’s te bestellen. Vanop het terras kunnen we aan de overkant van de Pianu di Campotile net de refuge van Manganu onderscheiden.

Na een half uurtje zijn we weer op weg en kunnen eindelijk eens wandelen zonder steeds op te letten waar we onze voeten neerzetten. Zo merken we ook de mooie, rode wouw (milan royal) op, die hier boven onze hoofden rondcirkelt. Om 14u wandelen we over het bruggetje dat de GR20 verbindt met de refuge de Manganu. We melden ons aan en zetten onze tenten op, nadat we enkele koeien weggejaagd hebben. We hebben enkele uren de tijd om onze kleding en onszelf te wassen en nog een kastanjebiertje te drinken op het terras. De hele namiddag komen er wandelaars en tentjes bij. Tijdens het avondeten (penne met rode saus en fruit als nagerecht) is het nog warm genoeg op het terras om daar te eten en nog wat te babbelen met een Duits koppel uit Allgau, dat net een dubbele etappe gedaan heeft vanuit het zuiden. Maar als de zon verdwijnt, wordt het snel koud en we keren dan ook al snel terug naar onze tenten. Misschien maar best ook, want morgen wacht ons al onmiddellijk een fikse klim naar het hoogste punt op de GR20.

 

 

8. Manganu - Petra Piana : 19 Juni 2011

 

Als we om 5u30 opstaan, is het al licht, en kunnen we alles inpakken onder een heldere hemel maar de refuge ligt nog in de schaduw en het is erg koud ! Al vele wandelaars zijn vertrokken en hoewel de café au lait bij het ontbijt ons wat opwarmt, vertrekken we toch zo snel mogelijk. Het is onmiddellijk flink klimmen en dat doet ons snel op temperatuur komen. Het is een klim van meer dan 600 m en de krachten doseren is belangrijk. Op 1970 m hoogte passeren we een bergmeertje en dan gaat het over min of meer grote rotsblokken en een occasioneel sneeuwveld verder.

Om 9u30 beklimmen we de laatste rotsen en dan staan we op de Bocca alle Porte (2225 m), het hoogste punt op de GR20. Aan onze voeten zien we weer één van die iconische panorama’s van de GR20 : een prachtig berglandschap met juist voor ons in de diepte 2 blauwe cirkels, het Lac de Capitellu en het Lac de Melo. Hoge rotstorens rijzen omhoog rondom ons op de kam. We staan nu eindelijk in de zon, maar er waait hier een stevige wind en we beginnen aan de afdaling. Over de crête, rechtsonder ons, waar we straks moeten lopen, waaien wolken onder ons door. Al snel komen we bij een sneeuwveld dat we niet vertrouwen. Er zijn wel enkele sporen te zien, maar we geven er de voorkeur aan om onder de stijfbevroren sneeuw door te wandelen. We hebben de indruk dat één misstap hier voldoende is om ons vele honderden meters lager op de rotsen te doen belanden. De meeste wandelaars volgen trouwens ons voorbeeld. Het is wel oppassen voor vallende stukken rots en ondertussen zoeken naar de roodwitte strepen van de GR. We moeten onder rotsblokken kruipen en er is ook een afdaling, die de hulp van kettingen vereist.

 Op de crête nemen we even een pauze op één van de weinige vlakke stukken terrein. Wat later komen we voorbij de Brêche, vanwaar men kan afdalen naar het Lac de Capitellu en lager, maar wij blijven op hoogte eerst langs de ene en dan weer langs de andere kant van de kam. In de diepte zien we het dorp Guagno liggen. Op de Bocca a Soglia houden we halt en zetten ons neer om te picknicken met voor ons een mooi zicht op de steile rotswand met erboven de Bocca alle Porte, waar we daarstraks nog waren. Even later zet zich ook een duo mannen bij ons neer. Het zijn Britten, die we gisteren en ook vandaag al enkele malen tegengekomen zijn. Ze wandelen aan hetzelfde tempo als wij en we geraken snel in gesprek. Ze zijn van plan zoals wij tot in Vizzavona te wandelen en dan via Ajaccio terug naar huis te gaan.

Dan volgt er een vrij moeilijke passage over rotsblokken, sneeuw en beekjes, die overgaat in een pittige klim naar de volgende pas, de Bocca Rinosa. Een rustige wandeling over flink wat sneeuwvelden brengt ons dan tenslotte om 13u45 op de Bocca Muzella. Hier krijgen we een mooi zicht op de route van morgen voorgeschoteld (de alpine variant naar Onda) en als toemaatje wordt de achtergrond gevuld door de machtige driehoek van de Monte d’ Oro. We blijven nu op hoogte wandelen tot we verderop op een kam aangekomen, in de diepte voor ons de volgende refuge zien liggen, Petra Piana.

Na een stevige, rotsige afdaling komen we bij de refuge aan om 15u. Er is weerom al veel volk aangekomen en een goede kampeerplaats is moeilijk te vinden, ook al omdat het mooiste grasveld ingenomen wordt door de landingsplaats voor de helicopter. Tussen een Engels duo (moeder en dochter) en een Duitstalige familie (ouders en 2 kinderen) vinden we toch onze gading en hervallen in onze dagelijkse routine : tent opzetten, kleding wassen, (koud) douchen en een pint op het terras drinken. Tegen dat het avondmaal (spaghetti, aardappelen en witte bonen) uitgedeeld wordt, begint de wind op te steken en meer en meer wolken drijven over de bergkammen en de camping. Omwille van de kou kruipen we al snel in de tent en even later lig ik met al mijn kleding (ja, ook mijn muts) aan in mijn slaapzak. Nog wat luisteren naar muziek en dan …

 

 

 

9. Petra Piana - Onda : 20 Juni 2011

 

Zoals meestal is 5u30 het uur van opstaan op de GR20. Deze keer blijven we echter in onze tenten om te ontbijten. Het is nog veel te koud buiten. Als de zon boven de kam uitkomt, warmt die ons wat op en is het tijd om in te pakken. We hebben besloten de Hoge Route (la variante des Crêtes) te volgen, nadat we vernomen hadden dat het weer goed zou blijven vandaag. Die route is korter, maar vooral - hopen we – voorzien van mooiere uitzichten. Het eerste deel van de route valt nog samen met de hoofdvariant van de GR20, maar die daalt al snel af naar de vallei van de Manganello, terwijl wij verder klauteren naar de Bocca Manganello op 1800 m hoogte, waar we een half uur na ons vertrek aankomen. Vanaf hier geen roodwitte streepjes meer, maar een dubbele gele streep om te volgen (soms moeilijk van de vele korstmossen te onderscheiden)

De kam, die er vanop afstand vrij breed uitziet, vergt toch wat klauterwerk tot we. aankomen op de Punta Murace (1921 m) , ons eerste hoogtepunt op de crête. Dan gaat het gemakkelijker omhoog langs de Serra Bianca. We treffen het met het weer, onder een blauwe hemel kunnen we aan alle kanten de bergkammen zien uitdeinen tot aan de einder. Het waait hier wel wat, maar door onze inspanningen krijgen we het niet echt koud ! Zo komen we stilaan dichter bij het hoogtepunt van de dag, de Pinzi Corbini. Deze tellen eigenlijk verschillende toppen, waarvan we de eerste bereiken om 9u20. We zetten ons even neer en we hebben van hier zicht op een stukje van de westkust. Ik meen zelfs Ajaccio te zien in de verte. Ik weet niet welke van de toppen de hoogste is, maar ergens onderweg overschrijden we de 2021 m hoogte, maar dan krijgen we plots zicht op de Bocca a Meta, meer dan 100 m onder ons. We zien er een groep wandelaars onze richting uit komen en kruisen hen terwijl wij naar beneden klauteren van rots naar rots.

Stilaan komt de Monte d’ Oro ook uitdrukkelijker in zicht op de achtergrond, een pracht van een berg ! Na de Bocca a Meta (1890 m) moeten we eerst weer een moeilijke passage met klauterwerk overwinnen voor we op de Serra di Tenda terechtkomen op een mooi wandelpad in de zon. We komen nog regelmatig wandelaars tegen en nu ook grote kuddes geiten en schapen. Om kwart na elf krijgen we zicht op de Bocca d’ Orreccia, die 500 m onder ons ligt en ook de refuge de l’ Onda kunnen we zien liggen. De afdaling is een erg vermoeiende bezigheid, vooral voor de knieën en de kuiten. Om 12u20 zijn we er en dan is het nog een kort stuk langs een refuge naar de Bergerie, waar we zullen kamperen deze nacht. Het is hier een omgekeerde wereld. De kampeerplaats bevindt zich hier in een omheinde weide (met sanitair, kookgelegenheid en een bron) om te voorkomen dat het vee dat hier rondloopt (de geiten en schapen, die we daarstraks gezien hebben onderweg) zich tussen de kampeerders zouden begeven.

Als we de tenten opgezet hebben, is het nog maar 13u00 en nadat we ons avondmaal gereserveerd hebben in de bergerie, besluiten we de pasta (macaroni met hesp en kaassaus), die we al heel de weg meegezeuld hebben nu klaar te maken. In de loop van de namiddag komen ook de 2 Britten aan en nog later nog een koppel Engels sprekenden. Ze zien er vermoeid uit en als we even later een gesprek aanknopen, blijken het 2 Welshmen (63 en 65 jaar oud) te zijn (op de T-shirt van één van hen staat : “J’suis pas Anglais, j’suis Gallois”) , die deze morgen vertrokken zijn in Manganu en er dus een dubbele etappe op hebben zitten vandaag. Om 19u00 worden we uitgenodigd voor het avondmaal in de bergerie : een heerlijke Corsicaanse soep (tsjokvol groenten) en daarna lasagne (met groenten en brocciu) en daarna kaas en een appel. Dat alles overgoten met een flesje rode wijn (niet in de prijs van € 18 inbegrepen). Jean Do, de huttenwaard, zorgt dat iedereen bediend wordt en kans krijgt op een 2e portie lasagne . Heerlijk ! Om 21u30 trekken we ons terug in onze tenten, en hoewel er nog veel gebabbeld wordt rondom ons, lig ik binnen het half uur in slaap.

 

 

 

10. Onda - Vizzavona : 21 Juni 2011

 

We hebben echt geluk, want ook vandaag is het prachtig weer. Zoals gewoonlijk is praktisch iedereen op de camping om 6u00 al op en ook wij zitten dan al aan ons ontbijt. Daarna is het inpakken, insmeren en wgwezen. Nadat de geiten en schapen gelost zijn, vertrekken ook wij om 7u25 steil bergop naar de kam van de Punta Muratello, het begin van een klim van 600 m. De zongewarmde helling ruikt naar tijm en rozemarijn. We zien onze eigen schaduwen honderden meters lager tegen de andere wand van de vallei vooruit glijden. Er zijn enkele steile stukken en dan weer meer bewandelbare gedeelten. Weer lassen we enkele haltes in. Hogerop klauteren we door een smalle doorgang, waar we een attent gemaakt worden op het feit dat hier ergens een 8-tal jaren geleden een alpinist, Jean-Pierre Etienne genaamd, omgekomen is.

Dan nog even steil zigzag omhoog en we zijn op 2020 m hoogte aangekomen, het hoogste punt van vandaag. Het is 9u15. We hebben hier een mooi zicht op de bovenvallei van de Agnone, waarlangs de GR20 afdaalt naar Vizzavona, en de westgraat van de Monte d’Oro, waarlangs je via een variant over de top ook naar Vizzavona kan wandelen. Vandaag laten we deze variant letterlijk links liggen, want we willen straks op tijd in Vizzavona aankomen om de trein naar Corte niet te missen. Na een korte, wat moeilijke afdaling over rotsplaten, slaan we de richting van de Agnone vallei in en beginnen aan delange afdaling. Ondertussen komen we ook de eerste wandelaars uit de andere richting tegen. Rond 11u houden we een halte om de beenspieren wat tot rust te laten komen. Wat lager komen we bij de boomgrens en kunnen we genieten van de schaduw van de dennen, berken, lijsterbessen en ander groen. En dat komt op tijd, want de zon begint te steken en het wordt warmer met elke meter die we dalen. We passeren de ruïnes van een oude bergerie en steken de passerelle de Turtettu over op 1410 m hoogte. En het gaat niet altijd bergaf, af en toe vallen er ook nog enkele stukjes te klauteren.

We komen langs enkele poelen met stilstaand water, waar wandelaars zich neergezet hebben om even af te koelen, en bereiken om 12u50 de befaamde Cascade des Anglais. Het water van de Agnone stort zich hier in verschillende watervalletjes enkele tientallen meters naar beneden. Het is een bekend doel voor daguitstapjes en er heeft zich hier al veel volk verzameld. We nemen weer een pauze en Dirk kan (weer) niet aan de verleiding weerstaan om een duik te nemen in het frisse water. Daarna beleven we nog een prettige wandeling door bossen en over bruggetjes met weinig hoogteverschil naar Vizzavona, waar we om 14u20 aankomen bij het station.

 Op het beschaduwde terras van de ‘Bar de la Gare’ trakteren we onszelf op een omelette au brocciu en een frisse pint. Ook de Britten zijn weer van de partij en proberen telefonisch een rit naar Ajaccio te versieren. En dan ontvangen we het slechte nieuws : de Franse Spoorwegen zijn in staking en er rijdt geen trein naar Corte ! Ik kan na wat telefoontjes een taxi chauffeur contacteren, die nu in Ajaccio is en straks via Vizzavona terug naar Corte zal rijden en ons onderweg zal oppikken. We hebben nog een babbel met de Welshmen van gisteren en dan komt om 16u40 de taxi ons oppikken. Hij zet ons af iets buiten Corte aan de camping St. Pancrace, waar onze auto staat. We genieten van onze eerste echt warme douche in 4 dagen en dan maken we nog een uitstap naar Corte, waar we in restaurant ‘U Museu’ bij de citadel een heerlijk avondmaal consumeren. Na nog een korte avondwandeling door deze mooie stad, keren we terug naar onze tenten en onze slaapzakken.